Beleg van Rodos (1480)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Beleg van Rodos
Het beleg van Rodos in 1480, Schepen van de Orde in de voorgrond met het Turkse kamp in de achtergrond
Het beleg van Rodos in 1480, Schepen van de Orde in de voorgrond met het Turkse kamp in de achtergrond
Datum 23 mei - 28 juli 1480
Locatie Rhodos
Resultaat Overwinning voor de Orde van Sint Jan van Jeruzalem
Strijdende partijen
Ottomaanse Rijk Flag of the Order of St. John (various).svg Hospitaalridders
Leiders en commandanten
Gedik Ahmed Pasja

Mesih Pasja

Flag of the Order of St. John (various).svg Pierre d'Aubusson
Antoine d'Aubusson
Troepensterkte
100.000 soldaten
170 schepen
ca. 500 ridders
ca. 2000 soldaten

Het Beleg van Rhodos in 1480 was een slag tussen het Ottomaanse Rijk van Mehmet II en de Orde van Sint Jan van Jeruzalem onder leiding van grootmeester Pierre d'Aubusson. De slag begon op 23 mei en eindigde na een dramatisch verlopen stormloop op 28 juli.

Voorbereidingen[bewerken]

In 1470 en 1475 werden al de bewoners en ridders van de eilanden Tilos en Chalki geëvacueerd naar Rhodos. Die eilanden werden ontruimd omdat ze te gevoelig waren voor aanvallen van het Ottomaanse Rijk.

Slag[bewerken]

Op 23 mei 1480 verscheen het Ottomaanse leger voor Rhodos in de Golf van Trianda. De Ottomaanse schepen hadden zo'n 100.000 man aan boord. Het leger werd geleid door Gedik Ahmed Pasja en Mesih Pasha. Het garnizoen van de Hospitaalridders was versterkt met zo'n 2.000 Franse soldaten onder leiding van Antoine d'Aubusson, een broer van de grootmeester van de Orde.

Het was voor de Ottomanen belangrijk om het strategische punt van de Toren van Sint-Nicolaas in te nemen. De Ottomanen richtten echter hun aandacht op de twee havens van Rhodos, om via die kant de toren te kunnen veroveren. De Turkse artillerie begon onophoudelijk het gebied te bombarderen. De Grootmeester spoedde zich naar het nieuwe front en wist de aanval fel af te slaan. Kort daarop volgde een tweede aanval gericht op de toren, dit keer via de oostelijke muur. Door middel van een fortificatie achter de bestaande muur werd ook deze aanval afgeslagen, maar het kostte de orde veel doden.

De laatste slag speelde zich af bij de Joodse wijk van de stad. Bij de dageraad van 27 juli begonnen de Turken met een krachtige aanval. De voorhoede bestond uit 2.500 Janitsaren en het was hun bedoeling om de toren van de Langue van Italië in te nemen en de stad binnen te trekken. Een waanzinnige strijd volgde. De grootmeester, gewond op vijf verschillende plaatsen, gaf zich niet over en streed nog steeds met de lans in de hand. Na drie uur strijd begon de tegenstander zich langzamerhand terug te trekken. Meteen voerden de Orderidders een tegenaanval uit. Ze slachtten die dag ongeveer 3.500 man af.

Op 17 augustus gaven de Ottomanen het definitief op en zeilden met hun vloot naar de Italiaanse oostkust, waar zij Otranto veroverden.

Galerij[bewerken]

Deze mortieren werden door de Orde gebruikt op Rhodos tussen 1480 en 1500, ze werden speciaal op verzoek van grootmeester Pierre d'Aubusson gemaakt. De kanonnen waren instaat om kogels af te schieten van zo'n 260 kilogram.
Een schets van de plaats Rhodos in 1493.

Zie ook[bewerken]

Bronnen[bewerken]

  • Elias Kollias, The knights of Rhodes - the palace and the city (Athens, 1994)
  • Eric Morse, Crusader knights, Turks and Byzantines (Toronto, 2003)
  • Erik Svane & Dan Greenberg, Croisade vers la Terre Sainte (Genève, 2007)