Bigi Poika

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Bigi Poika
Akarani
Plaats in Suriname Vlag van Suriname
Bigi Poika
Bigi Poika
Situering
Ressort Bigi Poika
District Para
Coördinaten 5° 25′ NB, 55° 30′ WL
Hoogte 30 m
Portaal  Portaalicoon   Suriname
Schoolmeisjes op de doorgaande weg in Bigi Poika

Bigi Poika – in het Karaïbs: Akarani - is een dorp en ressort in Suriname, gelegen in het district Para tussen de rivieren Saramacca en Coesewijne, en bewoond door Karaïben. Het dorp valt onder traditioneel inheems gezag. Dorpskapitein is Charles Arumjo; hij is sinds september 2001 ook bestuurslid van de Vereniging van Inheemse Dorpshoofden in Suriname.

Ligging[bewerken]

Bigi Poika is vanuit de hoofdstad Paramaribo te bereiken via de Indira Gandhiweg richting het Johan Adolf Pengel International Airport, van daar over de zuidelijke Oost-Westverbinding (de Avanaveroweg) westwaarts richting Apoera waarbij de brug over de Saramaccarivier gepasseerd moet worden, waarna een zijweg op circa 25 kilometer weer noordwaarts gaat (een bord geeft aan dat er een Telesur-telefoon is op 6 km, maar de feitelijke afstand is 12 km). Bigi Poika is gelegen op de savanne; er is wel enige aanplant van lage bossen, maar tropisch regenwoud vindt men er niet. Het dorp bestaat voornamelijk uit een lintbebouwing links en rechts van de weg; de weg eindigt bij een loopbruggetje naar de Poika-kreek (die uitkomt in de Saramaccarivier).

Er is een dagelijkse busverbinding met Paramaribo. De wegen vanaf het vliegveld worden echter veelal zo slecht onderhouden, dat de afstand van circa 80 kilometer van Paramaribo soms meer dan vier uur vraagt. Personenauto’s moeten over four-wheel-drive beschikken. De bewoners van de streek hebben met regelmaat actie gevoerd uit protest tegen hun vervoersproblemen.

De doorgaande weg die door Bigi Poika loopt

Middelen van bestaan[bewerken]

Bigi Poika telt circa 650 inwoners (begin 2006). Zij leven van de jacht en de bosbouw, van wat hun kostgrondjes voortbrengen, in mindere mate van de visserij, en voorts van wat de vrouwen dagelijks naar de markt in Paramaribo brengen: peprewatra (vissoep), cassave, soms ook jachtbuit en nijverheidsproducten (katoenweefsels, houtsnijwerk). Vooral mannen werken in dienst van het ministerie van Natuurlijke Hulpbronnen in het Boven-Coesewijne-Natuurreservaat, waarover Bigi Poika de traditionele rechten heeft.

Voorzieningen[bewerken]

Schoolkinderen in Bigi Poika, november 2002
De nieuwbouw van de lagere school in Bigi Poika

De voertaal in Bigi Poika is het Karaïbs; de meeste en zeker de jongere inwoners spreken ook Surinaams en in mindere mate ook Nederlands. Er is een lagere school in het dorp met vier onderwijzerswoningen. De onderwijzers zijn lokale krachten (schoolhoofd is kapitein Charles Arumjo), hoewel in het verleden ook bijna altijd onderwijzers uit “de stad” in het dorp gedetacheerd waren. Nabij de school ligt de gemeenschappelijke ruimte, gebouwd naar traditioneel model met open zijwanden en gedekt met pina (pijlriet).

Het dorp telt een kleine polikliniek, maar die is lang niet altijd bemand, waardoor de bevolking meestentijds is aangewezen op de polikliniek van Zanderij, over de weg een afstand van circa twee uur. Er zijn enkele kleine foerageringswinkeltjes in het dorp.

Sinds de jaren ’90 beschikt het dorp ook over een radiografische telefoonaansluiting.

