Biologische landbouw en voeding

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Biologische landbouw in Capay, Verenigde Staten
Biologische melkveestal in Woerden, Nederland

Biologische landbouw en voeding is een verzamelnaam voor landbouwmethoden en voedingsmiddelen die voldoen aan bepaalde eisen op het gebied van milieu, natuur en landschap, het welzijn van dieren en productiemethoden. In Nederland wordt ook het woord ecologisch gebruikt en de Engelse term is organic. Deze termen verwijzen naar dezelfde landbouwmethoden, waarvan de minimale eisen internationaal zijn overeengekomen en vastgelegd.

Eisen en wetgeving[bewerken]

Er worden verschillende eisen gesteld aan biologische landbouw en voeding. Deze gelden op het gebied van:

De technische basisvereisten die in de biologische landbouw gesteld worden, zijn weergegeven in de Europese Verordeningen 834/2007 en 889/2008. In de Europese Lidstaten kunnen toch nog verschillen voorkomen als gevolg van interpretaties van deze basiswetgeving. Voor de technische eisen die in Nederland gesteld worden, zie de website van stichting Skal[2]. Voor Vlaanderen kan worden verwezen naar de websites van Afdeling Duurzame Landbouwontwikkeling van de Vlaamse overheid [3] . Voor algemene informatie over biologische landbouw en voeding, zie de website van stichting Bionext[4] voor Nederland en de websites van Velt [5] en Bioforum [6] voor Vlaanderen.

Varianten[bewerken]

Er bestaan verschillende varianten op de ecologische landbouw, die allemaal in de praktijk worden beoefend. Min of meer in volgorde van anciënniteit:

  • Biologisch-dynamische landbouw - gebaseerd op de ideeën van Rudolf Steiner (1923), de eerste grondlegger van biologische landbouw.
  • Nature Farming - de dominante Japanse vorm van biologische landbouw, met grondlegger Mokichi Okada (1935): lijkt op biologisch-dynamische landbouw door nadruk op bodempreparaten.
  • Permacultuur - ontwikkeld in de Australië in de jaren 70, gericht op nauwkeurig ontworpen ecosystemen.
  • Fukuoka landbouw - gebaseerd op de ideeën van de Japanner Masanobu Fukuoka (1975), die streeft naar minimaal ingrijpen in natuurlijke processen.
  • Biologische landbouw - ecologische landbouw zoals deze in Europese en Nederlandse regelgeving (SKAL, 1985) is vastgelegd.
  • Forest agriculture - gebaseerd op het boek "The Forest Garden" van de Engelsman Robert Hart uit 1987, nauw verwant aan permacultuur.
  • Synergetische landbouw - ontwikkeld door Emilia Hazelip in de VS, voortbouwend op de ideeën van Fukuoka - niet in boekvorm gepubliceerd.
  • Anastasia landbouw - zeer recent ontstaan in Rusland, naar aanleiding van de boeken van Vladimir Megre, met een uitgesproken "spiritueel" karakter.

Al deze varianten hebben als gemeenschappelijk kenmerk, dat zij zich baseren op ecologische principes en de chemisch-industriële aanpak afwijzen. Ofschoon zij zich soms tegen elkaar afzetten, streven zij er alle naar zo veel mogelijk "samen te werken" met de natuur. Alleen biologische landbouw is vastgelegd in internationale wet- en regelgeving. Voor de andere vormen bestaan alleen private labels - en vaak ook die niet.

In sommige gevallen kan men zeggen dat de biologische landbouw zo veel mogelijk gebruik maakt van technieken en methoden van vóór 1900 toen kunstmest en chemische bestrijding in opgang kwamen. In andere gevallen daarentegen is biologische landbouw juist uiterst modern en innovatief. Voorbeelden daarvan zijn het gebruik van sluipwespen voor het bestrijden van ongedierte in kassen en het gebruiken van branders voor onkruidbestrijding in plaats van chemische herbiciden.

