Bijvak

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Een bijvak is een studievak dat men naast een hoofdvak beoefent of bestudeert. Op de middelbare school in Nederland moeten er tegenwoordig profielen worden gekozen. Een profiel bestaat uit een aantal verplichte vakken (de hoofdvakken). Naast deze vakken kan men zijn of haar interesse en kennis verbreden door extra vakken te kiezen.

Op de universiteit en hbo volgt men een hoofdstudie die tegenwoordig vaak met de Engelse term 'major' wordt aangeduid. Naast deze hoofdstudie worden de studenten gestimuleerd hun horizon te verbreden door Algemeen Vormende Vakken (AVV) te kiezen. Deze vakken worden ook bijvakken genoemd. Men kan tegenwoordig ook de bijvakken uitbreiden tot een 'minor'. Een minor is een pakket van vaak 3 tot 6 cursussen verspreid over het hele collegejaar. Een minor levert tussen de 20 - 45 ECTS op.

Een minor is in principe voor alle studenten (Universiteit en hbo). Soms worden er eisen gesteld aan de studenten zoals het behaald hebben van de propedeuse of aanwezige voorkennis.

Bij een studie aan een conservatorium werd eerder verlangd dat de student naast zijn hoofdvakinstrument of andere opleiding een ander instrument leert; dit is laatst aangepast waardoor een tweede instrument niet verplicht is. Hiervoor zijn de normen beduidend lager en het behalen van dit bijvak geeft geen enkele bevoegdheid op het gebied van dit instrument. Evenmin wordt dit instrument op het diploma vermeld. De bijvaklessen worden doorgaans door andere docenten gegeven dan de hoofdvaklessen.