Beleg van Venlo (1473)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Het beleg van Venlo in 1473 was een van de vele belegeringen die de Nederlandse stad Venlo heeft gekend. Het was het gevolg van tegenstellingen tussen de verschillende Huizen in de Tweede Gelderse Successieoorlog.

Toen Arnold van Egmont in 1472 zijn dood zag naderen, verpandde hij zijn hertogdom aan Karel de Stoute. Deze was onder andere hertog van Bourgondië, Brabant, Limburg en Luxemburg en zou dus ook Gelre krijgen van Arnold. De steden en ridderschap wilden Karel echter niet als nieuwe hertog erkennen en wilden Adolf van Egmont, de zoon van Katharina van Kleef, als nieuwe hertog. Deze werd echter door Karel de Stoute sinds 1471 gevangen gehouden. Katharina was zo lang regentes uit naam van Adolf, totdat deze de heerschappij zou kunnen overnemen.

Karel zag zich gedwongen om het hertogdom met geweld in te nemen en begon zo aan een veldtocht langs de Gelderse steden. Op 10 juni 1473 verliet hij met zijn leger Maastricht en na de korte belegering van Roermond was Venlo aan de beurt. Deze belegering duurde niet lang; de Maasstad gaf zich na enkele dagen van felle beschietingen gewonnen. De burgers van Venlo zagen liever niet een buitenstaander over hun stad heersen, en bleven zich ook na de Bourgondische overwinning verzetten tegen deze situatie.

Ook Geldern, Straelen en Goch gaven zich na de inname van Venlo snel gewonnen. Alleen Nijmegen gaf behoorlijk veel verzet en het duurde dan ook langer voordat die stad zich overgaf.