Bicker (geslacht)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Zie artikel Voor de gelijknamige plaats in Lincolnshire, zie Bicker (Lincolnshire).
Familiewapen
Gerrit Pietersz Bicker (1554-1604), Amsterdams Historisch Museum, 17e eeuw
Andries Bicker (1586-1652) door Bartholomeus van der Helst, Rijksmuseum Amsterdam (1642)
Portret van Gerard Andriesz Bicker (1622 - 1666), door Bartholomeus van der Helst, Rijksmuseum Amsterdam
Wendela Bicker (1635-1668) door Adriaen Hanneman, 1659
Gerard Bicker (I) van Swieten door Caspar Netscher

De familie Bicker was een invloedrijk regentengeslacht uit de 16e en 17e eeuw in Amsterdam. De familie Bicker heeft samen met het verzwagerde geslacht De Graeff een halve eeuw het bestuur over de stad Amsterdam en indirect het gewest Holland in handen gehad.[1] Het geslacht Bicker behoort tot de weinige patricische families, waarvan leden én vóór én ná de Alteratie van 1578 in het bestuur van de stad zaten. De Bickers steunden in 1628 de remonstranten in een oproep tot meer verdraagzaamheid en tolerantie. De families Bicker en hun neven De Graeff wisten zich tot 1672 te handhaven.

Bartholomeus van der Helst (1613-1670) schilderde verschillende leden van de familie Bicker.

Verschillende takken van de familie Bicker behoren sinds de 19e eeuw tot de Nederlandse adel. Zij verkregen het predicaat Jonkheer.

Het geslacht Bicker[bewerken]

Pieter Gerritsz. Bicker (1497-1567) voerde als eerste de naam Bicker, ontleend aan de familie van zijn moeder. Hij was getrouwd met Anna Codde.[2] De leden van de familie Bicker kregen in het begin van de zestiende eeuw een steeds belangrijkere rol binnen het bestuur van Amsterdam. Claes Bicker was baljuw van Amstelland. Hendrik Jacobsz. Bicker werd na de Alteratie van Amsterdam burgemeester. Door hun relaties met andere Hollandse patriciërs zoals de Boelens Loen, De Graeff, Witsen en Hooft won de familie Bicker ook snel aan invloed buiten deze stad, zodat ten tijde van de Gouden Eeuw verschillende Bickers belangrijke functies bekleedden binnen de VOC en andere belangrijke instanties. In 1646 - toen de Republiek op het hoogtepunt van haar macht stond - bekleedden zeven leden van de familie Bicker tegelijkertijd een politieke functie.[3] In de 17e eeuw behoorden de families Bicker en Bicker van Swieten tot de rijkste families van het gewest Holland.[bron?]

De leden van de familie Bicker, de zogenaamde Bickerse ligue, steunden samen met Jacob de Witt en Cornelis de Graeff de Vrede van Munster. Samen met enkele andere regentengeslachten streefde de familie Bicker naar de volledige soevereiniteit van de republikeinse regenten naar voorbeeld van de Republiek Venetië, en voor de afschaffing van de stadhouderschap van het Huis van Oranje.[4] Tot hun politieke tegenstanders behoorden de stadhouders uit het huis van Oranje-Nassau en de Amsterdamse regentengeslachten Pauw (met name Reinier Pauw)[1] Schaep en Valckenier.

Meer of minder bekende Bickers tot 1800[bewerken]

Pieter Bicker (1522-1585), zoon van Pieter Gerritsz. Bicker (1497-1567), was een aanzienlijk brouwer te Amsterdam. In 1575 werd hij verdacht betrokken te zijn bij de voorbereiding van een aanslag op Amsterdam en is hij verbannen uit de stad.[5] Hij had drie zonen: Gerrit, Laurens en Jacob, en een dochter: Dieuwer Jacobs (1584 — 1641). Zij was een dochter uit zijn tweede huwelijk en trouwde Jan van Helmont; zij is geschilderd door Jacob Backer als regentes.[6]

Tak Bicker van Swieten[bewerken]

Deze zijtak stamde af van Cornelis Bicker. Diverse leden waren heeren van Swieten en woonden op het Kasteel Swieten. Dit niet meer bestaande kasteel bij Zoeterwoude was achtereenvolgens in bezit van de families "Van Mierop" (1601-1632), Bicker van Swieten (1632-1755), Apollonius Jan Cornelis Lampsins (1755-1777) en Jan Danser Nijman (1777-voor 1792).[13]

Familiewapen[bewerken]

Beschrijving: Gevierendeeld, I en IV in goud een rode dwarsbalk Van den Anxter, II en III in zilver drie boven elkaar geplaatste zwarte helmstokken Hekmer(s), Een halfaanziende helm, wrong zilver en rood, dekkleden rood en goud, helmteken een uitkomende gebaarde man van natuurlijke kleur op een zilveren voetstuk, gekleed in oude rode kleding, goud geknoopt en versierd en met een ouderwetse rode muts, goud versierd, houdende met de rechterhand aan de achterzijde en met de linkerhand aan de voorzijde een gouden fakkel

Afbeeldingen[bewerken]