Beneluxtunnel

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Beneluxtunnel
Beneluxtunnel-januari-2005-1.jpg
Algemene gegevens
Locatie Rotterdam; Schiedam, langs de grens met Vlaardingen
Coördinaten 51° 54′ NB, 4° 22′ OL
Gaat onder Nieuwe Maas
Lengte totaal 1300 m (I), 1348 m (II)
Lengte gesloten deel 795 m (I), 900 m (II), 1267 m (metro)
Breedte 45,25 m (II)
Rijstroken 8
Beheerder Rijkswaterstaat[1]
Bouw
Bouwperiode 1997-2002
Opening 1967, 2002
Gebruik
Weg A4
Verkeersintensiteit 127.353 voertuigen per dag
Beneluxtunnel
Beneluxtunnel
Portaal  Portaalicoon   Verkeer & Vervoer

De Beneluxtunnel is een oeververbinding onder de Nieuwe Maas bestaande uit meerdere tunnels, tussen Vlaardingen/Schiedam en Hoogvliet voor motorvoertuigen, fietsers en de Rotterdamse metro (Lijn C). De weg door de Beneluxtunnel is de A4.

Eerste Beneluxtunnel[bewerken]

De totstandkoming van de Beneluxtunnel is met name te danken aan de Vlaardingse burgemeester mr. Jan Heusdens. De geplande Rijksweg 19/Zoomweg tussen Vlaardingen en Schiedam stond in de jaren 1960 niet hoog op de prioriteitenlijst van Rijkswaterstaat. Heusdens beijverde zich desondanks voor de totstandkoming van deze tunnel, die hij van groot belang achtte voor de ontwikkeling van Vlaardingen. Vanaf de opening in 1967 tot eind 1979 was de Beneluxtunnel een toltunnel, geëxploiteerd door een maatschappij waarvoor hij de aanzet gaf.[2] Er was destijds een tolplein aan de zuidzijde van de tunnel. Per passage moesten automobilisten een gulden betalen; voor vrachtwagens moest een rijksdaalder worden betaald. Voor veel Vlaardingers was het lastig te verkroppen dat de weg waarvoor hun burgemeester zich zo had ingespannen door grenswijzigingen tijdens de aanleg uiteindelijk op Schiedams grondgebied kwam te liggen.

In de ‘ruit om Rotterdam’ ligt aan de westzijde de A4 tussen het Kethelplein (N) en het Beneluxplein (Z) met daarin opgenomen de Beneluxtunnels.

In de jaren ’60 was de behoefte groot aan meer oeververbindingen dan de Maastunnel en de diverse pontveren. Om onder andere deze reden is de opzet van de “ruit om Rotterdam” tot stand gekomen. Aan de oostzijde verzorgt sinds 1964 de van Brienenoordbrug de gewenste noord-zuidverbinding, terwijl de eerste Beneluxtunnel sinds 1967 de westelijke zijde voor de rekening neemt.

Tweede Beneluxtunnel[bewerken]

De toename van alle wegverkeer maakten de aanleg van een tweede Brienenoordbrug noodzakelijk. Uiteindelijk werd deze in 1989 vrijgegeven voor het wegverkeer. De files aan de oostzijde van Rotterdam was hiermee opgelost. De problemen aan de westzijde werden hiermee niet voldoende opgelost. In 1993 is daarom door het kabinet besloten tot aanleg van de Tweede Beneluxtunnel. Om tot uitvoering over te kunnen gaan werden wel eisen gesteld aan de vormen van vervoer. Opdracht voor het project Tweede Beneluxtunnel werd: fileoplossend en diverse vervoersvormen in één tunnel combineren, een snelle bouwtijd en de bestaande vervoersstromen zowel over het water (Nieuwe Maas) als de weg (A4) zo min mogelijk hinderen. Bij de aanpak van bovengenoemde opdracht is gekozen voor oplossingen waarmee zowel de economische ontwikkeling van de Rotterdamse haven als ook het milieu gediend zijn. Dat betekent het mogelijk maken van het scheiden van niet strikt noodzakelijk autoverkeer van het economisch belangrijke verkeer en uiteraard het bieden van goede vervoersalternatieven. Dit is bereikt door niet alleen extra rijstroken aan te leggen maar vooral ook de realisatie van een goede fietsverbinding, een betere metroverbinding voor deze regio. De opening van de Tweede Beneluxtunnel, inclusief metro, vond plaats op 2 november 2002.

De veerdienst voor voetgangers en fietsers tussen Vlaardingen en Pernis is na de opening van de nieuwe tunnel beëindigd omdat de metro en de fietstunnel een goed alternatief vormen.

Tunnelbuizen[bewerken]

De nieuwe tunnel bestaat uit twee buizen voor het autoverkeer in noordelijke richting (buizen D en E), een servicetunnel (buis C), een fietstunnel en een metrotunnel (in gebruik voor metrolijn C). De oude tunnelbuizen A en B worden beiden gebruikt voor het autoverkeer in zuidelijke richting. Alle tunnelbuizen voor autoverkeer hebben twee rijstroken, bij de uitgang van tunnelbuis A komt er meteen een derde strook bij. De tunnelbuizen kunnen als volgt worden opgesomd:

  • Eerste Beneluxtunnel
    • Buis A bevat 2 rijstroken voor verkeer van noord naar zuid
    • Buis B bevat 2 rijstroken voor verkeer van noord naar zuid
  • Tweede Beneluxtunnel
    • Buis C is 6,60 meter breed, heeft 1 rijstrook en doet dienst als servicekoker
    • Buis D is 9,85 meter breed, heeft 2 rijstroken voor verkeer van zuid naar noord
    • Tussen buis D en E bevindt zich een dienstkoker en tevens vluchtgang
    • Buis E is 9,85 meter breed, heeft 2 rijstroken voor verkeer van zuid naar noord
    • Buis F is 4 meter breed en bevat 2 rijstroken voor fiets- en voetgangersverkeer
    • Buis G is 4,35 meter breed en bevat 1 metrospoor
    • Buis H is 4,35 meter breed en bevat 1 metrospoor

Foto's[bewerken]