Schietincident in Utrecht op 18 maart 2019

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Schietincident in Utrecht op 18 maart 2019
Afzetting van het 24 Oktoberplein op 18 maart 2019 na het schietincident
Afzetting van het 24 Oktoberplein op 18 maart 2019 na het schietincident
Plaats Vlag van Nederland Utrecht, Nederland
Coördinaten 52° 5′ NB, 5° 5′ OL
Datum 18 maart 2019
Tijd Circa 10.45 uur
(lokale tijd)
Aanslagtype Beschieting
Wapen(s) Vuistvuurwapen
Doden 4
Gewonden 6 (2 zwaar- en 4 lichtgewonden)
Verdachte(n) 1 (in onderzoek)
Slachtoffer(s) 10
Schietincident in Utrecht op 18 maart 2019 (Nederland (hoofdbetekenis))
Schietincident in Utrecht op 18 maart 2019

Op 18 maart 2019 vond een schietincident plaats in de Nederlandse stad Utrecht. Hierbij vielen vier doden en zes gewonden. De beschieting werd uitgevoerd door één persoon, die later op de dag werd aangehouden.

Verloop[bewerken]

Om ongeveer 10.45 uur (CET) werden diverse personen door één schutter beschoten in en rondom een sneltram op de kruising van het 24 Oktoberplein aan de noordzijde van de Utrechtse wijk Kanaleneiland. De tram was op weg naar Station Utrecht Centraal. Bij het schietincident kwamen in eerste instantie drie mensen om het leven, daarnaast raakten drie mensen zwaargewond. In de hectiek die direct na het schieten ontstond raakten minstens nog vier mensen lichtgewond doordat zij bijvoorbeeld kwamen te vallen.[1] Vijf van de zeven gewonden werden overgebracht naar het Universitair Medisch Centrum Utrecht, waarvan de calamiteitenafdeling werd opengesteld. Zeker twee gewonden werden ter plekke behandeld. Tien dagen later overleed een van de zwaargewonden, waarmee het dodental op vier kwam te staan.[2] De man zat in een auto die voor een verkeerslicht wachtte, toen de schutter uit de tram kwam en op hem schoot.[3]

Direct na het incident kaapte de dader een rode Renault Clio. De bestuurder daarvan stond eveneens voor een verkeerslicht te wachten en was kort te voren op dringend advies van een voorbijganger uit de auto gestapt en weggerend, de autosleutels in de verder lege auto achterlatend. Het voertuig werd rond 13.40 uur verlaten aangetroffen aan de Tichelaarslaan in Utrecht. Omstreeks 14.20 uur werd er door de politie een urgent opsporingsbericht uitgebracht met betrekking tot de hoofdverdachte, een 37-jarige man van Turkse afkomst. Zowel de identiteit, een still uit de bewuste tram en het feit dat de verdachte reeds gekend was bij de politie werden hierin vermeld.[4] De politie deed op veertien plaatsen een inval,[5] maar het gebruik van mobiel internetbankieren bracht de politie uiteindelijk naar de locatie van de verdachte.[6] Gezien de ernst van de situatie had de politie besloten om zijn bankaccount te monitoren. De man bleek met een andere telefoon dan de zijne via internet geld te hebben overgemaakt. De politie wist daarop de telefoon uit te peilen en de eigenaar te achterhalen.[6] Even na zes uur 's avonds werd de verdachte in de woning van de eigenaar van de telefoon aan de Oudenoord in Utrecht aangehouden, bij zijn aanhouding werd een vuurwapen aangetroffen.[1]

Op 18 maart werden ook twee mannen aangehouden voor verhoor, die de volgende dag weer werden heengezonden. Ze waren gearresteerd omdat een speurhond een geurspoor rook dat van de door de politie teruggevonden Renault Clio naar een woning liep, waar op dat moment de twee mannen verbleven. De dag na de aanslag werd nog een andere man, uit Utrecht, door de Dienst Speciale Interventies (DSI) gearresteerd op verdenking van betrokkenheid bij het incident.[7] Bij hem thuis werd de vermoedelijke schutter eerder aangehouden. Op 19 maart werden de eerste twee mannen vrijgelaten. Het Openbaar Ministerie (OM) liet weten dat ze niet meer verdacht werden van enige betrokkenheid.[7] Op 22 maart werd ook de derde man vrijgelaten en gaf het OM aan dat ook deze persoon geen verdachte meer was.[8]

Veiligheidsmaatregelen[bewerken]

Direct na het incident kwamen allerlei hulpdiensten massaal in actie. Het openbaar bus- en tramverkeer in de stad Utrecht werd stilgelegd, de bussen maakten hun route wel nog af.[9][10] Het Rode Kruis stelde ikbenveilig.nl open voor bezorgde burgers.[11] Pieter-Jaap Aalbersberg, de Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid, verhoogde omstreeks 14.00 uur het terreurdreigingsniveau voor de veiligheidsregio Utrecht naar schaal 5, het hoogste niveau. Het was de eerste keer dat dit gedaan werd in Nederland.[12] Voor de rest van Nederland gold dreigingsniveau 4.[13] Vervolgens kregen alle inwoners van de stad Utrecht het advies om binnen te blijven. Ook werden alle moskeeën gesloten en werden sporttrainingen afgelast, evenals alle rijexamens. Scholen hielden de deuren dicht, leerlingen werden binnengehouden en de Universiteit Utrecht sloot de toegang tot al haar gebouwen. Veel winkels en bedrijven sloten op eigen initiatief en al snel was het centrum nagenoeg uitgestorven. Rond 16.15 uur werd het advies om binnen te blijven ingetrokken en kwam het leven in Utrecht weer op gang.[14]

