Beit Jala

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Warning icon.svg De neutraliteit van dit artikel wordt betwist.
Zie de bijbehorende overlegpagina voor meer informatie.
Beit Jala
بيت جال
Plaats in Palestina Vlag van Palestina
Beit Jala
Beit Jala
Situering
Gouvernement Bethlehem
Coördinaten 31° 43′ NB, 35° 11′ OL
Algemeen
Inwoners (2007) 11.758[1]
Detailkaart
Walaja Barrier 2011.jpg
Foto's
Beit Jala, met de Sint Nicolaaskerk
Beit Jala, met de Sint Nicolaaskerk
Portaal  Portaalicoon   Azië

Beit Jala (Arabisch: بيت جال ) is een Palestijnse plaats op de Westelijke Jordaanoever van de Staat Palestina. Het valt onder de administratieve controle van het gouvernement van Bethlehem. Het ligt ongeveer 2 kilometer ten westen van de stad Bethlehem en 10 kilometer ten zuiden van Jeruzalem

In 2007 had Beit Jala 11.758[1] inwoners, waarvan de meerderheid christen is. Een minderheid is moslim.

Beit Jala is bekend door het oude klooster van Cremisan van de orde van de Salesianen, gelegen in de Cremisan vallei[2]. Het klooster is een belangrijke moderne wijnproducent met grote eigen kelders[3] De wijnproductie is hier al begonnen in de 19e eeuw. Verder is Beit Jala bekend vanwege varkenshouderijen, de productie van olijfolie, abrikozen en bouwsteen. Er wordt tabak verbouwd, er is textielnijverheid en een farmaceutische industrie die werkt voor de lokale markt. Er is ook een school, verbonden aan het klooster, waar honderden kinderen uit de omliggende dorpjes onderwijs genieten.

Israëlische bezetting sinds 1967[bewerken]

Kort nadat Israël in 1967 de Westelijke Jordaanoever veroverd had, had het al 3147 dunam (= 314,7 hectare), 22 procent van de oppervlakte van Beit Jala, onteigend om dit bij de Israëlische gemeente Jeruzalem te voegen.[4] Daarna werden op de heuveltoppen tussen Beit Jala en Al-Walaja de illegale Israëlische nederzettingen Har Gilo en Gilo gebouwd.

Westoeverbarrière[bewerken]

De Israëlische Westoeverbarrière werd hier in 2002 grotendeels op bezet Palestijns gebied aangelegd, afwijkend van de overeengekomen wapenstilstandsgrens van 1949, de Groene Lijn tussen Israël en de Westelijke Jordaanoever. Hierdoor werden de Palestijnse plaatsen Bethlehem, Beit Jala, Beit Sahour, Al Khadr[5] en Ad Doha[6] afgescheiden van de andere plaatsen in het Gouvernement Bethlehem, van onder meer: Battir, Husan[7], Al-Walaja, Nahhalin[8], Wadi Fukin[9], Al Jab'a[10], Khall Al Balluta[11] en Beit Sakarya[12] en van Beit Safafa[13] bij Jeruzalem[14] Zoals gepland zou de uitbreiding van de barrière dwars door de vallei van Cremisan lopen en de bezittingen van het klooster van Cremisan in twee delen splitsen[15]

Internationaal Gerechtshof[bewerken]

Op 9 juli 2004 deed het Internationaal Gerechtshof in Den Haag de uitspraak dat de bouw van de Barrière een schending van internationaal recht is, en geconcludeerd dat deze afgebroken moest worden en dat er schadevergoeding moest worden betaald aan benadeelde Palestijnen[16] Het Ministerie van Defensie van Israël stelde dat uitbreiding van de Westoeverbarrière nodig zou zijn voor de veiligheid. Lokale inwoners en critici voerden echter aan dat het werkelijke doel zou zijn Palestijnse grond te annexeren om de illegale nederzetting Har Gilo te verbinden met de Israëlische nederzetting Gilo bij Jeruzalem, dat eveneens op Palestijns grondgebied is gebouwd.

