Beleg van IJsselstein (1416-17)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Beleg van IJsselstein
Onderdeel van de Hoekse en Kabeljauwse twisten
verovering van IJsselstein 1417, waarbij de heren van Egmont als gevangen worden afgevoerd. tekening van G. Suiker en I. Verburg (circa 1728)
Datum 5 mei t/m 30 mei 1416
10 juni t/m 24 juni 1417
Locatie IJsselstein
Strijdende partijen
Kabeljauwen
stad IJsselstein
Hoeken
Counts of Holland Arms.svg Graafschap Holland
Coat of Arms of the Bishopric of Utrecht.svg Sticht Utrecht
Leiders en commandanten
Wapen van Egmont.svg Jan II van Egmont
Wapen van Egmont.svg Willem van Egmont
Counts of Holland Arms.svg Willem VI van Holland
Counts of Holland Arms.svg Jacoba van Beieren
Oorlog tussen de Hoeken en Kabeljauwen tussen 1350 - 1490

Eerste stroming
Slag bij Naarden · Kabeljauwse verbondsakte (1350) · Hoekse verbondsakte · Slag bij Veere (1351) · Slag bij Zwartewaal (1351) · Beleg van Medemblik (1351) · Beleg van Geertruidenberg (1351-1352) · Slag bij Soest (1356) · Beleg van Heusden (1358) · Beleg van Heemskerk (1358) · Beleg van Delft (1359) · Beleg van Kasteel Altena
Tweede stroming
Beleg van IJsselstein (1416-17) · Beleg van Gorinchem (1417) · Beleg van Dordrecht (1418) · Inname van Rotterdam (1418) · Zoen van Woudrichem (1419) · Beleg van Leiden (1420) · Beleg van Geertruidenberg (1420) · Beleg van Bergen (1424-1425) · Beleg van Schoonhoven (1425) · Slag bij Alphen aan den Rijn (1425) · Slag bij Brouwershaven (1426) · Kennemer opstand (1426) · Beleg van Haarlem (1426) · Slag bij Hoorn (1426) · Beleg van Amersfoort (1427) · Slag bij Wieringen (1427) · Beleg van Zevenbergen (1427) · Beleg van Gouda (1428) · Zoen van Delft (1428)
Derde stroming
Eerste Utrechtse Burgeroorlog (1456-1458)· Beleg van Deventer (1456) · Plundering van IJsselstein (1470) · Inname van Den Haag (1479) · Tweede Utrechtse Burgeroorlog (1481-1483) · Beleg van Leiden (1481) · Slag bij Scherpenzeel (1481) · Inname van Dordrecht (1481) · Slag bij Vreeswijk (1481) · Inname van Eemnes (1481) · Slag bij Westbroek (1481) · Inname van Hoorn (1482) · Beleg van IJsselstein (1482) · Beleg van Rhenen (1483) · Beleg van Montfoort (1483) · Beleg van Utrecht (1483)
Vierde stroming (Jonker Fransenoorlog)
Inname van Rotterdam (1488) · Mislukte invallen van Schiedam (1488-90) · Bestorming van Schoonhoven (1488) · Inname van Woerden (1488) · inname van Geertruidenberg (1489) · Aanslag op Delft (1489) · Slag op de Lek (1489) · Beleg van Gouda (1489) · Beleg van Rotterdam (1490) · Slag bij Moordrecht (1490) · Beleg van Montfoort (1490) · Slag bij Brouwershaven (1490)

Het Beleg van IJsselstein vond plaats tijdens de Hoekse en Kabeljauwse twisten en begon van 5 mei tot 30 mei 1416 met een belegering door Willem VI van Holland[1]. In het voorjaar van 1417 wisten de Van Egmonds terug te keren op hun kasteel van IJsselstein, waarna vanaf 11 juni tot 24 juni 1417 op bevel van Jacoba van Beieren IJsselstein opnieuw belegerd werd[2].

