Belle van Zuylen

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Belle van Zuylen
Portret door Maurice Quentin de La Tour (1771)
Portret door Maurice Quentin de La Tour (1771)
"Ik heb geen talent voor ondergeschiktheid"
"Je n’ai pas les talents subalternes"
Algemene informatie
Bijnaam Isabelle de Charrière
Volledige naam Isabella Agneta Elisabeth van Tuyll van Serooskerken
Pseudoniem(en) Belle van Zuylen,
Zélide,
Abbé de la Tour
Geboren 20 oktober 1740
Geboorteplaats Zuilen
Overleden 27 december 1805
Overlijdensplaats Colombier
Land Vlag van Nederland Nederland, Vlag van Zwitserland Zwitserland
Dbnl-profiel
Website
Portaal  Portaalicoon   Literatuur
Guillaume de Spinny: Belle van Zuylen, 1759. Slot Zuylenx.
Maurice Quentin de La Tour: Belle van Zuylen, 1766 in Musée d'art et d'histoire de Genève.
Jens Juel: Belle van Zuylen, 1777.
David-Louis Constant d"Hermenches (1722-1785), met een buste van Voltaire door een onbekende schilder
Léonard Isaac Arlaud (1767-1800): Portret van Charles-Emmanuel de Charrière (1735-1808), haar echtgenoot, 1781.
Onbekende kunstenaar: Benjamin Constant (1767-1830).

Belle van Zuylen of Belle de Zuylen (volledige naam Isabella Agneta Elisabeth van Tuyll van Serooskerken; na haar huwelijk ook Madame Isabelle de Charrière, Zuilen, 20 oktober 1740Colombier, 27 december 1805) was een Nederlandse achttiende-eeuwse Franstalige schrijfster en componist. Ze schreef brieven, (zelf)portretten, fabels, novelles, pamfletten, toneelstukken, opera's (libretti en muziek) en componeerde verder liederen en klaviersonates.

Belle van Zuylen werd in haar tijd zeer gewaardeerd om haar werk, dat evenwel geen grote oplagen kende omdat ze die zelf betaalde (behalve Caliste, dat in Parijs gedrukt werd). Vertalingen verschenen tijdens haar leven in het Duits en in het Engels. Sommige werken verschenen eerder in het Duits dan in het Frans.[1]

Na haar dood werden haar boeken herdrukt. De Franse criticus Sainte-Beuve besprak ze in de jaren 1839-1845. De Zwitser Philippe Godet publiceerde na twintig jaar onderzoek in 1906 een uitgebreide biografie over haar. In 1908 besteedde Marie Loke, de eerste vrouwelijke lector in Nederland, in haar oratie aandacht aan Belle van Zuylen. Later in de twintigste eeuw werd Belle van Zuylen bekender door recensies en vertalingen, vooral toen Simone Dubois en haar man Pierre Dubois vanaf 1969 over haar schreven. Van Zuylens verzameld werk verscheen in het Frans tussen 1979 en 1984 bij uitgeverij van Oorschot te Amsterdam.[1]

Leven[bewerken | brontekst bewerken]

Nederland[bewerken | brontekst bewerken]

Isabella Agneta Elisabeth van Tuyll van Serooskerken werd geboren in een adellijke familie op slot Zuylen aan de Vecht. Ze was de oudste dochter van Diederik Jacob Van Tuyll van Serooskerken (1707-1776), heer van Zuilen en Westbroek (in Utrecht gepromoveerd in de Rechten,[2] voorzitter van de Ridderschap van Utrecht en gedeputeerde ter Staten-Generaal) en Helena Jacoba de Vicq (1724-1768). Ze was de oudste van de zeven kinderen, die onderwijs aan huis kregen van Zwitserse Franstalige gouvernantes en gouverneurs. In de winter verbleef het gezin in hun huis op de Kromme Nieuwegracht 3-5 te Utrecht.

Jeanne-Louise Prevost[bewerken | brontekst bewerken]

Voor haar tiende jaar ging Belle met haar Geneefse gouvernante Jeanne-Louise Prevost (periode 1746[3]-1753) een jaar naar Genève, waar ze Franse les kreeg. Ze speelde toneel in Molières L'École des femmes,[4] en bezocht Chambéry en Aix-les-Bains, waar ze tweemaal naar de thermale baden geweest is.[5] Achteraf gaf ze de voorkeur aan het spelen op het strand aan het Meer van Genève boven haar bezoeken aan Versailles, de schilderijen van L'Arsenal en de decoraties van de Opera van Parijs. In Parijs ontmoetten ze de schilder Maurice Quentin de La Tour, met wie ze dineerden, en Jacques Necker.

In 1753 keerde Prevost om gezondheidsredenen terug naar Genève, echter zonder afscheid te nemen. Ze schreef Belle, die in Den Haag was, een afscheidsbrief en bleef met haar corresponderen tot en met 1758 (zover er brieven bekend zijn). Ze verhuisde naar Neuchâtel, waar Belle haar in oktober-november 1771 bezocht.

Haar ouders gaven haar veel gelegenheid tot leren (lessen Engels, Italiaans, Latijn, Duits, muziek, natuurkunde en godsdienstles voor haar belijdenis). Zij kreeg wiskundeles van Laurens Praalder. Hierdoor was ze beter opgeleid dan de meeste vrouwen en vaak ook mannen uit haar tijd. Frans was in hogere kringen al eeuwenlang, ook elders in Europa, de lingua franca. Belle wilde van "het land van iedereen" zijn. Ze schreef voornamelijk in het Frans.

