Bevalling

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Zie het artikel Zie geboorte (leven) voor geboorte bij dieren
Pasgeboren baby met navelstreng

De bevalling (of geboorte bij de mens) is de gebeurtenis waarbij aan het eind van de zwangerschap de foetus vanuit de baarmoeder van de moeder door het geboortekanaal of keizersnede naar buiten komt als baby.

Fases[bewerken]

Oefenwee of harde buik[bewerken]

Vanaf ongeveer 24 weken zwangerschap ondervindt de aanstaande moeder voorweën, oefenweeën of harde buiken, die echter veelal niet pijnlijk zijn en met onregelmatige tussenpozen optreden.[1]

Begin van de bevalling[bewerken]

De bevalling wordt ingezet doordat de baarmoeder samentrekt. De vrouw voelt deze samentrekkingen als weeën. Door deze samentrekkingen verandert de baarmoedermond (verstrijken, verweken en ontsluiten). De bevalling kan ook beginnen met het breken van de vliezen, waardoor het vruchtwater naar buiten stroomt. Als de vliezen hoog in de baarmoeder breken, kan het vruchtwater ook druppelsgewijs verloren worden. Daarna ontstaan de weeën. Soms komen de weeën niet op gang als de vliezen gebroken zijn. Meestal wordt de bevalling dan na 24 tot 48 uur ingeleid vanwege infectiegevaar.

Tekenen[bewerken]

Een symptoom van het begin van de bevalling is het verliezen van bloederig slijm, de slijmprop die voor de baarmoederhals zat. Dit geeft aan dat de ontsluiting in gang is gezet, maar het kan ook het gevolg zijn van een inwendig onderzoek. Het is nu nog niet zeker dat de bevalling gelijk doorzet, dit kan nog een aantal dagen duren.

De ontsluitingsfase[bewerken]

De ontsluiting is het opengaan van de baarmoedermond (portio). De ontsluiting vindt plaats in het begin van de bevalling. Bij elke contractie wordt de baarmoedermond een beetje opgerekt totdat de opening een diameter van ongeveer 10 centimeter heeft bereikt. Dit moment wordt aangeduid met volledige ontsluiting. Echter, voordat dit gebeurt moet de baarmoedermond eerst verweken en verstrijken. Bij de eerste bevalling die moeder meemaakt gaat dit proces langzamer dan bij latere bevallingen.

Duur van de ontsluiting[bewerken]

Meting van de hartslag van het ongeboren kind en de weeën

De duur van de ontsluiting is lastig vast te stellen. Het kan zijn dat de zwangere zelf een groot deel van de ontsluiting niet opmerkt, maar een oplettende zwangere echter kan juist al heel vroeg het begin van de ontsluiting opmerken.[bron?] Verder duurt de ontsluiting bij vrouwen die nog nooit gebaard hebben (nulliparae) langer dan bij vrouwen die al een eerdere baring achter de rug hebben (1 baring: primiparae, >1 baring: multiparae). Bij de eerste bevalling van een vrouw duurt dit eerste stadium gemiddeld zo'n 24 uur, maar dit kan sterk wisselen: het kan ook in een uur gebeurd zijn of juist dagen duren.

Fases van ontsluiting[bewerken]

Als de weeën beginnen is het tijdsinterval tussen twee weeën ongeveer 10-30 minuten en duurt elke wee ongeveer 40 tot 60 seconden. De samentrekkingen van de baarmoeder komen gedurende de bevalling met steeds kortere intervallen en worden sterker, langer en pijnlijker. Dit wordt de ontsluitingsfase genoemd. De ontsluiting is in de volgende fases in te delen:

  • Latente fase: van 0 tot 2 à 3cm ontsluiting. Aan het eind van het eerste stadium komt er elke twee uur een wee, die ongeveer een minuut aanhoudt. Deze fase gaat vaak onopgemerkt voorbij, de contracties zijn al dan niet voelbaar aanwezig.
  • Overgangsfase: tot 4cm ontsluiting. Het baringsproces komt actief op gang en de weeën worden duidelijker en sterker.
  • Versnellingsfase: tot 9cm. De weeën nemen toe in intensiteit, duur en frequentie, waardoor de cervix verder ontsluit.
  • Deceleratiefase: tot 10cm. Vaak is er een iets trager verloop van de laatste centimeter ontsluiting.