Kenmerken van deze akker-, weide- en tuinbouw[bewerken]

Kenmerk van deze akker-, weide- en tuinbouwmethoden is dat er gepoogd wordt te werken met zo weinig mogelijk milieubelastende middelen en methoden. Hierbij staat het bodemleven centraal, wat op zijn minst verstoord, zo niet vernietigd wordt door kunstmest (of drijfmest) en pesticiden, vandaar het verbod op het gebruik hiervan. Het organische stofgehalte speelt hier een belangrijke rol, en moet (in de meeste gevallen) verhoogd worden. Men rekent biologische of ecologische landbouw wel tot de 'duurzame landbouw', omdat de ecologische efficiëntie wordt verhoogd. Men poogt de synergie met het (te stimuleren) bodemleven maximaal te benutten, zodat deze vorm van landbouw lang volgehouden kan worden. Indien juist toegepast, verbetert de bodemvruchtbaarheid, en dus ook de opbrengst, jaar na jaar, na de omschakelings- (en bodemherstel)periode. In deze akkerbouw zijn er de volgende belangrijke verschillen met de gangbare landbouw:

Het gebruik van bestrijdingsmiddelen[bewerken]

Er worden geen synthetische bestrijdingsmiddelen gebruikt. Toegestane middelen zijn:

Er zijn vijftien bestrijdingsmiddelen (insecticiden, antischimmelmiddelen) toegestaan, meestal natuurlijke gifstoffen uit planten of bacteriën.[7] Zo is middels EU-verordening nr. 404/2008 het insecticide (van bacteriële oorsprong) spinosad toegestaan. Verder legitimeert dezelfde verordening ook het gebruik van kaliumbicarbonaat en koperoctanoaat bij de bestrijding van verschillende schimmelziekten.

Ook zijn een aantal rijpingsbevorderaars wel toegestaan. Zo is door deze verordening het gebruik van ethyleen in bepaalde gevallen toegestaan, onder andere bij het narijpen van citrusvruchten.

Ongeveer de helft van de 2.900 biologische boeren in Nederland gebruikt af en toe bestrijdingsmiddelen.[7].

Genetisch gemodificeerde gewassen[bewerken]

Het gebruik van genetisch gemodificeerde gewassen is onder de (niet wettelijk vastgelegde) criteria van de International Federation of Organic Agriculture Movements (IFOAM) en de (wettelijk vastgelegde) Europese verordening voor biologische landbouw niet toegestaan.

De gewassoort en de manier van verbouwen[bewerken]

Methodes die worden gebruikt in de biologische akkerbouw en tuinbouw om het gebruik van bestrijdingsmiddelen te voorkomen zijn onder meer een keuze voor resistente rassen en vruchtwisseling waarbij gewassen minder frequent op hetzelfde perceel worden geteeld. Er wordt een vruchtwisselingschema's van vijf tot zeven jaar aangehouden. Bij optreden van ziekten of plagen oogst men soms vroeger. Belangrijk is om te werken aan de weerstand van planten door overmatige bemesting te vermijden. Soms passen biologische telers biologische bestrijding toe.

Kunstmest met uitzondering van kieseriet mag niet worden gebruikt, mest uit andere veehouderijsystemen, zoals gangbare een scharrelveehouderij zo min mogelijk. Onkruid wordt voor een groot deel met de hand of machinaal bestreden.

Veel biologische boeren zijn ook in andere opzichten anders dan gangbare boeren met de landbouw bezig. Zo hebben ze vaker een gemengd bedrijf (zowel akkerbouw als veeteelt) en besteden meer arbeid en tijd aan natuurbeheer op het bedrijf.

Nuvola single chevron right.svg Zie ook het artikel over een vorm van inzaaien: de biologische zaaitabel.

Kenmerken van veehouderij[bewerken]

Ook zijn er tal van regels over de wijze waarop er met dierenwelzijn omgegaan wordt.