De politie was zichtbaar aanwezig op treinstations in onder meer Amsterdam, Rotterdam en Utrecht zelf. In heel Nederland werden moskeeën en synagoges extra beveiligd.[15][16][17][18][19] De Koninklijke Marechaussee was verhoogd aanwezig op het Binnenhof in Den Haag, Schiphol en andere luchthavens werden ook extra beveiligd.

Op het moment van het voorval waren duizenden politieagenten en andere werknemers nog onderweg naar het Malieveld in Den Haag en naar Amsterdam om te staken en te demonstreren voor verbetering van het pensioenstelsel. Direct na het bekend worden van de mogelijke aanslag in Utrecht werden de acties opgeschort. De agenten gingen snel retour naar het eigen inzetgebied of ter ondersteuning naar Utrecht.[20][21] De Duitse politie verhoogde de veiligheidsmaatregelen aan de Duits-Nederlandse grens.[22]

Doden en zwaargewonden[bewerken]

Op de dag van de beschieting kwamen een 19-jarige vrouw uit Vianen en twee mannen van 28 en 49 jaar uit Utrecht om het leven. Een 74-jarige man uit De Meern die in eerste instantie zwaargewond raakte, overleed tien dagen later. Een 20-jarige vrouw uit Utrecht en een 21-jarige vrouw uit Nieuwegein behoorden tot de zwaargewonden.[1][2]

Verdachte[bewerken]

Motief[bewerken]

De politie zei op de dag van het incident een terroristisch motief niet uit te sluiten,[23][24][25][26] maar hield ook de mogelijkheid van een conflict in de relationele sfeer open. Zo gaf een van de getuigen aan dat hij de indruk had dat de aanval zich op één vrouw richtte en dat anderen door kogels werden geraakt omdat die de vrouw probeerden te helpen. Volgens de getuige werden de omstanders onder vuur genomen.[22] Het OM verklaarde de volgende dag dat er niets was gebleken van enige relatie tussen de dader en zijn slachtoffers, die volgens het OM geheel willekeurig door hem uitgekozen leken.[27] Onder meer een in de vluchtauto gevonden briefje en de aard van het feit gaven volgens het OM aanleiding ernstig rekening te houden met een terroristisch motief, doch andere motieven werden niet uitgesloten.[1][28]

Drie dagen na het gebeuren gaf het OM aan dat de 37-jarige man voorlopig van drie strafbare feiten werd verdacht: meervoudige moord c.q. doodslag met een terroristisch oogmerk, poging daartoe en bedreiging met een terroristisch oogmerk. Verder werd onderzocht of hij handelde vanuit enkel een terroristisch motief, of dat zijn handelen voortkwam vanuit persoonlijke problematiek in combinatie met een geradicaliseerd gedachtegoed.

Achtergrond[bewerken]

De hoofdverdachte was reeds meerdere malen veroordeeld voor meerdere delicten. In 2014 was hij wegens illegaal wapenbezit en een poging tot diefstal veroordeeld tot een gevangenisstraf van 150 dagen, waarvan 49 voorwaardelijk. Van een tevens ten laste gelegde poging tot doodslag werd hij vrijgesproken. Hij was tevens de verdachte in een lopende zedenzaak, waarbij hij in afwachting van het vonnis voorlopig in vrijheid was gesteld sinds 1 maart 2019. In deze laatste zaak was reeds bepaald dat er onderzoek verricht moest worden naar zijn persoonlijkheid, iets waar hij tot dan toe niet aan had meegewerkt.[29]

Op 4 maart 2019 werd hij voor de diefstal van een fiets op 15 oktober 2018 veroordeeld tot een gevangenisstraf van twee weken, waarvan een week voorwaardelijk. Een dag later kreeg hij voor een inbraak op 13 september 2018 een celstraf van vier maanden opgelegd. Beide vonnissen waren nog niet onherroepelijk ten tijde van de beschieting. Na de gebeurtenissen op 18 maart bepaalde de rechter-commissaris dat het Nederlands Instituut voor Forensische Psychiatrie en Psychologie (NIFP) de opdracht kreeg voor een onderzoek naar de persoonlijkheid van de verdachte.