Liefdesverdriet[bewerken | brontekst bewerken]

Eind 1754 maakte ze kennis met de rooms-katholieke Poolse graaf Pieter Dönhoff, ritmeester van de cavalerie van het Cannenburg-regiment, die bevriend was met haar aangetrouwde oom Leonard de Casembroot (majoor van hetzelfde regiment, dat gelegerd was te Utrecht).[6] Het was liefde op het eerste gezicht van haar kant. Hij toonde echter weinig belangstelling voor haar. Ze werd neerslachtig en verdween achttien maanden om hem niet opnieuw te zien. Ze bleef tot in december op Slot Zuylen en ging toen naar familie in Den Haag.[7] Bij terugkomst schreef ze hem een brief over deze voor haar nog steeds pijnlijke situatie.[8] Ze schonk hem een snuifdoos.[9]

In 1755 schreef Belle aan haar oudste broer Reinout 'Overdenkingen over de vriendschap'.[10]

Na haar anonieme publicatie van Le Noble schreef Dönhoff twee brieven onder pseudoniem. De eerste brief als 'Ridder van Nivers' aan de uitgever van het tijdschrift waar de novelle in verscheen met het verzoek om de naam van de vrouwelijke auteur om met haar te kunnen corresponderen. De tweede brief schreef hij een half jaar later onder het pseudoniem 'Markies d'Arnonville' aan de auteur zelf, via Gijsbert Jan van Hardenbroek, die alle liefdesbrieven die geschreven werden aan zijn geliefde Belle van Zuylen in kopie verzamelde.[11]

De onverwachte dood van Dönhoff op 25 september 1764 te Brakkestein bij Hatert leidde tot vele gesprekken en briefwisselingen. Dönhoff was in februari 1764 ziek naar het kuuroord Aix-la-Chapelle (Aken) vertrokken, waar hij de 17-jarige Engelse Camilla Bennett ontmoette en bezwangerde. Ze vluchtten naar Keulen, waar ze trouwden. In Gelderland trouwden ze voor de kerk.[12] Voor zijn vertrek naar Aken had Dönhoff zich echter al verloofd met een andere Engelse. 'Deze twee vrouwen waren naar Dönhoff te Brakkenstein toe gekomen en hij kon nauwelijks aan hen ontsnappen dan door deze keuze te maken', schreef de burgemeester van Nijmegen in zijn dagboek over zijn overlijden.[13]

Belle schreef enkele dagen na zijn dood een brief naar haar vriendin Susanna Hasselaer: 'Graaf Dönhoff is overleden. Hij was niet getrouwd.'[14] Eind november sprak ze twee uur lang met de schoonzus van Robert Brown, de Schotse dominee van de presbyteriaanse kerk te Utrecht, die de zwangere weduwe van Dönhoff weggehaald had bij haar woedende ouders.[15]

David-Louis de Constant d'Hermenches[bewerken | brontekst bewerken]

De 19-jarige Belle ontmoette de getrouwde Zwitser David-Louis, baron de Constant de Rebecque, seigneur d'Hermenches et Villars-Mendraz (1722-1785), kolonel van een Zwitsers regiment in dienst van de Staten-Generaal (met een reputatie van Don Juan en achttien jaar ouder), op het bal ter gelegenheid van de 17e verjaardag van Carolina van Oranje-Nassau (en haar huwelijk een week later), georganiseerd door haar voogd Lodewijk Ernst van Brunswijk (28 februari 1760). Met haar onconventionele gedrag vroeg zij hém, tegen de etiquette in, ten dans met de vraag: "Danst u niet, mijnheer?" Tijdens de dans bood hij aan haar muziek via haar zus toe te sturen. Tevens stelde hij voor vrienden te worden. Belle antwoordde per brief dat ze de vriendschap graag ingevuld wilde zien met correspondentie. Hieruit ontstond tussen hen een geheime, intensieve, openhartige, meer dan vijftien jaar durende correspondentie. In deze briefwisseling is duidelijk te zien hoe haar epistolair talent zich ontwikkelde. Hij prees Belle van Zuylen om de stijl van haar Franstalige brieven, die hij beter vond dan die van zijn vriend Voltaire. In zijn brieven noemde hij haar Agnès, omdat Belle haar eerste brief aan hem ondertekende met Agnès Isabelle.

Le Noble[bewerken | brontekst bewerken]

Op 22-jarige leeftijd publiceerde ze anoniem haar eerste novelle, Le Noble, in een Franstalig tijdschrift bij uitgeverij Evert van Harrevelt te Amsterdam. De gecorrigeerde versie in boekvorm uit 1763 werd door haar ouders uit de handel genomen, omdat het een satire was op haar eigen milieu, de adel.[16][17][18]

Le Noble werd door de Heer van Obdam & Cie (Jacob Jan van Wassenaer Obdam, zoon van Unico Wilhelm van Wassenaer Obdam, en zijn minnares Rosette Bapiste, toneelspeelster en zangeres[19][20]) bewerkt tot de opera buffa De Deugd is den Adel waerdig (Vertu vaut bien noblesse) en op 2 maart 1769 opgevoerd in de Fransche Comedie te Den Haag, met muziek die mogelijk was gecomponeerd door wijlen zijn vader.[21][22][23]

James Boswell[bewerken | brontekst bewerken]

In augustus 1763 kwam de roodharige James Boswell aan de universiteit te Utrecht Latijnse colleges Burgerlijk recht volgen bij professor Christiaan Hendrik Trotz. Eind oktober noemde hij Belle voor het eerst in zijn dagboek. Hij gebruikte daar al de naam Zélide, zoals zij zichzelf in haar zelfportret genoemd had, en bleef haar zo noemen.

Op 18 juni 1764 ging hij op grand tour en verklaarde aan Belle niet verliefd op haar te zijn. Zij antwoordde: "Je hebt groot gelijk dat ik er niet voor zou deugen om je vrouw te worden, daarover zijn we het volkomen eens, ik heb geen talent voor ondergeschiktheid".[24] Op 16 januari 1766 stuurde hij echter vanuit Parijs een voorwaardelijk huwelijksaanzoek (van zestien pagina's) naar Belles vader, nadat hij daar een dag eerder gesproken had met Belles broer Willem René, over hun beider bewondering en genegenheid voor Belle. Willem René vond hem een goede partij, gezien haar naar zijn mening aanmerkelijke onverschilligheid voor een huwelijk met de markies de Bellegarde. Hij voegde er wijselijk aan toe: "Ik ken je manier van denken, maar niet je karakter." Boswells voorwaarden voor een huwelijk met Belle hielden onder meer in: trouwen volgens de regels van de Kerk. Tevens de uitdrukkelijke afspraak dat Belle moest zweren, ook ten overstaan van haar vader en broers, hem altijd trouw te blijven, nooit plannen te maken voor een ontmoeting of briefwisseling met iemand die niet de goedkeuring zou kunnen wegdragen van haar echtgenoot en haar broers. Én: zonder hun toestemming geen literair werk te laten publiceren of laten opvoeren. Ze zou moeten toezeggen nooit haar stem te verheffen tegen de gevestigde religie of gewoonten van het land waarin ze zich zou bevinden. Ten slotte zouden ook beide vaders moeten instemmen met het huwelijk. Hij vroeg om een snelle en eerlijke beslissing van Belles vader, als deze verwachtte dat Belle nog steeds de voorkeur aan hem zou geven. Hij wilde de brief graag terug en verzocht deze niet met zijn dochter te bespreken.[25] Beide vaders gingen echter niet akkoord met zijn huwelijksplannen.[26]

