Betula fruticosa

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

De Betula fruticosa is een dwergberk die groeit op een hoogte van 600 tot 1100 meter in vochtige bossen, rivieroevers en moerassen in Centraal- en Oost-Europa, het zuiden van Oost-Siberië (Boerjatië en de Transbaikal), Mongolië, Korea en China (Binnen-Mongolië en Heilongjiang).

Naam[bewerken | brontekst bewerken]

De plant wordt in China (hanyu pinyin) chái huà;Traditioneel Chinees: 柴樺; Vereenvoudigd Chinees: 柴桦) en in het Russisch (berjozovy) jernik ((берёзовый) ерник), slanets (berezovy) (сланец (березовый)), jernik-slanets (ерник-сланец) of jera (ера) genoemd. Een Nederlandse naam is niet bekend.

Groei[bewerken | brontekst bewerken]

De soort groeit op veel plekken uit tot een struik van 0,75 tot 2,5 meter hoog, maar kan langs rivieroevers uitgroeien tot een boom van 2,5 tot 3 meter bij een stamdiameter van 2 tot 5 cm. De kale takken zijn rechtopstaand en zijn bedekt met of paarsbruine of grijszwarte schors.

De bladsteel heeft een lengte van 2 tot 10 millimeter en is net zoals de takken haarloos. De bloemstengel heeft een lengte van 2 tot 5 millimeter, maar is in sommige gevallen tot 10 millimeter lang. Vrouwelijke soorten hebben een langwerpige opgaande bloeiwijze. De schutbladeren zijn gewimperd, hebben een lengte van 4 tot 7 millimeter en hebben elliptische nootjes. De bloemen bloeien van juni tot juli en de vruchten rijpen van juli tot augustus.[1]

Wikispecies heeft een pagina over Betula fruticosa.
Zie de categorie Betula fruticosa van Wikimedia Commons voor mediabestanden over dit onderwerp.