Binnenlandse Veiligheidsdienst

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Het gebouw in Leidschendam, waar van 1993-2002 de BVD en tot eind 2007 de AIVD gevestigd was. Tegenwoordig zetel van het Libanontribunaal.
Tegen de achtergrond het bruine bakstenen gebouw aan de President Kennedylaan in Den Haag, waar de BVD van 1957 t/m 1993 gehuisvest was. Nadien is het gesloopt.

De Binnenlandse Veiligheidsdienst (BVD) was een Nederlandse geheime dienst die was belast met het handhaven van de binnenlandse veiligheid. De BVD werd in 1949 opgericht en in 2002 omgevormd tot de Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst (AIVD).

Sinds 1957 zetelde de BVD in een gebouw aan de President Kennedylaan 25 in Den Haag.[1] In 1993 verhuisde de dienst naar een pand aan de Dokter Van der Stamstraat in Leidschendam dat speciaal voor het huisvesten van de BVD was gebouwd.[2]

Oprichting en taak[bewerken]

De Binnenlandse Veiligheidsdienst werd ingesteld bij een geheim koninklijk besluit van 8 augustus 1949.[3] De BVD was de opvolger van de Centrale Veiligheidsdienst (CVD), die op zijn beurt in april 1946 was voortgekomen uit het op 23 mei 1945 opgerichte Bureau Nationale Veiligheid (BNV).

Volgens het koninklijk besluit van 1949 ressorteerde de BVD onder het ministerie van Binnenlandse Zaken en had als taak:[4]

  • Het inwinnen van gegevens over staatsgevaarlijke personen en extremistische stromingen
  • Het bevorderen van veiligheidsmaatregelen
  • Al hetgeen noodzakelijk is voor het goed functioneren van de dienst
  • Contact onderhouden met buitenlandse inlichtingen- en veiligheidsdiensten

De taak van de BVD was dus beperkt tot binnenlandse dreigingen. Voor het vergaren van inlichtingen uit het buitenland was er sinds 1946 de Buitenlandse Inlichtingendienst (BID), die in 1972 werd hernoemd tot Inlichtingendienst Buitenland (IDB) en die in 1994 werd opgeheven.[5]

Op 5 augustus 1972 kwam er een nieuw koninklijk besluit met regels voor de Nederlandse geheime diensten. De eerste wet in formele zin was de Wet op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten van 3 december 1987. Deze werd gevolgd door de Wet op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten 2002 (Wiv 2002). Met het van kracht worden van deze wet werd de BVD op 29 mei 2002 omgedoopt tot Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst (AIVD).[6]

Organisatie[bewerken]

Louis Einthoven, hoofd van de BVD van 1949-1961
Arthur Docters van Leeuwen, hoofd van de BVD van 1989-1995

Dienstleiding[bewerken]

Het eerste hoofd van de BVD was Louis Einthoven, die tot 1 april 1961 aanbleef. Hij werd opgevolgd door J. S. Sinninghe Damsté en vanaf september 1967 tot en met 1977 was Andries Kuipers hoofd van de dienst. Onder zijn leiding werd de BVD iets minder besloten. De dienst werd onder meer opgenomen in het telefoonboek.

Kuipers' opvolger Pieter de Haan begon direct na zijn aantreden met een interne reorganisatie en diverse vernieuwingen. De Haan vertrok per 1 februari 1986 en werd opgevolgd door Aart Blom, die reeds meerdere leidinggevende functies binnen de dienst vervuld had en als een bedachtzame intellectueel bekend stond.[7]

Begin 1989 werd Arthur Docters van Leeuwen het nieuwe hoofd van de BVD. Onder zijn leiding werd de aandacht van het communisme verlegd naar corruptie en georganiseerde misdaad. Van Leeuwen werd in 1995 opgevolgd door viceadmiraal Nico Buis, die al na anderhalf jaar opstapte, en in 1997 werd opgevolgd door voormalig politie-chef Sybrand van Hulst. De dienst had in dat jaar een budget van 76 miljoen euro en 559 mensen in dienst.[8]

Onder Van Hulst werd de nieuwe Wet op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten 2002 (Wiv 2002) door de Tweede Kamer geloodst, waarna de BVD werd omgevormd tot de AIVD, die nog tot 2007 door Van Hulst geleid werd.

Overige onderdelen[bewerken]

Rita Verdonk was van 1996 tot 1999 directeur Staatsveiligheid bij de Binnenlandse Veiligheidsdienst. Daarnaast werkten zowel de vader van Theo van Gogh als de vader van Tomas Ross bij de BVD.

Hoewel de BVD in eerste instantie alleen verantwoordelijk was voor de binnenlandse veiligheid, beschikte de dienst toch over eigen afdelingen op de Nederlandse ambassades in Washington, Caracas, Amman, Singapore en Moskou.

Binnenlands werkte de BVD nauw samen met de Politie Inlichtingendiensten (PID's) en hun opvolgers, de Regionale Inlichtingendiensten (RID's) van de politie, die als voorposten fungeerden voor het op lokaal en regionaal niveau verzamelen van inlichtingen en het runnen van informanten.

Activiteiten[bewerken]

Strijd tegen het communisme[bewerken]

Gedurende de Koude Oorlog vormde het communisme het belangrijkste aandachtsveld. De BVD onderzocht spionage vanuit Oost-Europa, en hield de Communistische Partij van Nederland (CPN) in de gaten.