Vele huwelijkskandidaten uit binnen- en buitenland hebben zich bij haar vader gemeld. Bekend zijn graaf Friedrich von Anhalt-Dessau (1761); Christian von Brömbsen (1762); Jean-Laurent Garcin (1762); neef Frits van Tuyll van Serooskerken (1762); de rooms-katholieke François Noyel, markies van Bellegarde, een vriend van David-Louis de Constant d'Hermenches (1764-66); James Boswell, Laird van Auchinleck (1766); Rijngraaf Friedrich III von Salm-Kyrburg (1766); graaf Georges Ernst von Sayn-Wittgenstein(1768); baron Gijsbert Jan van Hardenbroek[27] (1768); David Wemyss[28], bekend als Lord Elcho (1770).

Charles-Emmanuel de Charrière[bewerken | brontekst bewerken]

Jean-Baptiste Perronneau: Isabella Agneta Elisabeth de Charrière - Belle de Zuylen, 1773

Belle van Zuylen ging op dinsdag 15 januari, op dertigjarige leeftijd, in ondertrouw en trouwde op zondag 17 februari 1771 te Zuilen met de Zwitser Charles-Emmanuel de Charrière de Penthaz (1735-1808), een voormalig leraar van haar broer Willem René in het buitenland (1763-1766), met wie Belle correspondeerde[29] en later intensieve gesprekken voerde, in Den Haag in maart 1769[30] en in Spa in september 1769. Het huwelijk bleef kinderloos. Tijdens de emigratiereis, die in juli begon, verbleef het echtpaar twee maanden in Parijs. Het hoogtepunt was een nieuwe ontmoeting met Maurice Quentin de La Tour. Belle volgde tekenles bij hem. Hij maakte een pastelschets van haar. Beeldhouwer Jean-Antoine Houdon vervaardigde een terracotta buste van haar (met twee gipsen afdrukken voor haar broer Ditie en haar nicht Annebetje). Hun postadres was bij de bank Thellusson, Necker & Cie. Haar man was bevriend met Georges-Tobie de Thellusson, die hen uitnodigde enige dagen te komen logeren. Daar ontmoetten ze Johan Govert Adolph van Hardenbroek, die aan zijn ouders schreef dat Belle nu in het buitenland met Nederlanders Hollands sprak. Ze gingen met hem naar het theater.[31] Tevens ontmoetten ze de ook reeds getrouwde markies de Bellegarde in Parijs.

Zwitserland[bewerken | brontekst bewerken]

Manoir (Landhuis) Le Pontet in Colombier, 2011

In september reisden ze door naar Zwitserland. Het echtpaar vestigde zich in het familiehuis Le Pontet te Colombier (bij Neuchâtel). Belle woonde daar ook met haar schoonvader François (1697-1780) en haar twee ongetrouwde schoonzusters, Louise (1731-1810) en Henriette (1740-1814).

Het kanton Neuchâtel had al lang een grotere godsdienstvrijheid dan andere kantons van Zwitserland, waarmee het nog geen confederatie vormde, en dan Frankrijk. Ook toen het kanton van 1707 tot 1848 een Pruisisch vorstendom was. Er kwamen dan ook vele vluchtingen naar het kanton, zoals de grootvader van moederskant van Belles echtgenoot Béat Louis de Muralt[32] (die in 1719 Le Pontet kocht), Jean Jacques Rousseau en David Wemyss.

In 1777 bracht zij een onaangekondigd bezoekje aan Voltaire in zijn huis te Ferney, samen met een vriendin, Claire Cramer-Delon, die vaker bij hem kwam. Hij trok zich onmiddellijk terug elders in huis, omdat hij cassia had ingenomen.

In 1784 begon haar schrijfcarrière pas goed. Ze verbleef ruim anderhalf jaar in Parijs (1786-1787), waar ze veel tijd besteedde aan componeren en klavecimbel spelen. Ze leerde daar Benjamin Constant kennen in de literaire salon van Amélie Suard-Panckoucke. Constant was een neef van David-Louis Constant d'Hermenches en 27 jaar jonger dan Belle.

Op verzoek van Pierre-Alexandre DuPeyrou, woonachtig in het nabijgelegen Neuchâtel, een vriend van Belle en mecenas van Jean-Jacques Rousseau, werkte ze in 1789-1790 mee aan de correcte uitgave van het tweede deel van 'Bekentenissen', de autobiografie van Rousseau.

Belle van Zuylen overleed op 65-jarige leeftijd op Le Pontet. Bij de begrafenis waren haar seniele echtgenoot en schoonzussen (zoals gebruik was) niet aanwezig. Eind 19e eeuw zijn de twee begraafplaatsen van Colombier geruimd. Waar de restanten herbegraven zijn is niet bekend.

In haar testament liet ze haar geschriften na aan Henriette L’Hardy, een jonge vriendin.

