Bertus Meijer

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
De opmaak van dit artikel is nog niet in overeenstemming met de conventies van Wikipedia. Mogelijk is ook de spelling of het taalgebruik niet in orde. Men wordt uitgenodigd deze pagina aan te passen.

Bertus Meijer
Bertus Meijer (1965)
Algemene informatie
Geboren 26 november 1900
Geboorteplaats Rotterdam
Overleden 27 september 1980
Overlijdensplaats Rotterdam
Land Nederland
Dbnl-profiel
Portaal  Portaalicoon   Literatuur

Bertus Meijer (Rotterdam, 26 november 1900 – aldaar, 27 september 1980) was huisschilder van beroep, in zijn vrije tijd auteur van verschillende boeken.

Levensloop[bewerken | brontekst bewerken]

Geboren in een gereformeerd gezin bezocht Bertus Meijer de lagere school met de Bijbel. Hiermee was zijn officiële schoolopleiding achter de rug. Wel bezocht hij – na werktijd – nog enkele jaren de kunstacademie. Bertus is achttien jaar als hij een verhaal naar een jeugdkrant stuurt. Het is A.M. de Jong die er iets in ziet en het doorstuurt naar “Het Volk”. Dit eerste contact met de schrijverswereld zal Meijer de stimulans geven door te gaan. Bertus was schrijver van korte verhalen en romans, maar ook is er weleens een dichtbundel van hem verschenen. Hij publiceerde in tijdschriften en kranten.

Zijn geloof had hij inmiddels verloren, maar dat werd volgens hem gecompenseerd door het communisme. “in die tijd heel wat anders dan nu, het had iets van een religie.” Hij publiceerde verhalen in de Tribune, het communistische partijblad, verhalen die later gebundeld werden tot zijn boek “De woestelingen” (1931). De Arbeiderspers geeft in 1930 zijn eerste boek: “Arbeiders gevraagd” uit, maar het contact met de socialistische wereld is aan het veranderen. De crisistijd stuwt de spontane kreten van de nu werkeloze schrijver naar de oppervlakte en er verschijnt een communistisch georiënteerde gedichtenbundel, die hij min of meer op eigen kracht laat uitgeven. Bertus Meijer is communist. Misschien niet met het hele hart, want in Moskou krijgt Jef Last te horen dat hij de verkeerde medewerkers kiest. Bertus schrijft over de Messias om het geluksgevoel van de voortschrijdende arbeiders onder woorden te brengen. Zijn christelijke opvoeding is daar debet aan. Er komen hongerige dichters bij Meijer thuis en ook de in die dagen beroemde en beruchte Harry Domela, de man die de wereld van het podium en klatergoud met één handomdraai in het hemd zet. De “Prins van Pruisen” is de bijnaam van deze huisvriend, die zich als zoon van de grote Wilhelm uitgeeft en zijn köpenickiade zo weet door te drijven dat vele vooraanstaanden voor het leven belachelijk gemaakt zijn. Ook hij schrijft zijn boek – in de gevangenis van Keulen – en helpt onbewust mee de kijk op mensen van Bertus gestalte te geven. De vriendschap met Jef Last blijkt van durende aard, ook al verlegt Bertus Meijer zijn politieke koers een weinig. Zijn eerste roman “Bedreigde stad” – een verhaal van een massamoordenaar - ziet het licht en achtereenvolgens verschijnen de novelle “Verzoeking” en “Micha”, roman van verworpenen.

Bekenden[bewerken | brontekst bewerken]

Hij kreeg ook steeds meer bekenden in de kring van linkse schrijvers. Toen dan ook in het begin van de jaren dertig het arbeiders-schrijverscollectiefLinks Richten” werd opgericht, was Bertus Meijer erbij. Dit collectief droeg een zeer idealistisch stempel. Hierin werkten intellectuelen en arbeiders samen om de werkende stand te brengen tot het zelf produceren van literatuur. Voor het boek “Micha” bezoekt Bertus als zogenaamd lid van de Vreemdelingenpolitie, onder geleide van deze dienst, verschillende hotelletjes en opiumkits op Katendrecht. Hij proeft van dit leven en geeft het weer en als dan eindelijk ook dit boek verschijnt houdt Bertus zijn hart vast. De Franse filmindustrie heeft het oog op dit werk laten vallen en verzoekt hem zijn medewerking. Die geeft hij wat graag, want (“Het is heerlijk om gelezen te worden en het medium film brengt je woorden naar tienduizenden”) de auteur geniet nog steeds in slechts een zeer kleine lezerskring bewondering. Men noemt al namen, o.a. van de hoofdrolspeler Jean Gabin, als deze filmindustrie overstapt op een actueel onderwerp en Bertus Meijer zonder meer vergeten wordt. Maar hij blijft schrijven. Meestal in de weekenden en soms ook, als hij niet al te moe is, in de avonduren. Hij gaat rustig zijn weg en het doet hem weinig dat zijn naaste buren niet eens weten dat achter de witte overall van de schilder de onstuimige fantasie van de auteur verborgen gaat. Volgens Bertus was er in die tijd geen droog brood te verdienen met schrijven. De meeste boeken hebben vooroorlogse contracten en spreken dan over bedragen van f 300 tot f 400. Daarbij heeft Bertus Meijer nooit de trom geroerd. “Het honorarium komt er niet op aan”, zij hij, “ik doe het om het schrijven zelf, als je maar gelezen wordt." Wat is echter bekend?

Favorieten van deze Rotterdamse schrijver waren: Dostojeswki en George Simenon. Carmiggelt vond hij ook erg goed.

In 2005 is in de Nesselanden (Rotterdam) een wijk gebouwd met een straat die naar Bertus Meijer vernoemd werd: de Bertus Meijerstraat

Werk[bewerken | brontekst bewerken]

  • Worstelingen: opstandige verhalen (De Arbeiderspers, 1931)
  • Verzet: gedichten (Links richten, 1931)
  • Bedreigde stad (NV Uitgevers maatschappij ENUM, 1944)
  • Verzoeking (Amsterdamsche Boek- en Courantmij, 1946)
  • Micha: roman van verworpenen (Leidsche Uitgeversmij., 1950)
  • Een bekentenis (Stols, 1955)
  • Van onder op!: Vooroorlogse herinneringen van een Rotterdams arbeider (Rotterdamse Kunststichting, 1971)
  • War: tijdschrift voor arbeidersliteratuur
  • Arbeiders gevraagd (De Korenaar)
  • Onbewoonbaar verklaard (Heijnis)
  • Célien (Stols)

Bron / referentie[bewerken | brontekst bewerken]