Beleg van Doornik (1581)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Beleg van Doornik (1581)
Onderdeel van de Tachtigjarige Oorlog
Overzicht van het ontzet, fantasie tekening (1670-1699)  (collectie: Rijksmuseum Amsterdam)
Overzicht van het ontzet, fantasie tekening (1670-1699)

(collectie: Rijksmuseum Amsterdam)

Datum 10 oktober - 30 november 1581
Locatie Doornik, Henegouwen
Resultaat Spaanse overwinning
Strijdende partijen
Prinsenvlag.svg Nederlandse Opstandelingen Flag of Cross of Burgundy.svg Spaans Leger
Leiders en commandanten
Christina van Lalaing Parma
Portaal  Portaalicoon   Tachtigjarige Oorlog

Het Beleg van Doornik (1581), was tijdens de Tachtigjarige Oorlog een belegering op de stad Doornik, in die tijd onderdeel van de Habsburgse Nederlanden, vanaf 10 oktober 1581, door Parma. De Staatsen bleken niet in staat een groot leger in te zetten om een ontzet te bieden, waarna de stad op 30 november bij verdrag overging aan het Spaanse Rijk.

Aanloop[bewerken]

Nadat Anjou Kamerijk had ontzet nam deze nog wat onbeduidende plaatsen in de omgeving in. Daarna dankte hij het leger af en ging naar Engeland om een huwelijksaanzoek te doen aan koningin Elizabeth. Parma die zijn leger had moeten terugtrekken voor het Franse leger van Anjou, kon dankzij afwezigheid van Franse en Staatse troepen, ongestoord beginnen aan zijn belegering op Doornik. Hij zou een groot voordeel kunnen halen met de afwezigheid van de stadhouder van Doornik, Peter van Melun, die afwezig was met een deel van het garnizoen en zich in de Grevelingen bevonden.[1] Het bevel was nu in handen van zijn vrouw, Christina van Lalaing, dochter van Karel II van Lalaing en een nichtje van Filips van Montmorency de onthoofde graaf van Hoorne.[2][3] Parma had met schepen zijn leger en toebehoren vanuit Valenciennes, Bergen en Douay laten komen.[1]

Beleg[bewerken]

Standbeeld van de strijdende prinses te Doornik
De prinses raakt gewond, fantasie tekening door Jacobus Buys (Collectie: Rijksmuseum)

Voor Doornik aangekomen liet Parma zijn oog vallen op een bolwerk naast de Sint Maartenspoort. Het bolwerk lag hoger dan de rest van de stad, daarom zou het waterpeil van de gracht daar lager staan dan elders. Dit bolwerk zou de sleutel zijn tot de stad, alleen zouden de flankerende waltorens daarvoor stukschoten moeten worden. Hij had vijf van die torens stuk laten schieten toen hij tachtig soldaten een uitval liet wagen het bolwerk in te nemen. De soldaten hadden echter geen enkele dekking waardoor de aanval werd afgeslagen. Er kwamen vanuit de stad steeds aanvallers via een brug. Parma liet daarna approches graven en tegelijkertijd de brug beschieten. Nu konden de verdedigers niet meer uitrichten tegen Parma's troepen en viel het bolwerk in Spaanse handen. De verdedigers trokken zich terug in de stad. Op het bolwerk werden nu kartouwen geplaatst waarmee de stad bestookt kon worden. Intussen hadden verspieders uit de stad gemerkt dat Parma zich dagelijks terugtrok met enkele officieren, in een huisje nabij een steenoven. Men besloot een kanon te richten op dat huisje.[1]

Het beleg kostte Parma bijna zijn leven. Het huisje werd geraakt. Het huisje stortte in en Parma raakte onder het puin bedolven. Twee mensen verloren daarbij hun leven, Parma raakte gewond aan zijn hoofd en schouders, bloedde hevig, maar overleefde de aanslag en zag zijn overleving als een teken van god. Hij beval meteen iedereen weer naar zijn post terug te keren, over tot op de orde van de dag. Dit uit vrees dat men naar aanleiding van het voorval een uitval zou ondernemen vanuit de stad.[1][4]

De prinses verdedigde de stad manhaftig. Dagelijks was zij op de muren aanwezig, om de verdedigingswerken te schouwen. Zelfs toen zij gewond raakte liet ze niet verstek gaan.[5] Parma had approches laten graven en een bestorming laten uitvoeren, maar deze aanval werd succesvol afgeslagen. Het lukte zelfs een klein groepje Staatse soldaten binnen de stad te komen wat even hoop gaf binnen de stad.