Werken van Isabelle de Charrière[bewerken | brontekst bewerken]

Handschrift van Belle van Zuylen

Proza[bewerken | brontekst bewerken]

Originele publicaties (selectie) en vertalingen ná de publicatie van de Œuvres complètes (1979-1984)[bewerken | brontekst bewerken]

  • 1762: Portrait de Mll de Z., sous le nom de Zélide, fait par elle-même. Triste contradiction. Portrait de Zélide. Inleiding en vertaling Kees van Strien. Leiden, Kopwit, 2005. 41 p. Ill. Irène Prinsen.[33] Frans-Nederlands.
  • 1763: Le Noble - Conte moral in Le Journal étranger combiné avec L’Année littéraire, tijdschrift Amsterdam. - De edelman, in: Alles of Niets. Amsterdam, Meulenhoff, 1986; - De edelman - Een verhaal met zedelijke strekking. Vertaald door Rosalien van Witsen. Met een essay van Nelleke Noordervliet en een uitleiding door Kees van Strien. Amsterdam, Uitgeverij van Oorschot, 2013. 63 p. [17]
  • 1768: Belle publiceert in Gazette d'Utrecht een verslag van Constant d’Hermenches over militaire operaties op Corsica.
  • 1784:
    • Lettres de Mistriss Henley publiées par son amie. Vertaling: Mrs. Henley, in: Alles of Niets. Amsterdam, Meulenhoff, 1986)
    • Lettres neuchâteloises. Vertaling: Brieven uit Neuchâtel. Vertaling en nawoord Leo van Maris. Amsterdam, L.J. Veen, 1997. 104 p.)
  • 1785: Lettres écrites de Lausanne. Vertaling: Cécile, in: Alles of Niets. Amsterdam, Meulenhoff, 1986)
  • 1787: Caliste ou continuation de Lettres écrites de Lausanne. Vertaling: De geschiedenis van Caliste, in: Alles of Niets. Amsterdam, Meulenhoff, 1986.
  • 1788: Bien-Né. Vertaling: Welgeboren, in: Een keuze uit haar werk. Amsterdam, G.A. van Oorschot, 1979.
  • 1788: Réflexions sur la générosité et sur les Princes. Vertaling: Over de noodzaak van edelmoedigheid, in het bijzonder voor vorsten. Inleiding en commentaar Madeleine van Strien-Chardonneau. Vertaling Suzan van Dijk. Oegstgeest, Genootschap Belle de Zuylen, 2005. 40 p. Frans-Nederlands.
  • 1789: Plainte et défense de Thérèse Levasseur. Vertaling: Aanklacht en verdediging van Thérèse Levasseur, in: Een keuze uit haar werk. Amsterdam, G.A. van Oorschot, 1979.
  • 1793
    • Lettres trouvées dans la neige, I-X, Neuchâtel
    • Lettres trouvées dans des porte-feuilles d’émigrés
  • 1795:
    • Elise ou l'Université. Vertaling: IJdelheid en liefde, in: Een keuze uit haar werk. Amsterdam, G.A. van Oorschot, 1979.
    • Trois Femmes. Vertaling Drie vrouwen. Roman., in: Een keuze uit haar werk. Amsterdam, G.A. van Oorschot, 1979).
  • 1798:
    • L’Abbé de La Tour, bundel bestaande uit de novelles Les Ruines de Yedburg, Trois Femmes, Honorine d’Userche en Sainte Anne.[34] Hieruit: Honorine d’Userche : nouvelle de l’Abbé de La Tour. Vertaling: Honorine d'Userche. Als liefde aan het taboe ten ondergaat. Vertaald en ingeleid door Simone en Pierre Dubois. Den Haag, Nijgh & Van Ditmar, 1985. 98 p.
  • 1799:
    • Sainte-Anne. Vertaling: Mijnheer Sainte Anne. Vertaling Johanna Stouten. Amsterdam, Querido, 1985. 107 p.). Uitgave van een deel van deze novelle Sainte-Anne
    • L' Abbé de la Tour, Lettre de Monsieur Sainte Anne à Mademoiselle De Kerber. Vertaling Hans van Amstel. Den Haag, De Althaea Pers, 1999. 15 p. Frans-Nederlands.
  • 1806: Sir Walter Finch et son fils William. Vertaling: Brief van Walter Finch aan zijn zoon. Vertaald en ingeleid door Simone en Pierre Dubois. Den Haag, Nijgh & van Ditmar, 1987. 96 p.

Essays[34][bewerken | brontekst bewerken]

  • 1786: Examen de la tragédie d’Electre
  • 1787: Observations et conjectures politiques
  • 1789: Lettres d'un évêque francais à la nation
  • 1788: Réflexions sur la générosité et sur les Princes. Vertaling: Over de noodzaak van edelmoedigheid, in het bijzonder voor vorsten. Inleiding en commentaar Madeleine van Strien-Chardonneau. Vertaling Suzan van Dijk. Oegstgeest, Genootschap Belle de Zuylen, 2005. 40 p. Frans-Nederlands)
  • 1797: Réponse à l’écrit du colonel de La Harpe intitulé: De la neutralité des gouvernans de la Suisse depuis l’année 1789

Moderne uitgaven van Isabelle de Charrière / Belle de Zuylen[bewerken | brontekst bewerken]

Wetenschappelijke uitgaven van de originele teksten[bewerken | brontekst bewerken]
  • Œuvres complètes, Édition critique par J-D. Candaux, C.P. Courtney, Pierre H. Dubois, Simone Dubois-de Bruyn, P. Thompson, J. Vercruysse, D.M. Wood [M. Flothuis, A. Schnegg et M. Gilot]. Amsterdam, G.A. van Oorschot, 1979-1984. Tomes 1-6, Correspondance; tome 7, Theatre; tomes 8-9, Romans, Contes et Nouvelles; tome 10, Essais, Vers, Musique. ISBN 9789028205000
  • Die wiedergefundene Handschrift: Victoire ou la vertu sans bruit. Magdalene Heuser. In: Editio. Internationales Jahrbuch für Editionswissenschaft. 11 (1997), p. 178-204. ISSN 0931-3079[35]
  • van Strien, K.: Isabelle de Charrière (Belle de Zuylen). Early Writings. New Material from Dutch Archives, Series: La République des Lettres, 25 Éd. Kees van Strien, Leuven, Éditions Peeters, 2005. VI-338 p. ISBN 978-90-429-1646-3[36]
  • Correspondances et textes inédits. Éd. Guillemette Samson, J-D. Candaux, J. Vercruysse et D. Wood. Paris, Honoré Champion, 2006 423 p. ISBN 978-2-7453-1310-2, dat onder andere vier teksten en 27 brieven van en aan Belle van Zuylen bevat die zijn gevonden ná de publicatie van de Œuvres complètes (J-D. Candau en anderen) zoals:

