Beperkingen

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Met beperkingen wordt in het strafrecht bedoeld dat een verdachte tijdens zijn voorlopige hechtenis beperkende maatregelen opgelegd heeft gekregen.

Inhoudelijk[bewerken]

De beperkende maatregelen kunnen onder meer bestaan uit:

  • Mediaverbod (de verdachte mag geen TV kijken, krant lezen, of radio luisteren);
  • Telefoonverbod (de verdachte mag geen telefonische contacten hebben, dan alleen met zijn advocaat, of justitie);
  • Algeheel contactverbod (de verdachte mag dan geen contact hebben met mede-gedetineerden (gevangenen), en moet dus gescheiden van iedereen eten, luchten en sporten).

Wanneer er beperkingen zijn opgelegd aan een verdachte wordt de inkomende en uitgaande post van de verdachte altijd gecensureerd door de autoriteit (bijvoorbeeld de rechter-commissaris of de officier van justitie) die het bevel beperkingen heeft gegeven.

Doel van de beperkingen[bewerken]

Het opleggen van beperkingen moet volgens de wet altijd als doel hebben dat de verdachte het onderzoek niet kan frustreren (tegenwerken). Beperkingen (kunnen) worden opgelegd wanneer er aanwijzingen zijn dat:

  • de verdachte via mede-gedetineerden, of telefonisch contact zal opnemen met mede-verdachten die nog niet zijn aangehouden;
  • de verdachte de getuigen zal bedreigen om bijvoorbeeld geen, of een niet op waarheid berustende verklaring af te leggen.
  • het slachtoffer van een misdrijf (evenals de samenleving) beschermd moet worden tegen eventuele contactmogelijkheden van de verdachte.
  • de verwachting bestaat dat de maatschappij geschokt zal reageren indien er geen beperkingen aan een verdachte in bepaalde gevallen wordt opgelegd.

Wettelijke vereisten[bewerken]

In beginsel is de Officier van Justitie gerechtigd om beperkingen aan een verdachte op te leggen, maar op het moment dat er een gerechtelijk vooronderzoek loopt, moet de Officier van Justitie een vordering (verzoek) tot het opleggen van beperkingen aan de rechter-commissaris doen.

Op het moment dat het onderzoek klaar is, of zover gevorderd dat er geen sprake meer van kan zijn dat de verdachte dit onderzoek kan frustreren, moeten volgens de wetgever de beperkingen zo spoedig mogelijk worden opgeheven. Een uitzondering is hierop mogelijk, indien duidelijk is dat eventuele slachtoffers gevaar lopen of indien verwacht wordt dat de maatschappij geschokt zal reageren.

Externe links[bewerken]