Peter van Melun probeerde tussentijds een leger te mobiliseren. De Staatsen bleken niet in staat om een leger te organiseren groot genoeg om met succes de stad de kunnen ontzetten. De prins zou daardoor zijn hoop moeten laten varen. Hij was wel met drie vendels soldaten vanuit Oudenaarde vertrokken. Ze probeerden van die kant een doorgang naar Doornik te vinden. Nu was het de gewoonte van Parma om tijdens een beleg regelmatig verkenners rondom de belegerde plaats te sturen. Toevallig had Parma die dag een grotere groep dan gebruikelijk op pad gestuurd. Tachtig piekeniers en net zoveel soldaten gewapend met een vuurroer had hij naar Oudenaarde gezonden voor een verkenning. Zij troffen elkaar halverwege. Na hevige gevechten werd deze slag gewonnen door de Spanjaarden. De prins verloor zestig soldaten. De Spaansen brachten als buit zesenveertig gevangenen, paarden, wapens en vaandels mee naar Parma. Parma beval de buit te tentoonstellen op het ingenomen bolwerk naast de Sint Maartenspoort. Zodat men in de stad goed kon zien, dat een uitzicht op ontzet hopeloos was.[1]

Er werd een bericht gezonden naar het kasteel. Men was niet in staat om de stad een ontzet aan te bieden. Op het kasteel liet men toen alle hoop varen. De katholieke inwoners hadden al met een opstand gedreigd, zelfs de calvinisten eisten een eervolle overgave. Parma was bereidwillig om die eervolle overgave in te willigen. Zij lieten de prinses met de gehele bezetting van het kasteel met bagage en volledige krijgseer, het kasteel verlaten. Bij het verlaten van de stad ontving de prinses zulke daverende toejuichingen, dat het meer leek dat zij overwinnaar was, dan verliezer.[5] Op 30 november trok Parma de stad in.[2]

Nasleep[bewerken]

Fantasie tekening van Giacinto Gimignani uit 1606(Collectie: Rijksmuseum)

Parma had bij de overgave bedongen dat men hem twee maal honderdduizend gulden moest betalen om plundering af te kopen, de hervormden moesten binnen drie maanden de stad verlaten en in die periode hun bezittingen verkopen. Geestelijken kwamen hun beklag doen bij Parma. De prinses zou met het verlaten van de stad goud en zilver van de kerk, geld van bijzondere personen en koopmansgoederen hebben meegenomen. Parma was hoogst verontwaardig, stuurde ruiters achter de prinses aan. De ruiters vorderden de wederrechtelijke verkregen goederen terug, Parma zorgde nadien dat de goederen weer bij de rechtmatige eigenaar terechtkwam.[4] De prinses genoot desalniettemin van een zekere roem na haar heldhaftige handelen. Lang zou ze daarvan niet kunnen genieten, ze stierf het volgend jaar in Antwerpen.[6] In Doornik werd een standbeeld voor haar opgericht.

Willem van Oranje had bij de Staten Generaal er op aangedrongen dat er iets einde moest worden aan de onhoudbare situatie van een tussenregering. Hij wenste dat Anjou terug zou keren naar de Nederlanden om een einde te maken aan de strijd tegen het Spaanse Rijk. Hij had intussen een gezant naar Engeland gestuurd. Anjou zou intussen nog maanden zoet zijn met zijn huwelijksaanzoek aan de Engelse koningin.[2]

Parma zou vanaf op 8 april 1582 een zware klus krijgen met het beleg van Oudenaarde waarvan de vestingwerken dan juist versterkt en verbeterd zijn. Anjou die weer terug in de Nederlanden is blijkt niet in staat dat beleg op te breken.