Na de brieven uit Correspondances et textes inédits (Éd. Guillemette Samson en anderen, 2006) zijn nog de volgende brieven gevonden:

Herdrukken[bewerken | brontekst bewerken]
  • Une aristocrate révolutionnaire : écrits, 1788-1794, Éd. Isabelle Vissière; index et notes Jean-Louis Vissière. Paris, Édition des femmes, 1988.
  • Une liaison dangereuse : correspondance avec Constant d’Hermenches, 1760-1776, Éd. Isabelle et Jean-Louis Vissière. Paris, La Différence, 1991.
  • Lettres neuchâteloises, Éd. Isabelle et Jean-Louis Vissière, préface Christophe Calame. Paris, La Différence, 1991.
  • Honorine d’Userche : nouvelle de l’Abbé de La Tour. Toulouse, Ombres, 1991.
  • Lettres trouvées dans des portefeuilles d’émigrés : 1793, préface Colette Piau-Gillot. Paris, Côté-Femmes, 1993, (Des femmes dans l’histoire.)
  • Trois femmes. Préface Claire Jaquier. Lausanne, L’Âge d’Homme, 1996.
  • Correspondance Isabelle de Charrière et Benjamin Constant (1787-1805), Éd. Jean-Daniel Candaux. Paris, Desjonquères, 1996.
  • Sainte Anne, Éd. Yvette Went-Daoust, Amsterdam, Rodopi, 1998.
  • Sir Walter Finch et son fils William : suivi de lettre à Willem-René Van Tuyll Van Serooskerken, Éd. Valérie Cossy. Paris, Desjonquères, 2000.
Correspondentie (vertaald)[bewerken | brontekst bewerken]
  • Rebels en beminnelijk. Brieven van Belle van Zuylen-Madame de Charrière (1740-1805) aan Constant d'Hermenches, James Boswell, Benjamin Constant en anderen 1760-1805. Uitgezocht, ingeleid en vertaald door Simone Dubois. Amsterdam, Arbeiderspers, 1971 / 1979. 178 p.[50]
  • Ik heb geen talent voor ondergeschiktheid. Belle van Zuylen in briefwisseling met Constant d'Hermenches, James Boswell en Werner C.W. van Pallandt. Vertaling en nawoord Greetje van den Bergh. Amsterdam, G.A. van Oorschot, 1987 744 p.
  • Je bent een allerbeminnelijkste dwaas. Belle van Zuylen in briefwisseling met Benjamin Constant. Vertaling en voorwoord Greetje van den Bergh. Amsterdam, G.A. van Oorschot, 1990. 528 p.
  • Agnès à d'Hermenches. Lettre du 3 octobre 1768. Vertaald door Greetje van den Bergh. Woubrugge, Avalon Pers, 1990. 32 p. (Frans-Nederlands).
  • Lettre à James Boswell - brief aan James Boswell. Vertaald door Pierre H. Dubois. La Haye, Mikado Pers, 1994. 19 p. (Frans-Nederlands).
  • Brief aan Vincent [haar broer] [14.07.1780]. Vertaald door Pierre en Simone Dubois. Prent van Doortje de Vries. Apeldoorn, Eikeldoorpers, 1998. 14 p. (Frans-Nederlands).
  • Boswell en Holland met de volledige correspondentie met Belle van Zuylen. Vertaald, bewerkt en ingeleid door Jan Pieter van der Sterre m.m.v. C.D. van Strien. Amsterdam, Atlas, 2000. 456 p.
Themavertalingen uit haar brieven en verhalen[bewerken | brontekst bewerken]
  • Trix Trompert-van Bavel: Belle van Zuylen en haar honden. Groenlo, in eigen beheer, 2014. 31 p. ISBN 9789081290104 (Nederlands - Frans)
  • "A Teaching Devil". Lessen voor het leven, brief- en romanfragmenten. Vertaling Marjolein Hogewind-Laffrée. Wassenaar, Genootschap Belle van Zuylen, 2015. 56 p.

Vertalingen uit het Frans in andere talen[bewerken | brontekst bewerken]

Uit het Frans zijn er vele vertalingen van de verhalen van Isabelle de Charrière gemaakt. Hier wordt de eerste vertaling per taal van een originele Franse titel genoemd (niet vertalingen van haar brieven of recente vertalingen).

  • in het Duits 1772 Le noble
  • in het Engels 1799 Lettres écrites de Lausanne en Caliste;
  • in het Nederlands 1942 Caliste
  • in het Deens 1980 Le noble, Mrs. Henley
  • in het Japans 1992 Le noble
  • in het Italiaans 2005 Mrs. Henley, Lettres écrites de Lausanne, Lettres Neuchâteloises
  • in het Koreaans 2011 Mrs. Henley

In 2007 verscheen de vertaling van Emma Rooksby: Three women: a novel by the Abbé de la Tour, New York: Modern Language Association of America. Verder zijn er ook wetenschappelijke publicaties over Belle van Zuylen en haar werk verschenen in het Russisch 1930; Spaans 1937; Noors 1988; Turks 2001; Hebreeuws 2009.

Toneel en libretti[34][bewerken | brontekst bewerken]

  • 1785
    • (opgevoerd): La famille d’Ornac, blijspel
    • (genoemd in brief): L’Incognito, libretto
  • 1788: Les Phéniciennes, tragedie gedrukt in Neuchâtel
  • 1789: (repetities): Attendez revenez, bijspel
  • 1790: Polyphème ou le Cyclope, operalibretto
  • 1792: Zadig, opera, voltooid
  • 1794
    • L’Emigré , toneel
    • La parfaite Liberté ou les vous et les toi, toneel
    • Elise ou l’Université, toneel
  • (vóór) 1796: L’Extravagant, toneel
  • 1800: L’Enfant gâté ou le fils et la nièce, toneel

Composities[bewerken | brontekst bewerken]

  • 1983: Composities van Belle van Zuylen. 1. Airs et Romances, 2. Menuetten, 3. Klaviersonates. Geredigeerd en ingeleid door Marius Flothuis. Amsterdam, Donemus, 1983. ISBN 9789074560399
  • 2005: Chansonette bretonne. Menuetto IV & Trio. Inleiding Wim Aerts & Els van Swol. In: Akkoord (2005), no. 3 (juni-juli), p. 19-22.