Leefomstandigheden[bewerken]

Het aantal vierkante meters dat een dier tot zijn beschikking heeft is groter, er zijn beperkingen voor het op stal zetten en varkens, koeien en kippen beschikken over daglicht en een vrije uitloop naar buiten. Het routinematig afbranden van snavels bij kippen en het staartknippen bij varkens is niet toegestaan. Het castreren van varkens is eveneens verboden.

Voeding[bewerken]

Dieren moeten, waar mogelijk, gevoerd worden met biologisch geproduceerd diervoer. Alleen als er niet voldoende biologisch voer beschikbaar is, mag door de veehouder ander voer ingekocht worden, dit komt zelden voor. Herbivoren moeten in elk geval 100% biologisch gevoederd worden.

Medicijnen[bewerken]

Net als in niet-biologische landbouw is het gebruik van groeihormonen tijdens het productieproces verboden. Ook antibiotica mogen niet preventief worden toegediend, enkel wanneer een dier ziek is. Een vleesvarken mag tijdens zijn leven maar een keer met medicijnen behandeld worden, drachtige zeugen voor twee verschillende aandoeningen per jaar. Voor koeien geldt eveneens dat voor twee verschillende aandoeningen per jaar behandeld mag worden. Homeopathische geneesmiddelen genieten binnen de biologische veehouderij de voorkeur boven de reguliere middelen en deze mogen wel zonder restricties gebruikt worden, ook al is hun werking niet bewezen.

Kenmerken van bereide voedingsmiddelen[bewerken]

Bedrijven die biologische voedingsmiddelen willen bereiden dienen in het bezit te zijn van de juiste certificaten. Er moet een duidelijke administratie bijgehouden worden van biologische grondstoffen die binnenkomen, en biologische producten die geleverd worden aan bijvoorbeeld winkels of andere met reguliere levensmiddelen.

Biologische voeding mag geen chemisch-synthetische geur- kleur- en smaakstoffen bevatten en ook geen conserveringsmiddelen. Ook zijn er strenge eisen aangaande de etikettering. Als uitzondering op de algemene regel mag biologische wijn overigens wél sulfieten bevatten. In feite bestaat er geen biologische wijn maar is het wijn van biologisch geteelde druiven. De vinificatie hiervan staat gebruik van sulfiet toe.[8]

Omvang[bewerken]

De biologische landbouw is wereldwijd de snelstgroeiende sector binnen de voedingsmiddelenbranche. Wereldwijd is de omzet voor biologische producten sinds 2001 verdubbeld. De groep consumenten, die biologisch geproduceerd voedsel koopt, neemt toe. Naast natuurvoedingswinkels bieden ook supermarkten een steeds uitgebreider assortiment biologische producten aan.

Nederland[bewerken]

Het voormalige ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (LNV) streefde ernaar om de consumptieve bestedingen aan biologische voeding te laten groeien naar 5% van de totale uitgaven aan voeding in 2007 en het biologische landbouwareaal naar 10% van het totale landbouwareaal in 2010.

In 2004 was het marktaandeel van biologische voeding 1,8% en het biologische landbouwareaal 2,5% (48.155 hectare) van het totaal.[9] Sinds 2004 is het biologisch areaal langzaam gedaald tot 47.019 ha per eind 2007 om in 2008 weer te groeien naar 50.435 hectare.[10] In 2010 was het marktaandeel van biologische producten gestegen tot 2,5 procent.[11]

  • Zuivel: Nederland telde in 2010 ongeveer 325 biologische melkveehouders. Door de toenemende vraag naar biologische zuivel is er krapte ontstaan. Er wordt biologische melk geïmporteerd uit Duitsland en Denemarken.[11]

Biologische producten en gezondheid[bewerken]

Onderzoek over het al dan niet gezonder zijn van biologische producten versus producten uit de gangbare landbouw staat nog in de kinderschoenen. Voor een deel komt dat doordat de wetenschappelijke voedingsleer zelf nog in de kinderschoenen staat; onderzoek naar lange-termijn-effecten duurt immers noodzakelijkerwijze vele tientallen jaren. Dat betekent bijvoorbeeld dat een onderzoek dat aantoont dat een biologische gekweekt gewas méér antioxidanten bevat nog niet bewijst dat dit gewas daarom ook gezonder is, want de rol van antioxidanten voor de gezondheid is op zichzelf nog omstreden.

