Beleg van Namen (1695)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Namen in 1695

Het beleg van Namen van 1695 was het tweede beleg van de stad in de Negenjarige Oorlog.

Op 30 juni 1692 hadden Franse troepen onder bevel van de maarschalk van Luxemburg de stad ingenomen. Koning Lodewijk XIV van Frankrijk was bij deze aanval in de Zuidelijke Nederlanden aanwezig. Menno van Coehoorn had de verdedigingswerken verbeterd en de citadel versterkt, maar dit was niet voldoende gebleken. Onmiddellijk na de verovering had Vauban nog verdere perfectioneringen aangebracht. Namen was zo de belangrijkste versterking in de Zuidelijke Nederlanden geworden.

Drie jaar later deed de Liga van Augsburg een poging om Namen terug te nemen. Op 2 juli 1695 sloegen de coalitietroepen het beleg van stad en citadel, aangevoerd door Willem III van Oranje en Maximiliaan II Emanuel van Beieren, landvoogd van de Spaanse Nederlanden. Op 3 augustus bood maarschalk Louis-François de Boufflers aan de stad over te geven, mits hij een staakt-het-vuren van zes dagen kreeg en zich volledig in de citadel mocht terugtrekken. De belegeraars gingen daarop in, sloten een verdrag af en bezegelden het met de uitwisseling van gijzelaars. Het verdrag werd uitgevoerd en de gijzelaars vrijgelaten, waarna de gevechten hernamen.

De maarschalk van Villeroy, pas aangesteld als bevelvoerder van Lodewijks Armée de Flandre, deed een poging om de geallieerden af te leiden door Brussel te bombarderen. Deze operatie had niet het verhoopte effect. Het leger van Villeroy bleek vervolgens niet in staat de omsingeling te doorbreken. Op 5 september 1695 gaf Boufflers zich over. Hij had 8.000 van zijn 13.000 manschappen verloren. De geallieerden telden 12.000 slachtoffers.

Trivia[bewerken]

  • In Tristram Shandy is de beminnelijke oom Toby geobsedeerd door het beleg van Namen, waar hij gewond was geraakt in het kruis.