Beleefdheid

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Beleefdheid is een sociale vaardigheid, die de omgang in de maatschappij vergemakkelijkt. In essentie komt beleefdheid neer op het respect voor iemand tonen door middel van zijn/haar houding en etiquette. Het tegenovergestelde wordt onbeleefdheid genoemd.

De vormen van beleefdheid zijn sterk tijdsgebonden. In de jaren vijftig bijvoorbeeld, bestond beleefdheid van kinderen tegenover volwassenen er uit dat ze "met twee woorden" moesten spreken. Op een vraag mocht een kind niet eenvoudig met "ja" of "nee" antwoorden, maar het moest zijn "ja, mama" of "nee, meester".

Ook is beleefdheid van land tot land verschillend. In Japan bijvoorbeeld buigen de mensen voor elkaar, terwijl ze bijvoorbeeld in (West-)Europa en de Verenigde Staten elkaar de hand schudden bij een ontmoeting, echter, sinds de coronapandemie nauwelijks meer (zie ook de voorbeelden verderop in dit artikel over begroetingswijze).

Een andere vorm van beleefdheid die in de loop van de twintigste eeuw grotendeels verloren is gegaan, is het openhouden van een deur voor een dame, hetgeen een welopgevoede heer behoorde te doen. Met de emancipatie van de vrouw werd dit minder op prijs gesteld.

Zie ook Wellevendheid

Vormen van beleefdheid[bewerken | brontekst bewerken]

  • Vousvoyeren versus tutoyeren. (Normen hierover verschillen per cultuur.)
  • De ander laten uitspreken.
  • Iemand voor laten gaan bij een versmalling, of een deur.
  • Als man altijd de vrouw laten voorgaan, behalve op een trap (vanwege het feit dat de man dan onder de rok van de vrouw zou kunnen kijken) en bij het binnenstappen van een etablissement (om de vrouw van eventuele nieuwsgierige blikken te beschermen).
  • Voor de ander het laatste koekje overlaten.
  • De ander eerst koffie inschenken, en daarna jezelf.
  • Iemand bij binnenkomst in een gezelschap voorstellen aan de reeds aanwezigen.
  • Bij een ontmoeting jezelf voorstellen met een gebruikelijke begroeting en de (volledige) naam (soms voldoet alleen de voornaam) zeggen, eventueel ook je functie op het werk of bij werkgerelateerde activiteiten. Ook dit is erg verschillend tussen culturen en bovendien tijdsgebonden. Voorbeelden van een begroeting zijn (of waren): de hand schudden (vooral in Europese en Anglosaksische landen vóór de coronapandemie in 2020 zeer gebruikelijk, maar vanwege een verhoogd besmettingsrisico door direct handcontact is deze manier van begroeting sindsdien minder voorkomend), een (lichte) buiging (of een kort knikje) maken met het hoofd of het bovenlichaam naar beneden (in een formelere situatie) en elkaar op de elleboog een zachte tik te geven (in een informelere situatie). Een ander bekend gebaar is om de handen plat tegen elkaar te houden met de vingers naar boven wijzend (voor enkele seconden), vaak met een lichte buiging van het hoofd naar beneden; deze begroetingswijze wordt veelal in landen in Zuid-Oost Azië gezien, waaronder Thailand en Maleisië, maar wint aan populariteit sinds de coronapandemie steeds meer wereldwijd.
  • Bij het ontvangen van een dienst of geschenk daarvoor dank uitspreken.
  • Een gast tot aan de voordeur uitlaten bij vertrek.

Trivia[bewerken | brontekst bewerken]

  • Beleefdheid in het verkeer wordt wel aangeduid met "wees een heer in het verkeer" (een "heer" wordt verondersteld beleefder te zijn dan een "arbeider").
  • Een geëmancipeerde variant hierop is: "Een heer in het verkeer is vaak een dame".