Hier toch enige wetenschappelijke resultaten. In 2005 werd uit onderzoek, uitgevoerd door het Louis Bolk Instituut, duidelijk dat biologische zuivel meer gezondheidsbevorderende stoffen bevat dan zuivel uit de gangbare landbouw. Uit een langdurig onderzoek aan de Universiteit van Californië bleek, dat biologisch geteelde tomaten bijna tweemaal zoveel flavonoïden bevatten als conventioneel geteelde tomaten (gemiddeld 97% meer kaempferol en 79% meer quercetine).[12] Biologisch gevoede kippen verschillen qua immuunreactiviteit, stofwisseling en genexpressie met gangbaar gevoerde dieren.[13] Dit hoeft echter niet noodzakelijkerwijs te betekenen dat het vlees van deze kippen voor de mens gezonder is. Wanneer fruitvliegjes biologisch geteeld voedsel krijgen, blijken ze langer te leven en bovendien actiever, vruchtbaarder en stressbestendiger te zijn dan wanneer ze hetzelfde voedsel maar dan niet-biologisch krijgen.[14]

Aan de andere kant komt bijvoorbeeld de consumentenbond na vergelijking van 15 groentes tot de conclusie dat biologisch gekweekte gewassen nauwelijks enig voordeel voor de gezondheid opleveren.[15] De Engelse Food Standards Agency deed in 2009 een uitgebreide literatuurstudie van alle wetenschappelijk onderzoek op dit gebied en kwam tot de conclusie dat er op dit moment geen wetenschappelijke basis is om biologische voeding als gezonder dan niet-biologische aan te merken.[16] Een onderzoek in Annals of Internal Medicine (4 september 2012) concludeerde dat er geen bewijs is dat biologische voeding beduidend voedzamer is. Het risico om aan een maximaal toegelaten waarde van een bestrijdingsmiddel te geraken verschilt niet veel tussen biologisch en conventionel voedsel.[17]

Overigens is het niet alle consumenten van biologische producten te doen om een betere kwaliteit van de producten of mogelijke positieve effecten op de gezondheid; een deel van hen koopt biologisch vanwege het duurzame productieproces of vanwege de diervriendelijker methoden. Ook de garantie dat in de producten geen genetisch gemanipuleerde gewassen of organismen zijn gebruikt speelt voor velen een rol.

Biologische veeteelt en epidemieën[bewerken]

Na de grote epidemieën onder koeien, varkens en geiten in het afgelopen decennium en de daarmee gepaard gaande grootscheepse 'ruimingen', zijn er heel wat consumenten die 'biologisch kopen' in de veronderstelling dat biologische veeteelt minder gevoelig is voor zulke epidemieën. Wetenschappelijk is dit lastig rechtstreeks aan te tonen omdat er (nog) geen grote gebieden zijn waar biologische landbouw/veeteelt wordt toegepast, terwijl biologisch werkende bedrijven net zo goed 'geruimd' worden. Er is echter wel veel indirect bewijs voorhanden. Zo wordt algemeen de bewaking van de kwaliteit van het veevoer gezien als een van de cruciale preventiemaatregelen. Ook beperkingen aan het aantal dieren per ha. speelt een belangrijke rol.[18] De regels t.a.v. veevoer zijn in de biologische veeteelt scherper en beter omschreven en ook het aantal dieren per ha. is beduidend lager. Daarom is het aannemelijk dat Biologische veeteelt inderdaad minder gevoelig is voor epidemieën. Het spreekt vanzelf dat het hier gemiddelden betreft: er zijn niet-biologische bedrijven die wat dit betreft aan dezelfde voorwaarden voldoen; men kan hier dan ook niet van een inherent voordeel van de biologische veeteelt spreken. Hiertegen over staat echter dat doordat dieren in de biologische veehouderij meer buiten komen en meer mogelijkheden tot scharrelen hebben bepaalde dierziekten die lang weg geweest zijn kunnen terugkomen. Bepaalde worminfecties bij varkens bijvoorbeeld. Daarnaast wordt in plaats van kunstmest dierlijke mest over het land uitgereden waarin zich meer ziektekiemen bevinden.

