Binnendieze

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Binnendieze in 's-Hertogenbosch
Binnendieze 's-Hertogenbosch 2.jpg
Binnendieze 's-Hertogenbosch.jpg
Binnendieze.jpg

De Binnendieze is de verzamelnaam van een aantal stromen in de binnenstad van 's-Hertogenbosch.

Omdat de stad in het verleden nauwelijks ruimte had zich uit te breiden, is in de loop van de tijd een groot deel van de Binnendieze overkluisd, dat wil zeggen overbouwd met huizen. De beken zijn daardoor slechts hier en daar zichtbaar in het stadsbeeld. Dit in tegenstelling tot veel andere steden waar de grachten vaak voor de huizen langs lopen.

De waterlopen hadden vroeger ook de functie van riool. De knaagdieroverlast moest in toom gehouden worden door rattenvangers. Halverwege de 20e eeuw besloot men de Binnendieze te dempen, maar vanwege het unieke karakter kwam hiertegen vanuit de bevolking verzet dat succesvol was. In 1973 is met een restauratie van het stadswatersysteem begonnen die 1998 gereed kwam.

Ontstaan[bewerken]

Op de plaats waar Den Bosch ontstond moeten al een groot aantal stroompjes zijn geweest die tussen de opgewaaide donken meanderden. Het oudste deel van de stad is de Markt die op zo'n donk ligt. Al vroeg werden ook kunstmatige lopen gegraven die dienden als stadsgracht. Later werden ten behoeve van de doorstroming en de scheepvaart een aantal doorsteken gegraven. Zo ontstond een waar doolhof van ongeveer twaalf kilometer lengte, waarvan nog bijna een derde resteert. De totale lengte is nu 3630 meter, met 1290 meter overkluisd. Bij bouwprojecten in de oude stad worden nog regelmatig in vergetelheid geraakte vertakkingen herontdekt.

Hoofdstromen[bewerken]

De Groote Stroom[bewerken]

De Groote Stroom is de oude hoofdstroom van de Dieze, die tegenwoordig als Dommel de westelijke tweede stadsgracht vormt. Het riviertje kwam door de nog bestaande Grote Hekel in het zuiden de stad binnen, maakte een bocht naar het oosten, nam daar de Aa in zich op en draaide meteen scherp naar het westen om bij het huidige Kruithuis de noordelijke stadswal te doorbreken. Tegenwoordig is deze tak doodlopend. De Waterpoort; het grootste restant van de eerste omwalling van de stad, laat het tot zijn deuren komende water niet meer binnen. Er zijn echter plannen om de achterliggende Marktstroom weer uit te graven. De Groote Stroom is maar ten dele overkluisd. De stroom begint bij het Voldersgat en stroomt daar in noordelijke richting. De stroom kent tien overbruggingen, waaronder de Judasbrug en de Geerlingsebrug. Ter hoogte van het Herman Moerkerkplein vertakte de stroom vroeger in twee stromen. Een van deze stromen was de Marktstroom die bij de aanleg van het Tolbrugplein en het Burgemeester Loeffplein ter hoogte van die pleinen in 1962 is gedempt. Vanaf de vroege negentiende eeuw kwam deze uit in de Smalle Haven.

De Vughterstroom[bewerken]

De Vughterstroom was vroeger een beek die liep vanaf een punt even ten zuiden van de Vughterstraat, bij de kruising met de Berewoutstraat. Bij grote waterafvoer werd deze beek tot een westelijke zijtak van de Dieze. Hij sneed dan de bocht van de Dieze af. De huidige Vughterstroom begint op het punt waar de Kleine Vughterstroom samenkwam met de reeds gedempte Parkstroom. De uitmonding van de Vughterstroom werd later tot de haven van de stad. Er waren vele zijstroompjes die tegenwoordig een vele honderden meters lang labyrint vormen van overkluisde watergangen, met tot de verbeelding sprekende namen als het Hellegat. In de Tweede Wereldoorlog werd het gebruikt als onderduikplaats. Het Vughterstroomsysteem sluit bij de kolk van de Grote Hekel aan op de Groote Stroom. De directe doorgang naar de oude haven is echter geblokkeerd.

Rondvaart[bewerken]

Een tocht met een rondvaartboot is mogelijk op drie verschillende trajecten over de Binnendieze en onder de stad. Beatrix, koningin der Nederlanden, en Albert, koning der Belgen maakten daar in 1999 gezamenlijk gebruik van.

In 2008 werd het 14e venster van de Watercanon van Nederland aan de Binnendieze gewijd.[1]

Zie ook[bewerken]