Bessie Smith

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Bessie Smith in 1936 (foto Carl Van Vechten)

Bessie Smith (Chattanooga, Tennessee, 9 juli 1892 of 15 april 1894 - Clarksdale, Mississippi, 26 september 1937) was een Amerikaans blueszangeres. Ze wordt beschouwd als een van de populairste en succesvolste bluesvertolksters uit de jaren twintig van de 20e eeuw. Haar bijnaam luidt "Empress of blues".

Carrière[bewerken]

In 1912 zong ze in dezelfde show als Ma Rainey, die haar onder haar hoede nam. Acht jaar later, in 1920, had ze haar eigen show en was haar naam al gevestigd in een groot deel van het zuiden en oosten van de Verenigde Staten.

In 1923 tekende ze, als een van de eerste bluesartiesten, een platencontract bij Columbia Records. De classic female blues, waarvan ze een belangrijke exponent was, beleefde in die tijd zijn gloriedagen. Met Bessies opname van Alberta Hunters Downhearted Blues werd ze op slag beroemd. Bessie Smith groeide uit tot de best verdienende zwarte artieste van haar tijd. Ze speelde met sommige van de beste musici van de jaren twintig, onder wie Louis Armstrong, James P. Johnson, Joe Smith en Charlie Green.

In 1929 waren de hoogtijdagen voor haar muziekstijl verstreken en raakte haar carrière in het slop. Wel speelde ze dat jaar nog in de film St. Louis Blues. In 1933 nam ze met John Hammond, onder wiens invloed ze had getracht zich meer tot een swingzangeres te ontwikkelen, haar laatste songs op.

Dood[bewerken]

Op 26 september 1937 raakte Bessie zwaargewond bij een auto-ongeluk, terwijl ze onderweg was op U.S. Route 61 tussen Memphis en Clarksdale met haar minnaar (en oom van Lionel Hampton) Richard Morgan aan het stuur. Ze werd naar het zwarte Afro-Amerikaanse ziekenhuis (later geëxploiteerd als Riverside-Hotel aan de oevers van de Sunriver) van Clarksdale gebracht, waar artsen haar rechterarm amputeerden. Uit de narcose van die operatie is ze niet meer bijgekomen. Ze overleed nog dezelfde ochtend.[1] Bessie Smith is 43 jaar geworden. Haar graf bleef lange tijd ongemerkt, totdat Janis Joplin en Juanita Green er tientallen jaren later een steen met inscriptie voor kochten. [2]

Externe links[bewerken]

Noot[bewerken]

  1. In 1959 ging Edward Albees eenakter The Death of Bessie Smith (De dood van Bessie Smith) in première. Deze is gebaseerd op een populaire, maar inmiddels weerlegde versie van de omstandigheden waaronder haar dood zich zou hebben voltrokken. Zij zou zijn overleden doordat zij niet was toegelaten tot een ziekenhuis "alleen voor blanken" in Clarksdale. Deze mythe was gestart door jazzschrijver/producer John Hammond met een feitelijk onjuist artikel dat in november 1937 verscheen in Down Beat magazine.
  2. Dory Previn schreef over Janis Joplin en haar grafsteen voor Bessie Smith het lied Stone for Bessie Smith op het album Mythical Kings & Iguanas.

Noot 3: Volgens 'American Blues Magazine', kwam Bessie te laat in het Afro-Amerikaanse ziekenhuis; Een ziekenhuis dat over minder goede middelen beschikte, dan het ziekenhuis voor blanken (hetgeen in afstand gelijk ver van de ongeluksscene verwijderd was, dan het Afro-Amerikaanse.)De reden van het te laat arriveren is als volgt: de truckchauffeur (die voor de Amerikaanse post reed en die klaarblijkelijk volgens de Post-Wet door moest rijden) van de truck, waar tegenaan haar Packard reed, ontvluchtte de scene, met de belofte, dat hij elders voor hulp zou bellen. De tijd verstreek en er kwam nog steeds geen ambulance. Toen kwam de auto van Dr. Smith voorbij. Zijn mede-passagier Broughton stuurde hij om een ambulance te bellen. Na 25 minuten kwam Broughton terug, en samen met Richard Morgan (die niet dronken was), probeerden ze Bessie, die zeer ernstig gewond was, in leven te houden. Dr. Smith en Broughton waren net begonnen hun eigen auto klaar te maken, om haar zelf naar het Afro-Amerikaanse ziekenhuis te transporteren, toen een wagen met een blank echtpaar op de auto van Dr. Smith inreed. Op het moment dat eindelijk de ambulances arriveerden, (één reagerend op de oproep van de truckchauffeur en de ander reagerend op Broughton´s oproep), werd er in het door segregatie gekwelde Zuiden besloten, om het blanke echtpaar met de ambulance te laten vertrekken en Bessie met de lijkwagen (in het destijdse Zuiden een ambulance voor Afro-Amerikanen hetgeen een 'normale' gang van zaken bleek te zijn.....Willy George Miller was de dienstdoende chauffeur van de rouwwagen van het begrafenisinstituut). Door deze beslommeringen kwam Bessie al in shock verkerend in het ziekenhuis aan. De artsen moesten haar rechterarm amputeren (Bessie had haar arm uit het raam hangen op het moment van de crash met de truck). Dit gebeurde om elf uur in de ochtend. Om 11.30 uur overleed Bessie al; Niet meer uit de narcose ontwakend. Bovendien: Segregatie heeft direct dan wel indirect, naast de overige omstandigheden betrekking hebbende op het ongeluk, zeker een rol in dit drama gehad.