Blauwe paradijsvogel

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Blauwe paradijsvogel
IUCN-status: Kwetsbaar[1] (2013)
Een opgezet exemplaar in het Natuurhistorisch Museum van Genève.
Een opgezet exemplaar in het Natuurhistorisch Museum van Genève.
Taxonomische indeling
Rijk: Animalia (Dieren)
Stam: Chordata (Chordadieren)
Klasse: Aves (Vogels)
Orde: Passeriformes (Zangvogels)
Superfamilie: Corvoidea
Familie: Paradisaeidae (Paradijsvogels)
Geslacht: Paradisaea
Soort
Paradisaea rudolphi
Finsch, 1885
Verspreidingsgebeid van de blauwe paradijsvogel
Verspreidingsgebeid van de blauwe paradijsvogel
Blauwe paradijsvogel op Wikispecies Wikispecies
Portaal  Portaalicoon   Biologie
Vogels

De blauwe paradijsvogel (Paradisaea rudolphi) is een middelgrote paradijsvogel (Paradisaeidae) uit de orde zangvogels en de superfamilie Corvoidea. De blauwe paradijsvogel werd in 1884 door de Duitse koloniaal ambtenaar en verzamelaar Carl Hunstein ontdekt en vernoemd naar de ongelukkige kroonprins van Oostenrijk-Hongarije, Rudolf van Oostenrijk.

Kenmerken[bewerken]

De blauwe paradijsvogel heeft een blauwachtige, witte snavel, een donkerbruine iris en een vuilwitte oogring en grijze poten. Het mannetje heeft verschillende soorten sierveren. Allereerst twee verlengde staartveren, waardoor het volwassen mannetje een lengte van 63 cm kan bereiken. Verder zijn er boven op de borst violetkleurige sierveren die uitlopen in een waaier. Bovendien zijn er sierveren aan de flanken, die bovenaan roodbruin zijn en daaronder helblauw, geleidelijk lichter blauw uitwaaierend (zie afbeelding). De blauwe paradijsvogel kan ongeveer 30 cm lang kan worden, exclusief de lange staart bij het mannetje.

Baltsgedrag[bewerken]

De blauwe paradijsvogel voert een opvallend en merkwaardig baltsritueel op. Hij hangt daarbij onderste boven aan een tak en waaiert zijn sierveren ritmisch in- en uit en laat daarbij een eigenaardig, ritmisch onderbroken zoemend geluid horen. De mannetjes zijn polygaam.

Leefgebied[bewerken]

De blauwe paradijsvogel is een endemische vogelsoort uit Papoea-Nieuw-Guinea die voorkomt in het oostelijke deel van het centrale bergland. Binnen dit gebied is de vogel plaatselijk vrij algemeen, maar vaak ook volledig afwezig. De blauwe paradijsvogel is een vogel van hellingbossen in de zone tussen 1.400 en 1.800 m boven de zeespiegel, maar er zijn ook waarnemingen tot 1.100 m en tot 2.000 m, vooral van vrouwtjes (of jonge mannetjes die nog geen prachtkleed hebben). Deze vogels worden ook in selectief gekapt of anderszins verstoord bos gezien. Baltsende mannetjes worden alleen in onaangetast oerwoud waargenomen, maar mogelijk hangt dit samen met de jachtdruk in meer door de mens beïnvloede bossen.[1]

De soort telt twee ondersoorten:

  • Paradisaea rudolphi margaritae: het oostelijke deel van Centraal-Nieuw-Guinea.
  • Paradisaea rudolphi rudolphi: zuidoostelijk Nieuw-Guinea.

Status[bewerken]

De blauwe paradijsvogel komt voor in een beperkt gebied en is dus kwetsbaar en staat daarom ook als Kwetsbaar op de rode lijst van de IUCN. Houtkap en de omvorming van oerwoud naar landbouwgrond vormen een bedreiging voor zijn habitat en verder wordt er jacht op hem gemaakt voor de fraaie sierveren.[1] Handel (levend, dood of in onderdelen) in deze vogelsoort (en alle andere paradijsvogels) is volgens de overeenkomst inzake de internationale handel in bedreigde soorten wilde dieren en planten (het CITES-verdrag) verboden.