Beschaving

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Beschaving heeft een verscheidenheid van betekenissen met betrekking tot de menselijke ontwikkeling. Het kan verwijzen naar de algemene ontwikkeling van individuen of groepen, maar ook naar maatschappij met een bepaalde mate van complexiteit.

Individuele beschaving[bewerken]

Het synoniem civilisatie is afgeleid van het Latijnse civis, dat burger of stedeling betekent. De notie van beschaven, bijschaven of minder ruw maken met een schaaf is afkomstig van het Latijnse woord erudere (ex- = uit, rudis = ruw, onbewerkt), dat herkenbaar is in eruditie.

Beschaving kan dan ook een norm van gedrag betekenen, gelijkend op etiquette. Beschaafd gedrag of beschaafdheid wordt tegenover ruw of barbaars gedrag gesteld. In deze betekenis impliceert beschaving verfijning van individuen.

Inclusieve civilisatie[bewerken]

Gedurende de achttiende eeuw ontstond onder invloed van de Verlichting de betekenis voor beschaven van het aanleren van kennis en normen. In het heersende vooruitgangsgeloof van die tijd is beschaving de hoogste trede van een ontwikkelingsproces en onderscheidde men zich daarmee van eerdere barbaarse samenlevingen. Beschaving werd hiermee steeds meer synoniem aan cultuur.

Voor andere samenlevingen zou deze vorm van beschaving te bereiken zijn door zich aan te passen aan de Europese ontwikkelingen, waarmee het een inclusief begrip is. Gedurende de negentiende eeuw won dit etnocentrisch beeld terrein. De complexe eigen maatschappij werd als superieur beschouwd ten opzichte van andere minder complexe maatschappijen. Daarmee legitimeerde men de overheersing van andere volkeren. Naast het imperialisme bevorderde dit eveneens een steeds racistischer beeld van superioriteit.

De sterke beladenheid maakte dat dit begrip op deze manier steeds minder gebruikt werd. Daarbij speelde ook mee dat men cultuur en beschaving steeds meer als aparte begrippen ging beschouwen.

Exclusieve civilisatie[bewerken]

De eerste beschavingen ontstonden in de Vruchtbare Sikkel.

Gedurende de negentiende eeuw verschuift de nadruk naar een exclusieve betekenis, een beschaving waar niet iedereen deel van uitmaakt. Een beschaving is hier een complexe maatschappij die opkomt, bloeit en ondergaat. Een beschaving in deze zin is sedentair, bedrijft landbouw, kent een specialisatie en arbeidsverdeling die het mogelijk maakt om overschotten te produceren en te verhandelen en een sociale differentiatie te ontwikkelen met religieuze, politieke en culturele elites. Daarnaast bestaan hier steden en een bureaucratisch bestuur waar gebruik wordt gemaakt van het schrift. Daarbij hebben ze een dusdanig omvang dat ze meerdere kleinere culturen omvatten en bestaan ze ook geruime tijd.

Op basis hiervan kan het begrip gebruikt worden om specifieke samenlevingsvormen te onderzoeken. Hierbij worden wel de vroege beschavingen onderscheiden van de klassieke en de postklassieke beschavingen. De vroege beschavingen zijn de grote valleibeschavingen:

Soms worden hier ook de vroege beschavingen van Meso-Amerika en Zuid-Amerika bij genoemd.

Als klassieke beschavingen worden beschouwd:

Soms worden hier ook het Ghanese Rijk, Mali en het Songhai-rijk in Afrika toe gerekend.

De postklassieke beschavingen zijn:

Problematiek[bewerken]

Er zijn verscheidene redenen waarom het begrip ook in deze betekenis tegenwoordig minder wordt gebruikt. Allereerst wordt er na 1500 bijna niet meer gesproken van beschavingen, hoewel nog wel van rijken. De wereld wordt steeds sterker met elkaar verbonden, waardoor er steeds minder sprake is van aparte beschavingen, maar steeds meer van een statensysteem binnen de wereldeconomie.

Daarnaast wordt van de Amerikaanse en vooral de Afrikaanse beschavingen wel betwijfeld of de invloed op de wereldgeschiedenis wel vergelijkbaar was met die van de grote beschavingen. Ook is het cyclische beeld van elkaar afwisselende beschavingen achterhaald en wordt er tegenwoordig veel meer de nadruk gelegd op de onderlinge interactie. Er wordt dan ook wel gekozen voor andere begrippen als rijken, samenlevingen en werelden. Anderen zoals Bruce Mazlish pleiten om het hele begrip niet meer te gebruiken:

Civilization is one of those great Stonehenge figures looming over our mental landscape. Like its adjacent figure, culture, it is one of the major concepts invented and constructed in the eighteenth century and subsequently elaborated in the course of the development of the social sciences. In the new millennium, it has become a fetish. In the new time-space we have entered, it should not only be “deconstructed” but taken down. What should be left is the civilizing process. Civility cuts across civilizations. It is an ongoing process that focuses on the individual and the groups in which he or she exists. The civilizing of the one is essential for the civilizing of the other, in a reiterative process. The idea of civility can avoid the “essence,” the us against them, embodied in the idol of civilization.[1]

Noten[bewerken]

  1. Mazlish, B. (2004): Civilization and Its Contents, Stanford University Press, pp. 160-161.

Literatuur[bewerken]

  • Mazlish, B. (2004): Civilization and Its Contents, Stanford University Press,
  • Vanhaute, E. (2008): Wereldgeschiedenis. Een inleiding, Academia Press, Gent.