Beothuk (volk)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Landkaart van Newfoundland, het oorspronkelijke leefgebied van de Beothuk

De Beothuk waren een inheems Amerikaans volk dat leefde op het Canadese eiland Newfoundland. Ze leefden in familiale groepen die meestal bestonden uit 35 tot 55 personen.[1] Er zijn goede aanwijzingen dat de Beothuk bij het moment van aankomst van de Europeanen in Newfoundland amper 500 à 700 individuen telden over het hele eiland.[1]

De komst van de Europeanen – die zich langsheen de kusten vestigden – en het geweld dat daar mee gepaard ging, dwong de Beothuk geleidelijk aan om hun op de zee gerichte levensstijl te verlaten en zich zo veel als mogelijk op het afgelegen binnenland te richten. Dit bemoeilijkte hun overleven, net zoals de de ziektes die Europeanen meebrachten en waartegen ze niet immuun waren, zoals tuberculose. De Europese kolonisten deinsden er bij momenten overigens niet voor terug om Beothuk systematisch te vermoorden of zelfs jacht op hen te voeren, inclusief vrouwen en kinderen.[2]

Shanawdithit[bewerken]

De laatste gekende volbloed Beothuk was een vrouw genaamd Shanawdithit (ca. 1801–1829), die in 1823 tezamen met haar moeder en zus van de hongerdood gered werden door Europeanen. Zij was de enige van de drie die niet snel bezweek aan tuberculose en ze leefde nog jaren als dienstmeid bij John Peyton Jr. Deze maakte vele notities over de Beothukcultuur op basis van Shanawdithit's verklaring, die zelf ook tekeningen maakte. Deze zijn cruciale bronnen voor studie van de Beothuk. Na haar dood in 1829 (aan tuberculose) werd haar volk officieel als uitgestorven verklaard. Door het uitsterven van de Beothuk is er zeer weinig geweten over hun taal.