Naar inhoud springen

Bergrepubliek van de Noordelijke Kaukasus

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Республика Горцев Кавказа
Deels erkend de facto onafhankelijk land
 Keizerrijk Rusland 1917  1919 Autonome Socialistische Sovjet-Bergrepubliek 
Kaart
Algemene gegevens
Hoofdstad Vladikavkaz, Nazran, Temir-Chan-Sjoera
Talen Russisch, Tsjetsjeens, Ingoesjetisch, Ossetisch, Karatsjaj-Balkaars, Kabardijns
Religie(s) Islam, Russisch-Orthodox
Munteenheid Roebel
Regering
Regeringsvorm Republiek

De Bergrepubliek van de Noordelijke Kaukasus (Russisch: Республика Союза Горцев Северного Кавказа), ook bekend als bergrepubliek of de Republiek van de Bergvolkeren, was van 1917 tot 1919 een kortstondige staat in de Noordelijke Kaukasus. Het omvatte de voormalige oblast Terek en oblast Dagestan van het Russische Rijk, wat tegenwoordig de Russische autonome republieken Tsjetsjenië, Ingoesjetië, Noord-Ossetië, Kabardië-Balkarië, Dagestan zijn en enkele delen van de kraj Stavropol. De hoofdstad was eerst Vladikavkaz, vervolgens Nazran en ten slotte Temir-Chan-Sjoera.

In maart 1917, na de Februarirevolutie, werd de "Unie van Volkeren van de Noordelijke Kaukasus" opgericht en werd een uitvoerende raad van de unie verkozen. De voorzitter van deze uitvoerende raad was Tapa Tsarmojev, een van de leiders van de Nationale Bevrijdingsbeweging van de Volkeren van de Noordelijke Kaukasus. Op 5 augustus 1917 nam het 'Centraal Comité van de Noordelijke Kaukasus' de 'Nizam' (grondwet) van imam Sjamil uit 1847 aan.

Nadat de tsaristische overheid definitief was gevallen werd het jaar erop, op 11 mei 1918 de bergrepubliek opgericht door leiders als Sayd Sjamil (kleinzoon van imam Sjamil), Tapa Tsjarmojev (premier), de sjeiks Ali-Haji Akoesja, Oezoen Haji en Najm ad-Din (Najmuddin Gotsinski) en Haidar Bamat.

De staat werd (de jure) erkend door Duitsland, Oostenrijk-Hongarije, Turkije, de Democratische Republiek Azerbeidzjan, Democratische Republiek Georgië en de Volksrepubliek Koeban. De officiële talen in het gebied waren Tsjetsjeens en Russisch.

Het gebied werd aangevallen door het Witte Leger onder leiding van Anton Denikin en grotendeels bezet door zijn Vrijwilligersleger. Als gevolg hiervan werd de republiek feitelijk opgeheven en werd op het niet veroverde deel het Noord-Kaukasisch emiraat opgericht. Denikin moest zich in januari 1920 terugtrekken uit het gebied, toen zijn leger volledig werd verslagen door het 9e Rode Leger. Het oprukkende Rode Leger werd aanvankelijk begroet met rode vlaggen in de dorpen van de Noordelijke Kaukasus, maar beloften over autonomie bleken niet meteen na te worden gekomen. Hierop braken opstanden uit tegen de bezetting door de bolsjewieken, waarna Stalin besloot tot de oprichting op 20 januari 1921 van de Autonome Socialistische Sovjet-Bergrepubliek.