Iconografie: portretten van Belle van Zuylen[bewerken | brontekst bewerken]

Chronologisch:

Gebaseerd op:

Bibliografie[bewerken | brontekst bewerken]

Chronologisch:

  • Philippe Godet[91], Madame de Charrière et ses amis, d’après de nombreux documents inédits (1740-1805) avec portraits, vues, autographes, etc. Genève, A. Jullien, 1906 (xiii,519 p. + 448 p.)
  • Victor E. van Vriesland: Biografische inleiding bij zijn vertaling van 'Caliste' als Geschiedenis van Caliste. Amsterdam, L.J. Veen, 1942.[92]
  • Titia J. Geest: Madame de Charrière, een leven uit de 18de eeuw. Assen, Van Gorcum, 1955. - 121 p.
  • Simone Dubois, Leven op afstand. Zaltbommel, Europese Bibliotheek, 1969. 232 p.
  • Werkgroep 18e eeuw. Documentatiebladen 27, 28, 29: Actualité d'Isabelle de Charrière 1975. 300 p.[93]
  • C.P. Courtney: A preliminary bibliography of Isabelle de Charrière (Belle de Zuylen). Oxford, Voltaire Foundation, 1980. 157 p.
  • Alix Deguise, Trois femmes : le monde de Madame Charrière. Genève: Slatkine, 1981. 236 p.
  • C.P. Courtney: Isabelle de Charrière (Belle de Zuylen). A secondary bibliography. Oxford, Voltaire Foundation, 1982. 50 p.
  • Pierre Dubois en Simone Dubois: Zonder Vaandel. Belle van Zuylen 1740-1805, een biografie. Amsterdam, G.A. van Oorschot, 1993. 856 p.
  • C.P. Courtney: Isabelle de Charrière (Belle de Zuylen). A biography. Oxford, Voltaire Foundation, 1993. 810 p.
  • Association Suisse Isabelle de Charrière. Une Européenne: Isabelle de Charrière en son siècle. Neuchâtel, Attinger, 1994. 353 p.
  • C.P. Courtney: Belle van Zuylen and Philosophy. Utrecht, Universiteit Utrecht, 1995. 32 p. ISBN 9789073446502
  • Yvette Went-Daoust: Isabelle de Charrière: De la correspondance au roman épistolaire Amsterdam, Rodopi, 1995. 140 p.
  • Yvette Went-Daoust (red.): Belle de Zuylen / Isabelle de Charriere. Ecrivain des Lumieres. In: Rapports-Het Franse Boek, 70 (2000), p. 66-116.[94]
  • Jacquline Letzter and Robert Adelson: Women Writing Opera: Creativity and Controversy in the Age of the French Revolution. Berkeley CA, University of California Press, 2001. xvii, 341 p.
  • Vincent Giroud and Janet Whatley: Isabelle de Charrière. Proceedings of the international conference held at Yale University, 2002. New Haven CT. The Beinecke rare book and manuscript library, 2004. v, 151 p.
  • Monique Moser-Verrey: Isabelle de Charrière and the Novel in the 18th century. Utrecht, Universiteit Utrecht, 2005. 32 p.
  • Nicole Pellegrin: Useless or pleasant? Women and the writing of history at the time of Belle van Zuylen (1740-1805). Utrecht, Universiteit Utrecht, 2005.
  • Suzan van Dijk, Valérie Cossy, Monique Moser-Verrey, Madeleine van Strien-Chardonneau: Belle de Zuylen / Isabelle de Charrière: Education, Creation, Reception Amsterdam, Rodopi, 2006, 343 p.[95]
  • Valérie Cossy, Isabelle de Charrière : écrire pour vivre autrement, Lausanne, Presses polytechniques et universitaires romandes, 2012, 144 p. ISBN 978-28-807-4951-4
  • Monique Moser-Verrey, Isabelle de Charrière : salonnière virtuelle. Un itinéraire d'écriture au XVIIIe siècle. Paris, Éd. Hermann, 2013. 370 pages. ISBN 9782705686956
  • Kees van Strien, Belle van Zuylen. Een leven in Holland. Soesterberg, Aspekt, 2019.[96] ISBN 978-94-6338-744-6

Belle en haar werk in romans, toneel, muziek en film[bewerken | brontekst bewerken]

Chronologisch:

Romans[bewerken | brontekst bewerken]

  • Johan van der Woude, Belle van Zuylen. Amsterdam, De Spieghel / Mechelen, Het Kompas, [1934].[97][98][99]
  • Dorothy Farnum. De godin van Oud-Zuilen. Amsterdam, Elsevier, 1960.
  • Joke J. Hermsen, De liefde dus. Roman over Belle van Zuylen. Amsterdam: Arbeiderspers, 2008.
  • Amalia Baracs, Klokkenspel voor Belle van Zuylen. Ill. Marthe Philipse. Amsterdam, Gopher, 2015. ISBN 9789051799163

Toneel[bewerken | brontekst bewerken]

