Bewaar het Pand

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Het Nederlandse tijdschrift Bewaar het Pand is een twee-wekelijks kerkblad van bevindelijk gereformeerde signatuur dat vooral gericht is op leden van de Christelijke Gereformeerde Kerken. De aanhangers van de behoudende vleugel binnen de Christelijke Gereformeerde Kerken worden naar dit blad meestal aangeduid als "Bewaar het Panders". Het blad heeft een vrij stabiele aanhang, die in 2006 ongeveer 4.100 abonnementen bedroeg.[1]

In 1966 werd het kerkblad Bewaar het Pand opgericht met als doel de "bevordering en handhaving van de oude gereformeerde beginselen". Directe aanleiding was dat de landelijke synode van de Christelijke Gereformeerde Kerken het goedkeurde dat de Bijbelvertaling van 1951 werd gebruikt in de kerkdienst. De behoudende vleugel wilde dat alleen de Statenvertaling was toegestaan. De oprichters van Bewaar het Pand hoopten door hun blad de mensen die wilden staan in de traditie van de Nadere Reformatie te binden aan het eigen kerkgenootschap en zo een dreigende scheuring te voorkomen. Dit doel werd inderdaad bereikt.

De schrijvers in het blad zijn nog steeds bezorgd over de ontwikkelingen in eigen kerkverband. Regelmatig waarschuwen zij tegen het invoeren van liturgische en ethische vernieuwingen, waardoor in hun ogen het authentieke gereformeerde spoor in prediking en levenswandel verlaten wordt.

Rondom het blad is een heel netwerk ontstaan van toogdagen, verenigingen en kringen van ambtsdragers. Incidenteel worden hierdoor acties voorbereid om op de landelijke synode te protesteren tegen verdergaande vernieuwingen. In personeelsadvertenties in het Reformatorisch Dagblad wordt af en toe als extra aanduiding aangegeven dat wanneer men iemand uit de Christelijke Gereformeerde Kerken zoekt, deze aanhanger van Bewaar het Pand dient te zijn. Op deze wijze weet men dat men iemand krijgt die behoort tot de bevindelijk gereformeerde richting.

De naam van het tijdschrift is ontleend aan de Bijbeltekst 1 Timoteüs 6:20-21a:

"O Timótheüs, bewaar het pand u toebetrouwd, een afkeer hebbende van het ongoddelijk ijdel-roepen, en van de tegenstellingen der valselijk genaamde wetenschap; dewelke sommigen voorgevende, zijn van het geloof afgeweken."