Demonstratieve H. Mis van Palestijnse katholieken in de open lucht in de Cremisanvallei, waar de muur twee kloostergemeenschappen zal splitsen en zal afscheiden van de plaatselijke christelijke gemeenschap (2011)

In 2007 werd nog 2000 dunam land (=200 hectare) van het klooster van Cremisan geconfisqueerd voor de bouw van de Muur, en in 2011 nog eens 3,7 hectare. Deze barrière zou 58 hoofdzakelijk christelijke families van een groot deel van hun private Palestijnse land afsnijden waardoor ze dat zouden kwijtraken. [17] Vóór de bouw van de Muur was het gebied rond Beit Jala bovendien een plek om te recreëren, ook voor de bewoners van Bethlehem. De twee Salesiaanse kloostergemeenschappen, waaronder een school op Vaticaans grondgebied zouden van elkaar en van Beit Jala worden afgescheiden[18][19]

Begin 2014 bezochten vertegenwoordigers van de Europese Unie Cremisan, evenals 16 bischoppen om tegen de uitbreiding van de muur te protesteren. De burgemeester van Bethlehem, Vera Baboun, had zich hiervoor rechtstreeks tot Paus Franciscus gewend.

Op 2 april 2015 blokkeerde het Hooggerechtshof van Israël de verdere uitbreiding van de Barrière door de Cremisan vallei, vanwege het humanitaire effect ervan als de kloosters en de daaraan verbonden school van elkaar, van Beit Jala en van Al-Walaja zouden worden afgescheiden[20].

Vanuit Beit Jala: gezicht op Gilo en tunnel die Gilo met Gush Etzion verbindt

Doorgaande uitbreiding van de Westoeverbarrière[bewerken]

Ondanks het besluit van het Israëlische hooggerechtshof en de eerdere uitspraak van het Internationaal Gerechtshof kreeg het militaire gezag van Israël in juli 2015 het groene licht voor hervatting van de bouw ter uitbreiding van de Afscheidingsmuur[21] De advocaat van de families van Beit Jala zei hiertegen in beroep te zullen gaan vanwege de ingrijpende gevolgen voor zijn cliënten[22].

Op 17 augustus 2015 begonnen bulldozers het land, behorend tot het archeologische terrein Bir Ouna, om te ploegen. Meer dan 100 oude olijfbomen, waarvan sommige wel 1500 jaar oud waren, werden ontworteld[23]

Op zondag 30 augustus 2015 vielen Israëlische troepen Palestijnse christenen aan die een heilige mis in Cremisan nabij Beit Jala wilden bijwonen en daarbij een vreedzame demonstratie hielden tegen de hervatting van de bouw van de Muur waarvoor ongeveer 3500 dunam (350 hectare) Palestijnse grond in beslag was genomen. De troepen schoten traangasgranaten af op de demonstranten[24]. Op 11 januari 2016 werden bisschoppen die een bezoek wilden brengen aan de Cremisan Vallei tegengehouden door de Israëlische politie[25] Bisschop Stephen Brislin van Kaapstad zei dat het hem deed denken aan het systeem van apartheid.

"We refuse to be enemies": tekst op de grenssteen van 'Tent of Nations', gericht op Israëlische kolonisten in de omgeving om hen af te houden van het aanrichten van vernielingen. December 2011.

Tent of Nations[bewerken]

Textielwerk uit Beit Jala. 2006.

Bij Beit Jala bevindt zich ook het door onteigening bedreigde internationale vredeskamp "Tent of Nations"[26], opgericht door de ter plaatse geboren Daoud Nassar. Het ligt nabij het dorp Nahalin vlak naast de hoofdweg (Route 60) tussen Bethlehem en Hebron. Daoud Nassar startte dit project op het oude boerenbedrijf van zijn familie dat hij in 1916 kocht en in 1924-1925 geregistreerd heeft en waarvan de documenten in 1987 en 2000 nogmaals waren geactualiseerd. Desondanks werd in 1991 het gehele gebied door het Israëlische militaire bestuur COGAT tot 'staatsgrond' verklaard. Terwijl daartegen een rechtszaak liep, werd er in 2001 een weg aangelegd over het land van Nassar. Ook werd de toegangsweg door het leger gebarricadeerd en werd water en elektriciteit afgesloten[27]. Ondanks het feit dat er nog een rechtszaak loopt bij het Hooggerechtshof[28] werden in de vroege ochtend van 19 mei 2014 ongeveer 1500 fruitbomen van het bedrijf door Israëlische bulldozers vernietigd[29][30] In mei 2016 viert het bedrijf met de 'Tent of Nations' zijn 100-jarig bestaan.

Zie ook[bewerken]

Externe links[bewerken]