Achtergrond[bewerken | brontekst bewerken]

In de nasleep van de Arkelse Oorlogen (1401-1412) voelde graaf Willem VI van Holland zich nog bedreigd door Jan V van Arkel en Jan II van Egmont (alias "met de Bellen"), de heren waren machtige "Kabeljauwen" en verwant met elkaar. Van Arkel werd in 1415 gevangengenomen, maar er waren aanwijzingen dat er een aanslag op de graaf beraamd werd. Van Egmont ontbrak al enige jaren in het bestuur van de graaf en hield zich al een tijdje op in het buitenland. Willem stuurde per brief dat Van Egmont aan zijn hof moest verschijnen, anders werden zijn goederen verbeurd verklaart. Van Egmont kwam echter niet opdagen, waarna er maatregelen volgden.

Beleg van 1416[bewerken | brontekst bewerken]

Willem VI stuurt rond 5 mei diversen bodes naar zijn adellijke onderdanen voor een oproep tot "heervaart". Willem neemt vervolgens zijn onderkomen op het "kasteel van Schoonhoven" om het beleg aldaar aan te sturen, waarbij hij de helft van zijn leger naar IJsselstein laat marcheren en de andere bij zich houdt in Schoonhoven[3].

Terwijl het leger de stad omsingelde en er nog geen grote gevechten plaatsvonden, dienden enkele adellijke verwanten van de heren van Egmont zich aan als Jacob van Gaasbeek en Hubert van Culemborg in Schoonhoven bij Willem VI van Holland. Zij regelden een vrijgeleide plus een afkoopsom van circa 3000 schilden voor de Heren van Egmont, die hun bezittingen van IJsselstein en Egmont moesten inleveren aan het grafelijk domein[4].

Beleg van 1417[bewerken | brontekst bewerken]

Willem VI van Holland overlijdt in mei 1417 en de broer van "Jan met de bellen", Willem van Egmont weet met een overtuigende brief aan de bestuurders van IJsselstein duidelijk te maken, dat hij zijn bezittingen weer terug heeft. Waarna hij op 9 juni terugkeert en op 10 juni met zijn volgelingen de bezetting van het kasteel van IJsselstein[5] overmeestert, waarna de Van Egmonds weer in het bezit zijn van hun goederen. Als Jacoba van Beieren dit nieuws hoort stuurt ze Willem Eggert, Jan II van Montfoort en Walraven I van Brederode met hun Hoekse manschappen naar IJsselstein om tot een beleg over te gaan. Op 11 juni arriveerden deze krijgsmannen en in de dagen erna voegden zich ook delegaties uit andere Hollandse en Utrechtse steden daarbij. Er werd materieel meegenomen zoals katapulten en lepelblijdes.

Op 15 juni arriveerde Jan van Beieren, de oom van Jacoba van Beieren, in het Hollandse kamp. Hij wist een overgave op 24 juni tot stand te brengen, waarbij de broers van Egmont in gevangenschap werden afgevoerd. De Utrechters die alle jaren in conflict waren met de IJsselsteiners wisten in het verdrag te bedingen dat het kasteel en alle stadsmuren neergehaald werden[6].

Nasleep[bewerken | brontekst bewerken]

Willem en Jan van Egmont werden voor drie maanden gevangen gezet en hun achterban kreeg zelfs een milde straf en moesten alleen de stad IJsselstein verlaten. De gebroeders van Egmont gingen na hun vrijlating naar Gelre, waar ze met Willem van Arkel plannen maakte om hun bezittingen terug te krijgen. Dit resulteerde op 21 november 1417 in een Inname van Gorinchem, gevolgd tot een stadsgevecht op 1 december 1417 met de troepen van Jacoba van Beieren. Waarbij Willem van Arkel sneuvelde, Willem van Egmont gevangen werd genomen en Jan van Egmont wist te ontsnappen. IJsselstein zou binnen 50 jaar weer ommuurd zijn en een nieuw kasteel hebben. Ondanks dat Jan van Beieren, had bemiddeld in het conflict, zou hij uitgroeien tot een tegenstander van zijn nicht Jacoba. Hierbij had hij belangen in het gebied gekregen na de dood van zijn broer Willem VI, zo kreeg hij de bezitting over Woerden en gronden op Voorne.