Specifieke problemen[bewerken]

De afstemming tussen aanbod en vraag is moeilijk: boeren die hun producten biologisch willen afzetten komen soms op een wachtlijst te staan of moeten hun biologische producten als gangbaar verkopen tegen lagere prijzen. Op andere momenten dreigt door een groeiende vraag en een achterblijvende productie tekorten te ontstaan.

Uit diverse onderzoeken blijkt dat burgers vaak een natuur- en diervriendelijke landbouw wensen, waarbij men aangeeft dat men bereid is hier een meerprijs voor te betalen. Het consumentengedrag blijft daar vaak bij achter: vaak wil men een product toch tegen een zo laag mogelijke prijs en kiest men dus liever voor goedkopere producten uit de gangbare landbouw. Niettemin groeit de markt voor biologische producten fors, zeker als men deze groei afzet tegen het klimaat in supermarkten waar de focus sterk op prijs is komen te liggen. Actuele cijfers over de markt van biologische producten zijn te vinden op de website van Biologica.

Biologische landbouw en de milieu- en voedselproblematiek[bewerken]

Vaak wordt zonder meer aangenomen dat biologische landbouw de enige manier is om op een milieuvriendelijke wijze voedsel te verkrijgen. De biologische landbouw is op bepaalde vlakken wel minder belastend voor dier en milieu dan de gangbare landbouw. Door critici worden kanttekeningen geplaatst bij biologische landbouw.

Tegenstanders van biologische landbouw stellen:

  • Kunstmest mag niet worden gebruikt, en de boer staat slechts dierlijke mest en compost ter beschikking. Om mest te verkrijgen is veel extra land nodig. Landbouwgrond, ook biologische landbouwgrond, is veel minder rijk aan plantensoorten dan bijvoorbeeld tropisch regenwoud of Hollands moerasbos.
  • Door gebruik van natuurlijke meststoffen is het moeilijk de dosering af te stemmen op wat het gewas nodig heeft. Op momenten dat het gewas veel voedingsstoffen nodig heeft ontstaat een tekort waardoor de opbrengst lager wordt. Aan de andere kant is er een overschot aan meststoffen op het moment dat het gewas minder hard groeit. Deze meststoffen spoelen uit de bodem en komen terecht in het grond- en oppervlaktewater, waar het een vervuilende invloed heeft.
  • Biologische landbouw heeft vaak meer ruimte nodig, terwijl landbouwgrond schaars wordt. [19]
  • De biologische landbouw is niet efficiënt genoeg om de hele wereldbevolking van voedsel te voorzien.
  • Het criterium dat mest- en gewasbeschermingsmiddelen van natuurlijke oorsprong moeten zijn is arbitrair. Zo wordt in de biologische landbouw nog steeds kopersulfaat gebruikt, een stof die veel aspecifieker en daarmee schadelijker is voor het bodem- en waterleven dan modernere alternatieven.