Als de ontsluiting 10 cm is dan wordt deze beschouwd als volledig en zal uitdrijving de volgende stap zijn. Deze fasen kunnen snel in elkaar overlopen en vooral de beginfase wordt niet door alle zwangeren opgemerkt. Omdat de weeën niet door lijken te zetten, wordt dit nogal eens verward met het hebben van 'harde buiken'.

Opbouw van de weeën[bewerken]

Een wee begint minder pijnlijk en wordt naarmate de seconden voorbijgaan steeds pijnlijker tot een bepaald hoogtepunt. Daarna zwakt de pijn weer af. Als een golf. Door het sterker en pijnlijker worden van de weeën, treedt er een bepaalde gewenning aan de pijn op. Dat komt door hormonen die in de hersenen vrijkomen. Bij het ontstaan van weeën speelt het hormoon oxytocine een belangrijke rol. Dit hormoon komt vrij uit de hypofyse ten gevolge van rekking van de cervix (=Ferguson-reflex).

De uitdrijvingsfase[bewerken]

Video van een moeder die een kind baart

Nadat de opening van de baarmoedermond voldoende is opgerekt ontstaat volledige ontsluiting en volgt het volgende stadium van de bevalling. In dit stadium wordt door grote samentrekkingen van de baarmoeder (circa 80% van de uitdrijvende kracht), en actief meepersen door de moeder, de baby door het geboortekanaal geduwd. Deze persweeën lijken wel enigszins op de aandrang bij toiletbezoek, maar zijn voor de vrouw onweerstaanbaar sterk. De vrouw kan niet anders dan actief mee gaan persen.

In dit stadium van de bevalling breken de vliezen vaak, als dit niet in het begin van de ontsluitingsfase al is gebeurd. Soms is dit niet het geval, en wordt de baby nog in de vliezen geboren, oftewel "met de helm op". Het grootste onderdeel van de baby, het hoofd, kost de meeste moeite om naar buiten te persen. Als het hoofdje eenmaal geboren is, zal in de meeste gevallen nog slechts één perswee nodig zijn om het hele lijfje naar buiten te duwen.

De nageboorte[bewerken]

1rightarrow blue.svg Zie Nageboorte voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

Binnen ongeveer tien minuten tot een half uur na de geboorte van het kind wordt de placenta of moederkoek nog uitgestoten, dit wordt nageboorte genoemd. Pas dan is de bevalling afgelopen.

De placenta laat een wond achter in de baarmoeder waardoor de vrouw gedurende een aantal weken vloeit.

Na de bevalling[bewerken]

Na de bevalling verliest de vrouw nog ongeveer 10 dagen bloed uit de vagina; dit wordt "vloeien" genoemd. Deze bloeding is veel heftiger dan tijdens een menstruatie. Na ongeveer 10 dagen neemt het vloeien af en lijkt de vloeiing wel op een normale menstruatie.

De vrouw kan pijn hebben in haar buik of in haar rug. Dat komt door de baarmoeder, die zich weer samentrekt om zijn oorspronkelijke afmetingen weer aan te nemen. Dit worden ook wel naweeën genoemd. Bij het geven van borstvoeding treden deze baarmoedercontracties in sterkere mate op, hetgeen het herstel bespoedigt zodat de wond die ontstaan is door het loslaten van de placenta sneller geneest en kleiner wordt.

Vrouwen die geen borstvoeding geven zullen meestal langer vloeien dan vrouwen die wel borstvoeding geven. De meeste vrouwen die borstvoeding geven zullen 3-4 weken na de bevalling niet meer vloeien. Het hoeft niet bij elke vrouw hetzelfde te zijn. Sommige vrouwen vloeien na de bevalling net zoals tijdens een menstruatie en deze periode ligt dan ook gelijk.

Kraamweken[bewerken]

Veel vrouwen krijgen op de derde of vierde dag van het kraambed de zogenaamde kraamtranen.[bron?] Hiermee wordt een dag bedoeld waarbij de vrouw extreem emotioneel is en plotseling in huilen kan uitbarsten. Zo'n dag is heel gewoon en is het gevolg van alle nieuwe indrukken en alle lichamelijke veranderingen die er plaatsvinden zoals verandering in hormonen, stuwing en soms nog hechtingen. Een bevalling is zowel lichamelijk als geestelijk een enorme ervaring. Voor de meeste vrouwen geldt dat zij binnen enkele weken lichamelijk weer redelijk opgeknapt zijn. Uitzonderingen kunnen zijn als de vrouw een keizersnede heeft ondergaan, of een Hellp of pre-eclampsie heeft doorgemaakt. Lichamelijke klachten als gevolg hiervan kunnen zeker tot een jaar na de bevalling blijven bestaan. Ook geestelijk knappen de meeste vrouwen weer snel op.[bron?] In het tijdsbestek van een aantal weken wordt een nieuwe ritme thuis opgebouwd en leren baby en moeder, vader en eventuele andere kinderen elkaar goed kennen. De geestelijke gezondheid van de vrouw knapt minder snel op als er complicaties waren tijdens de zwangerschap of bevalling.[bron?]

Sommige vrouwen blijven geestelijke klachten houden of merken dat zij gedurende een lange tijd depressief blijven. Deze vrouwen kunnen niet blij zijn met hun baby,[bron?] ze zitten niet lekker in hun vel en merken dat elke inspanning gedurende de dag eigenlijk te veel voor hen is. Men spreekt dan[bron?] van een postnatale depressie of post-partumdepressie. Een extreme vorm van post-partumdepressie is een post-partumpsychose waarbij zich ook waandenkbeelden voordoen.

Begeleiding[bewerken]

Geboorte door middel van een keizersnede

Weeen stimuleren[bewerken]

De weeën kunnen opgewekt worden door te 'strippen' (de vruchtvliezen wat losmaken) of de bevalling in te leiden.

Vliezen breken[bewerken]

Bij een bevalling wordt een onderscheid gemaakt tussen de "ontsluiting" van de baarmoedermond en de "uitdrijving" van het kind. Uit een Canadees onderzoek is gebleken, dat de totale duur van de bevalling met circa 2 uur wordt bekort, wanneer na het begin van de ontsluiting de vliezen worden gebroken. Overigens nam alleen de duur van de ontsluiting af en niet de duur van de uitdrijving. Het routinematig breken van de vliezen direct na het begin van de ontsluiting had geen nadeel voor zover uit dit onderzoek opgemaakt kon worden.[bron?]

Kunstverlossing[bewerken]

Als de bevalling stagneert; "een niet vorderende uitdrijving" dan is een vaginale kunstverlossing (vacuüm- of tangverlossing) dan wel een keizersnede (sectio caesarea) geïndiceerd. In sommige gevallen is alleen "inknippen" (episiotomie) van de bilnaad (perineum) voldoende om de baby alsnog op de normale manier geboren te laten worden. Met spreekt pas van een niet vorderende uitdrijving na twee uur bij nulliparae zonder regionale anesthesie, drie uur bij nulliparae met regionale anesthesie, een uur bij parae (eerder vaginaal bevallen) zonder regionale anesthesie, 2 uur bij parae met regionale anesthesie.[2]

Wanneer de bevalling niet voorspoedig verloopt en het gevaar bestaat dat moeder of kind schade zouden kunnen oplopen, kan worden besloten het geboorteverloop te bespoedigen. Indien er aanwijzingen bestaan, dat de conditie van het kind niet optimaal is, dan wel dat de conditie van het kind in verloop van tijd duidelijk achteruit gaat (foetale nood), of als er sprake is van een niet (voldoende) vorderende uitdrijving, kan gekozen worden voor een kunstverlossing ("verlostang" of een vacuümextractie) om de geboorte van het kind te bespoedigen.

Keizersnede[bewerken]

Als de geboorte nog niet ver genoeg gevorderd is, voor het gebruik van bovengenoemde hulpmiddelen en de conditie van moeder en of kind het niet toelaten het natuurlijke verloop van de baring af te wachten, kan worden besloten om de baby niet via het geboortekanaal maar via een operatie uit de baarmoeder te halen. Zo'n operatie heet een keizersnede, en houdt in dat de buik van de moeder met een horizontale snede wordt geopend. In de meeste gevallen bestaat er voldoende tijd de moeder op deze operatie voor te bereiden, daar verslechtering van de conditie van moeder en kind meestal een sluipend proces is. In enkele gevallen is belangrijk dat een keizersnede acuut kan worden uitgevoerd.

Als het persen langer dan circa 1 à 2 uur duurt, moet aanvullende controle van de conditie van de baby worden verricht, en zal de barende dus naar het ziekenhuis moeten, als ze nog thuis was. De gynaecoloog zal dan een hartfilmpje (CTG) van de baby maken, om te zien of deze nog in een goede conditie verkeert, en een nog langer durende bevalling aankan. Ook controleert de gynaecoloog of er een bijzondere reden is dat de bevalling zo lang duurt, zoals een afwijkende ligging van het hoofd van de baby. Als de oorzaak ligt in onvoldoende weeënkracht, en dan kan via een infuus oxytocine worden toegediend, om de weeën krachtiger te maken. Oxytocine is het natuurlijke hormoon uit de hypofyse dat de weeën veroorzaakt. Als de bevalling alsnog vordert, de moeder nog energie over heeft, en de baby het goed maakt dan is er geen bezwaar om langer dan 1 uur te persen.

Bevallingsvormen[bewerken]

Bevalling kan thuis (thuisbevalling) of in het ziekenhuis of een kraamkliniek (zowel klinisch als poliklinisch) plaatsvinden.

Pijnbestrijding[bewerken]

Peridurale anesthesie (pijnbestrijding door middel van een ruggenprik)
Ruggenprik tussen de wervels

Bij een eerste kind kan het baringsproces lang duren en kan de pijn, versterkt door angst en stress, hevig zijn. Daarbij worden niet alleen de reserves van de moeder aangesproken, maar ook die van het kind. Wanneer beide uitgeput raken, kan dat de bevalling bemoeilijken. Veel vrouwen vragen op zo'n moment naar een verdoving, de verloskundige epiduraal (ruggenprik).

Van natuurlijke bevalling wordt gesproken als er geen gebruik wordt gemaakt van verdoving. Er zijn verschillende methoden en technieken om de pijn zonder verdoving te verlichten en het lichaam zoveel mogelijk mee te laten werken.

Complicaties [bron?][bewerken]

Post-partumbaby

Bloedverlies[bewerken]

Voor de komst van de moderne verloskunde kon een bevalling voor de moeder in bepaalde gevallen een risico voor de gezondheid zijn. Een klein percentage vrouwen overleed aan complicaties, praktisch altijd door overmatig bloedverlies of door het optreden van infecties, de zogenaamde kraamvrouwenkoorts. Tegenwoordig kan overmatig bloedverlies meestal worden voorkomen door bij meer dan normaal bloedverlies na de bevalling medicamenten toe te dienen die het samentrekken van de baarmoeder stimuleren en op die manier het bloedverlies verminderen. Indien deze maatregelen niet voldoende zijn, kan het geven van een bloedtransfusie in zeldzame gevallen noodzakelijk worden, waarvoor de moeder in het ziekenhuis opgenomen wordt. Bij het optreden van infecties worden tegenwoordig antibiotica toegediend. Samenvattend kan gezegd worden, dat sinds het bestaan van veilige bloedtransfusies en antibiotica, moedersterfte zeer zeldzaam geworden is.

Besmettingen tijdens de geboorte[bewerken]

Een te vroeg geboren kind in een couveuse

Ongeveer 20 procent van alle mensen en dus ook zwangere vrouwen draagt de bacterie Streptococcus agalactiae (ook wel GBS, Groep B Streptokokken genoemd) bij zich in de darm. Bij een klein deel van de vrouwen kan ook in de vagina deze bacterie worden gevonden, meestal zonder dat ze daar zelf last van heeft. Vooral als er tijdens de bevalling risicofactoren optreden, zoals vroeggeboorte, langdurig gebroken vliezen of koorts, is er een verhoogd risico van besmetting van de pasgeborene. Jaarlijks nemen 100 tot 150 pasgeboren kinderen deze besmetting tijdens de geboorte van de moeder over. Zij lijden dan aan longontsteking (pneumonie), sepsis (bloedvergiftiging) of meningitis (hersenvliesontsteking). Als bekend is dat de vrouw drager is, wordt bij de eerder genoemde risicofactoren tijdens de bevalling een antibiotica-infuus gegeven. De kans op een ernstige bacteriële infectie van de pasgeboren baby vermindert daardoor aanzienlijk.

Geschiedenis[bewerken]

Uit vondsten van archeologen uit de periode van 5000 jaar voor Christus blijkt dat de baring toen in zittende houding of gehurkt plaatsvond. Oude Hettitische tabletten maken gewag van 'Papanikri', het geboorteritueel. Het baren gebeurde ook daar op een aangepaste houten stoel, in bijzijn van een priesteres. Ook uit afbeeldingen van latere datum bleek de baring rechtop in plaats van liggend plaats te vinden. In de middeleeuwen bevielen de vrouwen eveneens voornamelijk in zittende houding. Dat gebeurde vaak op een speciale baarstoel waarin een grote opening zat. Populair was in die tijd ook de schootverlossing, waarbij de barende vrouw op de schoot van haar echtgenoot zat. Pas in de Victoriaanse tijd kwam in de westerse wereld het liggend baren in zwang.

In bijna geheel Afrika, Midden- en Zuid-Amerika en ook wel in delen van Azië bevallen de vrouwen tot op de dag van vandaag staand, zittend of gehurkt. Soms zelfs tussen de normale werkzaamheden op het land door.

Bij de Zoeloes is het de traditie dat de kinderen bij de geboorte aanwezig zijn, omdat dit beschouwd wordt als een belangrijk onderdeel van hun opvoeding. De bevalling vindt plaats in een kamer die speciaal voor de gelegenheid is schoongemaakt en versierd met prachtig houtsnijwerk en andere voorwerpen, omdat de eerste dingen die de nieuwgeboren baby te zien krijgt mooi moeten zijn. De moeder ligt niet in bed maar knielt op de vloer, geholpen door andere vrouwen. Ze is bezig met een actieve taak waarbij ze assistentie krijgt van vrouwen die de kinderen al goed kennen. De sociale verhoudingen tussen de mensen die bij de geboorte aanwezig zijn en de fysieke omgeving zijn dus duidelijk verschillend van die waarin de bevalling in de Westerse technologische cultuur plaatsvindt.

Vrijen na de geboorte[bewerken]

Na de geboorte zal de baarmoeder nog meerdere weken bloeden. De kans is groot dat de vaginastreek - in het bijzonder als er een episiotomie werd uitgevoerd - gedurende die periode pijnlijk is. Er wordt aangeraden de geslachtsgemeenschap pas te hervatten indien het bloeden is gestopt, de wond is genezen en de partners weer interesse tonen in het vrijen. Bij sommige koppels duurt deze periode drie weken, bij anderen langer dan een maand. De universiteit van Utah concludeerde uit een onderzoek onder 42 koppels, dat de gemiddelde duur tussen de geboorte en de hervatting van de betrekkingen op 4½ week lag.

Uit een ander rapport kwam naar voren dat sommige vrouwen er na de bevalling niet meer in slagen tot een orgasme te komen. Een verklaring hiervoor kan zijn, dat spanningen en vermoeidheid ervoor zorgen dat men zich tijdens het vrijen niet kan ontspannen. Pas als men zich aan het nieuwe leven heeft aangepast, kan men weer meer van seksualiteit genieten.

De plotselinge afname van hormonen na de geboorte, kan ervoor zorgen dat er minder vaginaal vocht wordt geproduceerd. Dit probleem kan opgelost worden door het gebruik van een glijmiddel op waterbasis.

Uit een onderzoek van het blad 'Ouders Van Nu' blijkt dat het eerste seksuele contact na de bevalling bij 27% plaatsvond binnen een maand, bij 41% binnen twee maanden, bij 13% binnen drie maanden en bij 9% later. 6% was nog niet opnieuw begonnen met vrijen tijdens het onderzoek. Bijna de helft van de vrouwen vond de eerste keer na de bevalling pijnlijk en een derde van hen was angstig.

Vergelijking met andere zoogdieren[bewerken]

Omdat de menselijke schedel zo groot is, en ook door de vorm van het bekken van de vrouw (noodzakelijk omdat de mens op twee benen loopt), is de geboorte van een menselijke baby moeilijker dan die van andere zoogdieren.

Zoek dit woord op in WikiWoordenboek