  • Annemarie Prins. Schrijf aan mij, houd van mij. Amsterdam, Theatergroep Terzijde, 1975.[100]
  • Ethel Portnoy, Belle van Zuylen ontmoet Cagliostro. Toneelstuk in twee bedrijven. Amsterdam, Meulenhoff, 1978.[101][102]
  • Brieven, Haarlem, Stichting Toneelschuur Producties, 1981.[103]
  • Nelleke Noordervliet, Belle en Benjamin. Amsterdam, FRI-Theatergroep CREA, 1990.[104],[105]
  • Carel Alphenaar en Hanna Laus, De absolute vrijheid of het gejij en gejou. Den Haag, Theaterfestival, 6 september 1991.[106][107][108]
    • Een bewerkte uitvoering [109] als kostuumdrama door toneelgroep ‘Het Portret Spreekt’ onder regie van Gepke Witteveen. Den Haag, theater Première Parterre, 27 mei 2017.[110][111]
  • Ineke ter Heege & Jan-Jaap Jansen, Belle of geen talent voor ondergeschiktheid. Monnickendam, Theatergroep de Kern, 1993.[112]
  • Spectacle-lecture van De Vluchteling (L'Emigré) en De Ontroostbare (L'Inconsolable) door fRi-theatergroep CREA, regie: Liliane Alexandrescu, vertaald door Marjolein Laffree. Slot Zuylen 26 oktober 2002.
  • L'année de Belle, une belle année in Slot Zuylen door theatergroep Maarssen’32 onder regie van Ineke de Jongh juni 2005.[114]
  • Wilko Tieben, Belle in de geest van Voltaire in het kerkje van Oud Zuilen door theatergroep Maarssen’32 onder regie van Dea Koert november 2005.
  • Alana Gillespie, Eenakter Belle&James door het Engelstalige toneelgezelschap Boisterous Oyster Playhouse op 23 maart 2008 in het Slot Zuylen.[115]
  • A.M.R. Gillespie en H.J Vinke, Vijf Nederlandse toneelstukken over Belle van Zuylen in kamers van Slot Zuylen op 23 november (en 7 december) 2008 door het Boisterous Oyster Playhouse.[116]
  • Op bezoek bij Belle. Een toneelimpromptu. Toneelgroep FRI-CREA, onder regie van Liliana Alexandrescu. Slot Zuylen, 15 november 2015.[117]
  • La Noble ou l’art d’être une belle noble, een Nederlandse toneelbewerking van Le Noble, de eerste roman van Belle van Zuylen, door Eva Mathijssen onder regie van Gepke Witteveen gespeeld in het theater Première Parterre te Den Haag op 19 oktober 2019.[118]

Muziektheater[bewerken | brontekst bewerken]

  • Très Belle, een muzikaal brievenverhaal door acteurs Maaike van der Meer en Boris van den Wijngaard en claveciniste Martine Visser in Salon Saffier te Utrecht op 14 september 2008.[119]
  • Belle en Boswell soiree, een muzikale vertolking van de briefwisseling tussen Belle van Zuylen en James Boswell door Crissman Taylor en celliste Maaike Peters op 11 november 2012 (try-out bij het project 'Gluren bij de buren - Lunetten' van theater De Musketon).
  • Belle van Zuylen muzikaal. Maaike Peters (cello, Belle), Crissman Taylor (mezzo-soprano) en Robert Hoving (bariton, Boswell) brengen op muzikale wijze een bijzondere briefwisseling van Belle van Zuylen naar de Dorpskerk te Blaricum op 24 maart 2013.[120]
  • Belle and Boswell. An unconventional correspondence. Crissman Taylor (mezzo-soprano), Maaike Peters (cello, en Belle) en Robert Hoving (bariton, Boswell) op 21 juni 2013 Huygens instituut te Den Haag.[121]
  • Op bezoek bij Belle, een muzikaal verhaaldiner door Anneke Laverman en Marloes Robijn met muziek van Berend Ike op 3 november 2013 in de werfkelder In De Ruimte te Utrecht.[122]
  • Belle and Boswell Deliciously ill-faded.. Muzikaal theaterstuk van Crissman Taylor, zang, Maaike Peters, cello (Belle), Robert Hoving, zang (Boswell) en Elizabeth van Malde, piano op 10 mei 2014 Noord-Hollands Archief Haarlem.[123]
  • Voorstelling van Tamar Muziek Theater met Anita van Soest (Belle) en Paul Gelsing over Belle van Zuylen op 20 oktober 2019 in Slot Zuylen.[124]

Film en TV[bewerken | brontekst bewerken]

Receptie[bewerken | brontekst bewerken]

  • Johann Wolfgang Goethe heeft een recensie geschreven in de Frankfurter Gelehrten Anzeigen (03.11.1772) over het in het Duits vertaalde boek (van 'Le Noble') Die Vorzüge des alten Adels, (anoniem uitgegeven, vertaald door Johann Lorenz Benzler), Lemgo, Meyer, 1772.[125]
  • August Wilhelm Schlegel heeft een recensie geschreven in de Allgemeine Literatur-Zeitung (04.10.1796) over het in het Duits vertaalde boek 'Honorine von Üserche, oder die Gefahr der Systeme. Eine Novelle von dem Abbé de la Tour', vertaald door Ludwig Ferdinand Huber[126], Leipzig, Peter Philipp Wolf, 1796.

Eerbewijzen aan Belle van Zuylen[bewerken | brontekst bewerken]

  • In 2004 werd Belle van Zuylen gekozen tot Grootste Utrechter aller tijden.[127]
  • In 2007 is Belle van Zuylen gekozen in het Pantheon[128] van het Literatuurmuseum: permanente expositie van de tophonderd van (overleden) schrijvers als hoogtepunten uit de literaire cultuur. (Opening expositie maart 2010).
  • In 2008 werd de Utrechtse Literaire Canon vastgesteld met Belle van Zuylen op de eerste plaats.[129]

Vernoemingen[bewerken | brontekst bewerken]

Genootschap Belle van Zuylen[bewerken | brontekst bewerken]

  • Simone Dubois en Pierre H. Dubois, die in oktober 1990 het bestuur van het Genootschap Belle de Zuylen verlieten, werden benoemd tot ereleden van het Genootschap Belle de Zuylen. Simone Dubois werd tevens verkozen tot Ridder in de Kroonorde van België.
  • Het 40-jarig jubileum van het Genootschap Belle van Zuylen werd gevierd op 10 en 11 mei 2014. Op 10 mei werd het Genootschaps-archief overgedragen, als wetenschappelijk archief, aan het Noord-Hollands Archief te Haarlem.[130] Op 11 mei werd de oprichting van het Genootschap herdacht op Slot Zuylen.[131]
  • Het Genootschap Belle van Zuylen heeft zowel in 2015 als in 2017 een Engelstalig congres gehouden in Chawton, Hampshire, Engeland. Het eerstgenoemde in het Chawton House Library. 'The Centre for the Study of Early Women's Writing, 1600-1830' van 15–19 september 2015 getiteld 'Isabelle de Charrière et l’ Angleterre'. Het tweede congres van 5-10 september 2017 in het Jane Austen’s House Museum met als titel 'Belle meets Jane'.
  • Het 45-jarig jubileum van het Belle van Zuylen Genootschap werd herdacht op 25 mei 2019 in Slot Zuylen met het thema Eten en koken in de 18e eeuw. Tevens was er op 26 mei 2019 in het Geelvinck Muziek Museum te Zutphen een lezing over de Opera's van Belle van Zuylen en een concert gespeeld op piano forte en klavecimbel met muziek van vrouwelijke componisten waaronder Belle van Zuylen.