Bovenvermelde punten worden door voorstanders vaak als volgt weerlegd:

  • De gangbare landbouw zou de biodiversiteit sterker afbreken dan de biologische landbouw doordat bodemleven, wilde planten en insecten worden gedood. De sterk teruggelopen biodiversiteit in Nederland sinds het begin van de 20ste eeuw (nog 15% van wat het was, volgens de Monitor Duurzaam Nederland [20]) wordt door aanhangers van biologische landbouw toegeschreven aan de werkwijzen in de reguliere landbouw.
  • Bij biologische landbouw is de insteek niet om de plant te voeden, maar de grond. Door levende processen in de bodem zouden de voedingsstoffen geleidelijk vrijgemaakt worden voor de plant. Kunstmest zou sneller uitspoelen dan organische mest en het bodemleven verarmen. Bovendien nemen boeren geen risico's: ze gebruiken, zeker in de VS, vaak twee keer zoveel kunstmest als noodzakelijk: boeren spreken dan over "crop insurance"[bron?].
  • Voor de productie van compost is niet meer land nodig dan voor de productie van kunstmest[bron?]. Er is slechts een fractie nodig van de energie die voor kunstmestproductie- en transport vereist is.
  • Een rapport van het VN-Milieuprogramma (UNEP) uit 2008 meldt dat bij 114 projecten in 24 Afrikaanse landen de oogst meer dan verdubbelde door het gebruik van biologische productiemethoden[21]. Kunstmest en bestrijdingsmiddelen zijn vaak onbetaalbaar voor kleine boeren in ontwikkelingslanden, terwijl arbeidskracht - letterlijk - genoeg voorhanden is. Men stelt dus dat biologische gewasbescherming effectiever is dan helemaal géén gewasbescherming, men stelt niet dat biologische gewasbescherming effectiever is dan gangbare gewasbescherming.
  • Het hongerprobleem in de wereld is geen kwestie van tekorten, maar een probleem van verdeling en distributie. Volgens cijfers van de VN, bij monde van rapporteur Jean Ziegler, werd in 2006 in principe voldoende voedsel geproduceerd om 12 miljard mensen te voeden. Aanhangers van biologische landbouw gaan hier overigens voorbij aan het gegeven dat het grootste deel van de mondiale voedselproductie met gangbare landbouwmethoden geproduceerd wordt en dat er wél tekorten zouden kunnen ontstaan als er op grote schaal overgeschakeld zou worden op biologische landbouw.
  • De biologische landbouw heeft een "kraamkamerfunctie" voor de gangbare landbouw, methodes uit de biologische landbouw kunnen bij gebleken geschiktheid overgenomen worden in de reguliere landbouw. [22]

Opleiding[bewerken]

In Nederland zijn er twee opleidingen voor biologisch boer, De Warmonderhof in Dronten en de Kraaybekerhof in Driebergen. Daarnaast is er aan de Wageningen Universiteit een MSc Organic Agriculture (MSc Biologische Productiewetenschappen) opleiding die zich op biologische producten richt. In Vlaanderen wordt er een 2-jarige opleiding biologische en bio-dynamische landbouw gegeven door Landwijzer uit Antwerpen. Daarnaast biedt men tevens een 1-jarige opleiding "zorg in de biologische landbouw" aan.

Keurmerken[bewerken]

  • Sinds 1 juli 2010 dragen Europese biologische producten een nieuw keurmerk.[23]
  • Het EKO-keurmerk wordt toegekend door Stichting EKO-keurmerk.[24] Dit keurmerk geeft aan dat een bedrijf volgens biologische criteria werkt, kortweg gezegd dat geen bestrijdingsmiddelen van kunstmatige oorsprong of kunstmest worden gebruikt.
  • Het Demeter-keurmerk geeft aan dat er gewerkt wordt volgens biologisch-dynamische principes, gebaseerd op de antroposofie van Rudolf Steiner.
  • Milieukeur is een Nederlands keurmerk gebaseerd op regelgeving die minder streng is dan bijvoorbeeld de biologische landbouw.
  • In België bestaat het keurmerk Biogarantie.
  • Het Beter Leven kenmerk is van de Nederlandse Dierenbescherming en vult de kloof op tussen vleesproducten uit de bio-industrie en de biologische veeteelt[25]

Zie ook[bewerken]