Minister-president Drees gaf de dienst in 1951 opdracht de antecedenten na te trekken van ambtenaren die werden verdacht van communistische sympathieën. Ambtenaren was het voortaan verboden lid te zijn van de CPN en aan de partij gelieerde organisaties, waaronder de communistische vakbond Eenheids Vakcentrale (EVC). Het antecedentenonderzoek werd bovendien de standaardprocedure bij het aannemen van nieuwe ambtenaren.

Ook kreeg de BVD opdracht interneringsplannen voor te bereiden. Wanneer de alom gevreesde Derde Wereldoorlog zou uitbreken en Russische troepen voet op Nederlandse bodem zouden zetten, viel niet uit te sluiten dat de communisten in eigen land de zijde van de bezetter kozen, zo redeneerde het kabinet. In 1949 had CPN-leider Paul de Groot nog gewaarschuwd dat de CPN bij een invasie de zijde van de Russen zou kiezen. Onder de codenaam Operatie Diepvries begon de BVD daarom in 1952 een lijst van staatsgevaarlijke personen aan te leggen, waarop hoofdzakelijk communisten stonden. In geval van oorlog, bezetting of grote internationale dreiging dienden deze subversieve elementen onverwijld in de kraag te worden gevat, om vervolgens in kampen geïnterneerd te worden.

De dienst hielp door middel van een infiltrant met de oprichting van de Kommunistiese Eenheidsbeweging Nederland (marxisties leninisties) (KEN(ml)), die een voortzetting was van een maoïstische afsplitsing van de CPN, en richtte in 1970 tevens de Marxistisch-Leninistische Partij Nederland (MLPN) op, een pseudomaoïstische partij waarvan de leiding geheel bestond uit BVD'ers. De bedoeling hiervan was de aanhang van de maoïsten in Nederland te peilen, en financiële steun door de Volksrepubliek China af te romen.

Nieuwe aandachtsgebieden[bewerken]

In de jaren zeventig begon de BVD zich ook op gewelddadige groeperingen in Nederland te richten, met name op Zuid-Molukkers. Daarnaast hield de dienst de internationale wapenhandel in het oog, en buitenlandse inlichtingendiensten in Nederland.

Na de val van het IJzeren Gordijn in 1989 werd onder leiding van Docters van Leeuwen de aandacht van het communisme verlegd naar corruptie en georganiseerde misdaad. In deze periode pleegde de binnenlandse terroristische groep RaRa gelijktijdig aanslagen op het woonhuis van staatssecretaris Aad Kosto, en op het ministerie van sociale zaken (1991). In 1993 volgde een RaRa-aanslag op het ministerie van binnenlandse zaken. De aanslagen konden niet worden opgelost.

Surinamers in de Bijlmer[bewerken]

Blijkens rapporten die in 2017 werden opgevraagd door Het Parool, hield de BVD in de jaren zeventig, tachtig en negentig de Surinaamse gemeenschap in de Bijlmer in de gaten. Een grote groep Surinamers die in de jaren zeventig naar de Bijlmer, en met name naar de kraakflat Gliphoeve, waren gekomen hadden tot zorgen geleid. Op verzoek van de BVD deed de Amsterdamse Politie Inlichtingendienst onderzoek, maar concludeerde in 1979 dat de zaak onder controle was en dat van de Surinamers geen gevaar van betekenis uitging.[9]

Na de staatsgreep van Desi Bouterse in 1980 hield de BVD verschillende bijeenkomsten in de Bijlmer in de gaten en ving geluiden op over meer en minder serieuze plannen voor een tegencoup. In 1983 kreeg de dienst een tip over een geheime wapenopslagplaats. In 1996 uitte de verantwoordelijke politiecommissaris zijn zorgen over de polarisatie in de stadsdeelraad, aangewakkerd door zwarte deelraadsleden en ambtenaren onder de naam Zwart Beraad. Na onderzoek concludeerde de BVD in 1997 dat er geen enkel bewijs was voor een vermeende inmenging door Bouterse en evenmin van een gevaar voor de democratische rechtsorde. Wel constateerde de dienst wantrouwen tussen de etnische groepen, financieel wanbeleid en belangenverstrengeling.[9]

Margarita-affaire[bewerken]

Begin 2000 stelde de BVD op verzoek van de directeur van het Kabinet der Koningin (KdK) een onderzoek in naar Edwin de Roy van Zuydewijn, de partner van Prinses Margarita. Vervolgens werd het rapport aan KdK-directeur Felix Rhodius verstrekt, die het ter inzage gaf aan Margarita's vader Carlos Hugo, haar broer Carlos, en haar grootvader Prins Bernhard. Dit alles geschiedde zonder toestemming van de verantwoordelijke minister. Toen dit in 2003 aan het licht kwam, werd de gang van zaken door minister-president Balkenende verdedigd. Het Kabinet der Koningin plaatste hij echter onder zijn directe controle.

Trivia[bewerken]

  • Sinds 1996 publiceerde de BVD een openbaar jaarverslag.
  • In 1999 werkte de BVD mee aan de dramaserie De geheime dienst, die door de VARA werd uitgezonden. De BVD gaf hierbij algemene informatie over hoe de dienst te werk ging, zodat de serie een goed beeld zou geven.[10]

Literatuur[bewerken]

Externe links[bewerken]