Locaties en geplande toren[bewerken | brontekst bewerken]

  • Omstreeks 2006 was er een plan om in Leidsche Rijn een toren met de naam Belle van Zuylen met een hoogte van 262 meter te bouwen. Dit plan is in januari 2010 geschrapt door de gemeente Utrecht en de projectontwikkelaar door de te hoge financiële risico's.
  • De gemeenten Alkmaar, Amstelveen, Amsterdam, Apeldoorn, Arnhem, Castricum, Culemborg, Gilze-Rijen, Goirle, Gorinchem, Gouda, Haarlem, Heemstede, Hoofddorp, Huizen, Leiden, Maassluis, Oud-Zuilen, Pijnacker, Spijkenisse, Tilburg, Utrecht, Venray, Weert, Zoetermeer, en Zuid-Scharwoude hebben of een brink, brug, hof, hove, laan, pad, plein of straat naar haar vernoemd.

Postzegels[bewerken | brontekst bewerken]

Prijzen[bewerken | brontekst bewerken]

  • De Belle van Zuylenprijs werd in 1984 toegekend aan Simone Dubois-de Bruyn en in 1987 aan Charles B. Timmer.[134]
  • De Belle van Zuylenroos, een roze roos van 75 cm lang, werd op de herdenking van de 250e geboortedag van Belle, oktober 1990 door rozenkwekerij Buisman BV uit Heerde, die de roos zo genoemd heeft, geschonken aan het Genootschap Belle de Zuylen-Association Isabelle de Charrière. Het is een variëteit van de 'Rosa Polyantha', het nationaal symbool van de Maldiven.[135]

Wetenschap[bewerken | brontekst bewerken]

  • Op de Belle van Zuylen Leerstoel van de Universiteit Utrecht zijn benoemd (met het onderwerp leven en werk van Belle van Zuylen): Cecil Courtney (1995), Monique Moser-Verrey (april 2005), Nicole Pellegrin-Postel (oktober 2005).
  • Het Belle van Zuylen instituut, het interfacultair postdoctoraal onderzoeksinstituut op het gebied van vrouwenstudies aan de Universiteit van Amsterdam, werd zo genoemd in 1992 met als voorzitter/directeur Selma Leydesdorff. Het was al in 1990 opgericht om de onderzoeksgroepen vrouwenstudies verdeeld over tien faculteiten te ondersteunen met als doel onderzoek te bevorderen en te ontwikkelen, discussies te stimuleren en postdoctoraal onderwijs te verzorgen. Inmiddels is het opgeheven door het niet toekennen van subsidies.
  • Het congres ‘Belle de Zuylen / Isabelle de Charriere: Education & Creation’ vond plaats van 6 tot en met 9 april 2005 in het Academiegebouw van de Universiteit Utrecht en in Slot Zuylen. De aanleiding hiervoor was de 'bicentenaire' van de dood van Isabelle de Charrière, die op 27 december 1805 in Zwitserland overleed. Georganiseerd door het Genootschap Belle van Zuylen, in samenwerking met de Universiteit Utrecht.
  • In 2005 werd een Belle van Zuylen Lezing ingesteld als onderdeel van het ILFU (International Literature Festival Utrecht) (voorheen City2Cities); een serie voordrachten over literatuur en maatschappij (niet over Belle van Zuylen) door gerenommeerde hedendaagse auteurs, zoals Hans Magnus Enzensberger (2006), Jeanette Winterson (2007), Azar Nafisi (2009), Michel Faber (2011), Paul Auster (2012) en Chimamanda Ngozi Adichie (2020). Vanaf 2020 werd hieraan een ereprijs verbonden, de Belle van Zuylenring, die de eerste keer dan ook werd uitgereikt aan Chimamanda Ngozi Adichie.[136][137]
  • De planetoïde 9604 Bellevanzuylen is naar haar vernoemd in 30 december 1991 door zijn ontdekker Eric Walter Elst.[138][139]

Overig[bewerken | brontekst bewerken]

  • In 2018 heeft de Stichting Tussenvoorziening hun centrum voor hulp aan sekswerkers te Utrecht de naam 'Belle' gegeven op grond van haar onafhankelijke levenshouding tot uiting komend in de citaten 'Ik vraag geen vrijheid van denken, die heb ik' en 'ik heb geen talent voor ondergeschiktheid'.[140]

Onjuiste beweringen over Belle van Zuylen[bewerken | brontekst bewerken]

Ten onrechte wordt op internet beweerd dat Belle van Zuylen correspondeerde met Voltaire, Jean-Jacques Rousseau en Immanuel Kant. Er is namelijk geen enkele brief of indirect bewijs voor deze beweringen overgeleverd.

Ook worden romans over haar ten onrechte opgevat als biografieën.

Externe links[bewerken | brontekst bewerken]

Algemeen[bewerken | brontekst bewerken]

Bibliografie[bewerken | brontekst bewerken]

Bulletin van het Genootschap Belle van Zuylen[bewerken | brontekst bewerken]

Het jaarlijkse Bulletin had verschillende namen: Lettre de Zuylen et du Pontet (1976-2005), Cahiers Isabelle de Charrière (2006-2015), Lettre de Zuylen (2017-).

Brieven[bewerken | brontekst bewerken]

Muziek[bewerken | brontekst bewerken]

Merklap[bewerken | brontekst bewerken]

Scans van werk van Belle van Zuylen[bewerken | brontekst bewerken]

Isabelle de Charrière op books.google.nl: