Bevelhebber der Landstrijdkrachten

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Jump to search

Bevelhebber der Landstrijdkrachten (BLS) was van 1954 tot september 2005 de hoogste operationele functie binnen de Koninklijke Landmacht in Nederland. De functie werd bekleed door een luitenant-generaal. De BLS stond rechtstreeks onder de minister van Defensie. Met de chef-Defensiestaf, hoewel die formeel de hoogste militaire adviseur van de minister was en nog één rang hoger, bestond geen hiërarchische relatie. De Bevelhebber der Landstrijdkrachten gaf op het einde van het bestaan van deze functie leiding aan:

Geschiedenis[bewerken]

Vóór de Tweede Wereldoorlog kende de landmacht geen eenhoofdig bevel. De commandanten van het veldleger, belangrijke stellingen en militaire afdelingen waren nevengeschikt.

Na de oorlog kreeg de toenmalige chef Generale Staf – de generaal H.J. Kruls – ook de hoogste bevelsbevoegdheid over de landmacht in vredestijd. In 1954 werd daarnaast de functie bevelhebber der Landstrijdkrachten (BLS) in het leven geroepen, welke verantwoordelijk was voor de aansturing van de Koninklijke Landmacht in oorlogstijd. Beide functies werden door dezelfde persoon bekleed: de CGS/BLS was dus een dubbelfunctie.

Vanaf 5 september 2005 is de functie 'chef Defensiestaf' (CDS) omgevormd tot de functie commandant der Strijdkrachten (CDS), waarmee een eenhoofdige leiding van de krijgsmacht tot stand is gebracht. De functie 'bevelhebber der Landstrijdkrachten' is daarmee vervallen. De functie van hoogste commandant van de Koninklijke Landmacht heet sindsdien 'commandant Landstrijdkrachten'.

Luitenant-generaal M.L.M Urlings was de laatste bevelhebber der Landstrijdkrachten.

Lijst van bevelhebbers der Landstrijdkrachten[bewerken]