Externe links[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties

Algemeen

  • Jaap Melgers: Biologische akkerbouw, handleiding, achtergrond en praktijk (Jan van Arkel, 1993)
  • Adrian Myers: Organic Futures, The Case for Organic Farming (Green Books, 2006)
  • Willy Schilthuis: Anders omgaan met de aarde, biologisch-dynamische landbouw voor nu en later (Christofoor, 1995)
  • Kees van Veluw: Biologische veehouderij, handleiding, achtergrond en praktijk (Jan van Arkel, 1994)
  • Bart Willems: Biologische groenteteelt, handleiding, achtergrond en praktijk (Jan van Arkel, 1996)

In de tekst

  1. http://www.skal.nl/Home/Artikelen/tabid/99/category/Plantaardige%20productie/catid/6/itemid/30/language/nl-NL/Default.aspx Skal.nl
  2. http://www.skal.nl
  3. website van Afdeling Duurzame Landbouwontwikkeling van de Vlaamse overheid
  4. http://www.bionext.nl
  5. http://www.velt.be
  6. http://www.bioforum.be
  7. a b Sander Voormolen - "Spijt van de spuit. Biologische telers willen helemaal af van het gebruik van bestrijdingsmiddelen. Maar of dat lukt?". NRC-next Donderdag 11 maart 2010
  8. Lijst van E-nummers (gewijzigd 22 oktober 2007), een pdf-bestand van Stichting Voedingscentrum Nederland, verkregen via http://www.voedingscentrum.nl.
  9. Voor meer marktinformatie zie Bio-monitor 2006.
  10. http://www.agriholland.nl/dossiers/bioland/home.html#omvang
  11. a b Verkoop biologische zuivel groeit 29 sep 2010
  12. (en) Mitchell AE, Hong YJ, Koh E, et al. Ten-year comparison of the influence of organic and conventional crop management practices on the content of flavonoids in tomatoes. (2007) J Agric Food Chem 55:6154-6159. PMID 17590007 gratis volledige artikel.
  13. Machteld Huber - Organic, More Healthy? A search for biomarkers of potential health effects induced by organic products, investigated in a chicken model. Second edition 2007 Louis Bolk Instituut, publication number M22 or FQH-publication number FQH05. ISBN 978-90-74021-56-2. Dit onderzoek, uitgevoerd door een consortium van de Wageningen UR, TNO, het RIKILT en het Louis Bolk Instituut, werd gefinancierd door de Nederlandse overheid.
  14. (en) Chhabra R, Kolli S, Bauer JH. Organically grown food provides health benefits to Drosophila melanogaster. PLoS ONE. 2013;8(1):e52988.. DOI:10.1371/journal.pone.0052988. PMID 23326371. Gratis volledige artikel. Besproken op Foodlog: Fruitvliegjes gezonder door biologisch eten.
  15. Consumentengids feb. 2006, 'Hoe logisch is biologisch?'
  16. Onderzoek uitgevoerd door de London School of Hygiene and Tropical Medicine in opdracht van de FSA. volledige tekst
  17. Smith-Spangler, Crystal e.a. Are Organic Foods Safer or Healthier Than Conventional Alternatives?A Systematic Review. Annals of Internal Medicine. 2012 Sep;157(5):348-366.
  18. Zie bijvoorbeeld het UN rapport Biosecurity measures in Animal Husbandry to prevent Epidemic Zoonoses (Volledige tekst).
  19. Landbouw: biologisch of gangbaar, Milieu Centraal (geen datum)
  20. [1]
  21. [2]
  22. Bron voor deze alinea: NRC Handelsblad, 19 april 2005: Verbeter vooral de gangbare landbouw – Voedselvoorziening noch milieu gebaat bij biologische landbouw. Door Louise Fresco, Rudy Rabbinge en Joost van Kasteren
  23. Keurmerk Europese biologische producten
  24. http://www.eko-keurmerk.nl www.eko-keurmerk.nl
  25. Dierenbescherming: Beter Leven