Binnendijks

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Binnendijks is een term die wordt gebruikt om de droge landzijde van een dijk mee aan te geven. In tegenstelling tot het buitendijkse gebied zal dit binnendijkse gebied, bijvoorbeeld een polder, tegen overstromingen beschermd zijn.

Misverstanden[bewerken]

Bij de rivieren schept de term binnendijks weleens verwarring omdat men het land dat tussen de rivier en de rivierdijken ligt (de zogenaamde uiterwaarden) terecht buitendijks noemt, terwijl de argeloze passant deze gronden TUSSEN ofwel "binnen" de (rivier)dijken vindt liggen. Daarom: In geval van twijfel moet men bedenken dat "uiter" in het woord uiterwaard ook "buiten" betekent, zodat op die manier geen misverstanden kunnen ontstaan.

Een volgend misverstand leidt tot de in dit lemma oorspronkelijk geplaatste tekst: "De binnendijk wordt ook wel de 'slaper' genoemd, de buitendijk de 'waker'."

De begrippen "binnendijk" en "buitendijk" zijn immers alleen op aan zee(armen) grenzend bedijkt gebied van toepassing, maar niet op rivierdijken. Daar spreekt men van zomer- en winterdijk. De winterdijk begrenst het winterbed van de rivier, waarbij dit winterbed de rivier bij zijn grootste afvoer nog binnen deze dijken dient te houden.

De (veel) lagere afvoer van de gereguleerde (smeltwater- en vele andere) rivieren in de zomertijd, vindt plaats binnen de zomerkaden, met als voordeel dat zowel 's zomers in de uiterwaarden vee is te weiden en kleiwinning kan plaatsvinden, als dat de rivier een beter beheersbare stroomgeul en diepgang heeft voor het scheepsverkeer. In Nederland is dit een algemeen bekend verschijnsel, maar om velerlei redenen ontbreekt een dergelijke regulering in rivieren als bijvoorbeeld de Loire in Frankrijk.

Waker en slaper[bewerken]

De begrippen 'waker' en 'slaper' zijn van toepassing op dijken die als kustverdediging langs zeeën en zeearmen worden aangelegd. Daarbij is de 'waker' de - eventueel met voorland - aan zee grenzende 'buitendijk' en de 'slaper' een (veelal lang) daarvóór aangelegde oudere zeewerende dijk die zijn functie na aanleg van de huidige 'waker' verloren heeft, maar als een reservedijk blijft liggen voor het geval de 'waker' bij zware storm zou doorbreken. Deze bewust nog steeds goed beheerde 'slaper' werd daarom vroeger ter onderscheid van de bij storm door de zee bespoelde 'waker' ook wel 'droge dijk' genoemd, en bleef vanwege zijn functie dan ook vallen onder de regels van het waterschap of heemraadschap dat verantwoordelijk was voor het dijkbeheer.

Hoewel op veel plaatsen in Nederland de slaperdijken op de kaart wel zijn te herkennen (Friesland: Middelzee; Zeeland: Braakman) kunnen zij snel verward worden met 'inlaagdijken'. Inlaagdijken zijn dijken die - in afwachting van een verwachte doorbraak, of ná een doorbraak van de 'waker' worden aangelegd om mensen, vee en gewassen in het achterland zo goed mogelijk tegen binnendringend zeewater te beschermen. Een flink aantal inlaagdijken zijn herkenbaar aan een (vrijwel altijd) binnendijks gelegen scherp gekromde omlegging van het overige dijkverloop, vaak met een visueel nog te onderscheiden buitendijks gelegen poel (wiel of waal) of kreek (stroomgat). Overigens komen deze inlaagdijken, dan vrijwel altijd aangeduid met 'wiel', natuurlijk ook voor in rivierdijken.