Geschiedenis[bewerken]

De bevolking van Bigi Poika leefde zeer lang geïsoleerd van de andere bevolkingsgroepen van Suriname. Daar kwam in de tweede helft van de 20e eeuw een einde aan met de aanleg van de tweede Oost-Westverbinding.

Met het voortduren van de in 1986 uitgebroken Binnenlandse Oorlog tussen het Junglecommando van Ronnie Brunswijk en het Nationale Leger onder leiding van Desi Bouterse werden in het Bigi Poika-gebied verschillende kleinere groepen guerrilla’s actief onder namen als Angula, Mandela en Kofimaka. Inheemsen uit verschillende dorpen zetten de beweging de Tucajana Amazones op, die werd bewapend door Bouterse. Zij sneden de zuidelijke Oost-Westverbinding af en riepen het gehele achterland uit tot onafhankelijk inheems gebied. Hun militaire commandant, Thomas Sabajo, vestigde in 1989 zijn hoofdkwartier in een van de onderwijzerswoningen in Bigi Poika. De lokale bevolking zag deze ontwikkelingen met gemengde gevoelens aan, maar tegen het schrikbewind van Thomas was weinig te beginnen. Met de vredesbesprekingen aan het begin van de jaren ’90 werd de situatie weer genormaliseerd; de Tucajana’s verlieten Bigi Poika in september 1992. Thomas bleek actief te zijn in de drugswereld en zou naar verluidt zich hebben gevestigd in Canada.

Ontwikkelingsprojecten[bewerken]

Het generatorstation van Bigi Poika

Er zijn in Bigi Poika verschillende NGO’s actief (geweest), vooral op het gebied van de ontwikkeling van de rurale vrouwen. Dat heeft wel geleid tot enkele projecten, maar wat de effecten daarvan op middellange en lange termijn zijn, blijft onduidelijk. Zo werd er een waterleidingnet aangelegd, dat echter al weer gauw door gebrek aan onderhoud niet meer functioneerde. Een elektriciteitsnet is er niet; er is een lichtaggregaat die werkt op een dieselmotor; die wordt alleen in de avonduren aangezet. Het generatorstation van Bigi Poika, dagelijks is er een paar uur stroom, doordeweeks tot 20 uur, op zaterdag tot 24 uur. In de buurt van het dorp liggen ook de resten van het veeteeltproefstation Koebiti, een van de vele mislukte ontwikkelingsprojecten van Suriname.

Bigi Poika heeft nu een eigen stichting voor dorpsontwikkeling: Kamaraware.

Muziek[bewerken]

Van oudsher worden er in Bigi Poika traditionele liederen gezongen en gedanst, vooral bij traditioneel-inheemse feesten (inwijding, installatie van een dorpskapitein, rouwrituelen). In de maand juni vindt er een groot gemeenschapsfeest plaats.

In de jaren ’90 van de 20e eeuw begon zich een nieuw fenomeen te ontwikkelen: de van oorsprong puur creoolse kawina-muziek – a capella gezongen met begeleiding enkel van traditionele slaginstrumenten – werd ook onder inheemsen steeds populairder. Er inheemse kawina-groepen geformeerd die teksten in inheemse talen en het Sranan. Bigi Poika bleek een van de plaatsen waar deze ingi kawna wortel schoot. Zo ontstonden de muziekformaties Akarani Sound, Esekematoko en Kari Kuri. De eerste twee groepen trekken in het hele land volle zalen.

Persoonlijkheden[bewerken]

Baba draagt voor in Bigi Poika
  • Een van de drijvende krachten achter de ingi kawna is Baba (bijnaam van Wilfred Pranawaré). Hij heeft in korte tijd een reputatie opgebouwd van inheemse komiek in heel Suriname en zelfs in Frans-Guyana (waar gedurende Binnenlandse Oorlog veel Surinaamse binnenlandbewoners zich vestigden.
  • Rein Artist en Frans Malajuwara zijn afkomstig uit Bigi Poika en hebben zich (in Nederland) met publicaties ingezet voor de studie van de inheemse cultuur.

Externe link[bewerken]