Beleg van Mainz (1793)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Beleg van Mainz
Onderdeel van de Eerste Coalitieoorlog
Capitulatie van de stad en vesting Mainz
Capitulatie van de stad en vesting Mainz
Datum 14 april - 23 juli 1793
Locatie Mainz (Duitsland)
Resultaat Overwinning van de Coalitie
Strijdende partijen
Flag of France.svg Frankrijk Flag of the Kingdom of Prussia (1750-1801).svg Pruisen,
Flag of the United Kingdom (3-5).svg Groot-Brittannië,
Flagge Preußen - Provinz Sachsen.svg Saksen,
Hessen KS flag.svg Hessen-Darmstadt,
Hessen KS flag.svg Hessen-Kassel,
Wappen Kurpfalz.svg Rijnpalts,
Flagge Großherzogtum Sachsen-Weimar-Eisenach (1813-1897).svg Saksen-Weimar
Leiders en commandanten
François-Ignace Ervoil d'Oyré,
Alexandre de Beauharnais
Karel Willem Ferdinand van Brunswijk,
Frederik Adolf van Kalckreuth
Troepensterkte
23.000 man,
184 kanonnen
36.000 man (later 44,000),
207 kanonnen
Verliezen
4.000 doden en gewonden 3.000 doden en gewonden

Bij het beleg van Mainz (14 april - 23 juli 1793) veroverde een coalitieleger van Pruisische, Oostenrijkse en andere Duitse troepen de stad Mainz op de Franse revolutionairen, die zich er verschanst hadden en de eerste Duitse democratie steunden. De coalitietroepen, in het bijzonder de Pruisen, gelegerd in Marienborn, probeerden aanvankelijk te onderhandelen, maar dit mislukte. Het bombardement op de stad begon op 17 juni; de bombardementen van 26 en 27 juni hebben veel gebouwen, waaronder veel kerken, zoals de Dom van Mainz en paleizen beschadigd.

De bombardementen leidden tot spanningen tussen de Franse troepen in de stad, de burgers, de middenstand en het dagelijks bestuur. Dit nieuwe bestuur werd door de Fransen dan ook op 13 juli afgezet, wat de onrust onder de bevolking nog meer aanwakkerde. Omdat er geen Frans leger in de buurt was dat ontzetting kon bewerkstelligen, was de Franse bevelhebber Ervoil d'Oyré, mede door de onrust in de stad, gedwongen om op 17 juli onderhandelingen over de overgave van de stad te starten. De Fransen verkregen een vrije aftocht met behoud van wapens, eigendommen en proviand, en beloofden als tegenprestatie gedurende een jaar niet te strijden tegen de coalitiemogendheden. Zes dagen later, op 23 juli, werd de stad officieel overgedragen aan de coalitietroepen. Mainz kreeg een Pruisische bevelhebber. Na de overgave van de stad trokken de bijna 19.000 Fransen in verscheidene kolonnes naar de Franse grens onder begeleiding van Pruisische eenheden. Bij het verlaten van Mainz zongen de Franse soldaten heel langzaam de Marseillaise. In Frankrijk werden ze ingezet tegen de royalisten in de Vendée, die in maart in opstand waren gekomen.

Het beleg van Mainz wordt gezien als een van de eerste mediacircussen in de geschiedenis. Veel mensen en journalisten kwamen kijken naar het schouwspel dat zich in en rond de stad afspeelde. Ook Goethe, die tussen 12 mei en 22 augustus aanwezig was bij het beleg van de stad, heeft zijn observaties vastgelegd in een fictief dagboek. Volgens hem was de wereldgeschiedenis een nieuwe fase ingegaan en zouden de Fransen hun revolutionaire kalender met de gebeurtenissen hebben laten ingaan.