Op 22 maart gaf het OM aan dat de 37-jarige verdachte bij de rechter-commissaris alle hem verweten strafbare feiten bekend had. Ook verklaarde hij alleen te hebben gehandeld.[8]

Reacties[bewerken]

Binnenland[bewerken]

De verkiezingscampagnes van bijna alle landelijke politieke partijen voor de Provinciale Statenverkiezingen van 20 maart werden op 18 maart voor de rest van de dag stopgezet. Alleen het Forum voor Democratie (FvD) zette zijn campagne voort. Het EenVandaag-Erasmusdebat in Rotterdam dat op de dag van de beschieting gehouden zou worden en rechtstreeks op de landelijke televisie zou worden uitgezonden, werd vanwege het schietincident afgelast. Zes landelijke partijen hadden hun medewerking aan dit debat toegezegd.[30]

Minister-president Mark Rutte en minister van Justitie en Veiligheid Ferdinand Grapperhaus gaven op de dag van de beschieting twee keer in het openbaar een verklaring af aan de verzamelde pers. In zijn eerste reactie zei Rutte: "Een daad van terreur is een aanval op onze beschaving. Op onze tolerante en open samenleving. Mocht dit inderdaad een terreurdaad blijken, dan past daarop maar een antwoord en dat antwoord luidt dat onze rechtsstaat, onze democratie sterker zijn dan fanatisme en geweld. We zullen niet wijken voor onverdraagzaamheid, nooit."[13]

De dag na de aanslag werd op last van Rutte op Nederlandse overheidsgebouwen de nationale vlag halfstok gehangen.[31] De koninklijke standaard, die dagelijks op de paleizen van het Koninklijk Huis wordt gehesen als de Koning in het land is, werd die dag voorzien van een zwarte wimpel als teken van rouw.

Op 19 maart werden in de Tweede Kamer de slachtoffers herdacht, gelijktijdig met de reeds geplande herdenking van de aanslag in het Nieuw-Zeelandse Christchurch, waarbij op 15 maart vijftig mensen om het leven waren gekomen. Geert Wilders, de fractievoorzitter in de Tweede Kamer voor de oppositiepartij PVV, verlangde dat de Tweede Kamer nog dezelfde dag een debat over het schietincident zou houden. Wilders hield Grapperhaus verantwoordelijk voor het op 1 maart opheffen van de voorlopige hechtenis van de hoofdverdachte en kondigde alvast aan tijdens het debat een motie van wantrouwen tegen hem te willen indienen. Hoewel de andere partijen aangaven ook voorstander te zijn van een debat, kreeg Wilders onvoldoende steun om het debat op dezelfde dag te laten plaatsvinden, ofwel vooraf aan de Provinciale Statenverkiezingen van 20 maart. Alleen de oppositiepartij FvD steunde Wilders' voorstel voor een debat op dezelfde dag.[32]

Rutte en Grapperhaus brachten op 19 maart een bezoek aan het hoofdkantoor van de politie in Utrecht. Ook legden ze bloemen bij de herdenkingsplek op het 24 Oktoberplein.[33]

Een buurvrouw van het dodelijke slachtoffer uit Vianen startte een crowdfunding om de kosten te dragen voor de uitvaart van de jonge vrouw. Na enkele uren was het doel (3500 euro) al ruimschoots bereikt en de actie werd zo'n groot succes dat in samenwerking met Slachtofferhulp Nederland een stichting werd opgezet om alle slachtoffers en hun nabestaanden te ondersteunen.[34][35] Op 20 maart was er meer dan 100.000 euro opgehaald.[36][35]

Naar schatting van de gemeente Utrecht liepen zo'n 16.000 mensen op 22 maart in Utrecht mee in een stille tocht, georganiseerd door twee bekenden van het slachtoffer uit Vianen. Ruim 1 miljoen mensen zagen via het NOS-Journaal rechtstreekse tv-beelden van het begin van deze tocht.[37] De aanwezigen wandelden van het Jaarbeursplein naar het 24 Oktoberplein. Ter afsluiting legden de deelnemers rode en witte bloemen nabij de tramhalte op de locatie van het incident. De bloemen symboliseerden de rood-witte vlag van de stad Utrecht. Tot de deelnemers behoorden Rutte, Grapperhaus, Tweede Kamervoorzitter Khadija Arib en de burgemeesters van Amsterdam, Rotterdam en Den Haag. Burgemeester Jan van Zanen van Utrecht liep voorop. Tijdens de stille tocht reden er in de gemeente Utrecht geen trams.[38]

Zo'n tweehonderd bezoekers van de moskee Sayidina Ibrahim op Kanaleneiland hielden eerder die dag een eigen stille tocht.[39] In de Utrechtse wijk Transwijk liepen bewoners en ondernemers op 22 maart van het 5 Meiplein naar de herdenkingsplek op het 24 Oktoberplein. Dezelfde dag vertrok vanuit Hooggraven een stille tocht met louter scooters naar eveneens het 24 Oktoberplein.

Internationaal[bewerken]

Vanuit het buitenland was Angela Merkel de eerste regeringsleider die solidariteit toonde met 'de mensen in Utrecht'. Ook Emmanuel Macron, Mike Pompeo en Recep Erdogan reageerden publiekelijk op het incident. Deze laatste (het medeleven was 'ongeacht de identiteit van de dader (...) en zijn motivatie') kondigde namens Turkije een onderzoek aan naar de motieven van de hoofdverdachte, vanwege zijn Turkse afkomst.[40]