Eerste opstand (1567-1570): Valencijn · Wattrelos · Lannoy · Oosterweel · Eerste invasie (Dalheim · Heiligerlee · Groningen · Eems · Jemmingen · Geldenaken · Loevestein)
Tweede opstand (1572-1576): Den Briel · Vlissingen · Tweede invasie (Valencijn · Bergen · Saint-Ghislain · Roermond · Diest · Leuven · Mechelen · Dendermonde · Zutphen · Bredevoort · Zwolle · Kampen · Steenwijk) · Oudenaarde · Stavoren · Dokkum · Don Frederiks veldtocht (Mechelen · Diest · Roermond · Zutphen · Naarden · Geertruidenberg · Haarlem · Diemen · Alkmaar) · Vlissingen · Borsele · Zuiderzee · Alkmaar · Leiden · Reimerswaal · Derde invasie · Mookerheide · Lillo · Zoetermeer · Buren · Oudewater · Schoonhoven · Krimpen aan de Lek · Woerden · Bommenede · Zierikzee · Muiden · Aalst · Slag bij Vissenaken · Maastricht · Antwerpen · Spanjaardenkasteel (Gent)
Algemene opstand (1576-1578): Utrecht · Steenbergen · Breda · Amsterdam · Gembloers · Zichem · Beleg van Limburg · Inname van Dalhem · Nijvel · Kampen · Rijmenam · Aarschot · Deventer
Parma's 9 jaren (1579-1588): Maastricht · 's-Hertogenbosch · Baasrode · Kortrijk · Delfzijl · Oldenzaal · Groningen · Mechelen · Zwolle · Hardenbergerheide · Coevorden · Halle · Steenwijk · Kamerijk · Doornik · Noordhorn · Breda · Aalst · Oudenaarde · Punta Delgada · Lochem · Eindhoven · Gent · Aalst · Terborg · Antwerpen · Zutphen · Kouwensteinsedijk (Antwerpen) · Amerongen · IJsseloord · Boksum · Axel · Neuss · Rijnberk · Grave · Zutphen · Warnsveld · Venlo · Sluis · Bergen op Zoom · Grevelingen
Maurits' 10 jaren (1588-1598): Zoutkamp · Breda · Steenbergen · Veldtocht van 1591 (Zutphen · Deventer · Delfzijl · Knodsenburg · Hulst · Nijmegen) · Steenwijk · Coevorden · Luxemburg · Geertruidenberg · Coevorden · Groningen · Hoei · Grol · Calais · Hulst · Veldtocht van 1597 (Turnhout · Venlo · Rijnberk · Meurs · Grol · Bredevoort · Enschede · Ootmarsum · Oldenzaal · Lingen · Rijnberk · Zaltbommel)
11 jaren strijd (1598-1609): Nieuwpoort · Rijnberk · Oostende · Sluis · Spinola 1605-1606 (Oldenzaal · Lingen · Bergen op Zoom · Mülheim · Wachtendonk · Kasteel Krakau · Bredevoort · Berkumerbrug · Grol · Rijnberk · Lochem · Grol · Gibraltar
Twaalfjarig Bestand (1609-1621): Gulik-Kleefse Successieoorlog (Gulik) · Wezel · Antwerpen
Eindstrijd (1621-1647): Gulik · Steenbergen · Bergen op Zoom · Veluwe · Breda · Oldenzaal · Grol · Baai van Matanzas · 's-Hertogenbosch · Veluwe · Wesel · Veldtocht langs de Maas (Venlo · Roermond · Maastricht) · Rijnberk · Maastricht · Philippine · Tienen · Schenkenschans · Breda · Venlo · Maastricht · Kallo · Duins · Sint-Vincent · Hulst · Antwerpen · Venlo · Puerto de Cavite