Blondi

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Adolf Hitler (naast Eva Braun) met Blondi op de Berghof op de Obersalzberg in Berchtesgaden

Blondi (overl. op 30 april 1945) was de Duitse herder van Adolf Hitler die hij in 1941 van Martin Bormann cadeau gekregen had.

Hitler was een uitgesproken hondenliefhebber. Al tijdens de Eerste Wereldoorlog had hij een hondje geadopteerd dat op een dag vanuit de vijandelijke loopgraven was komen aanlopen, Foxl. Toen het beestje op een dag verdween was hij buiten zichzelf van woede en verdriet. Later, in de jaren '20, had Hitler een Duitse herdershond, Prinz. De hond werd door Hitler wegens geldproblemen bij een ander baasje ondergebracht, maar ontsnapte en keerde terug naar Hitler. Hitler was onder de indruk van deze loyaliteit en vanaf dat moment waren Duitse herders zijn favoriete honden.

Hitler was uitermate dol op Blondi en nam haar zelfs mee de bunker in. Daar mocht ze in zijn slaapkamer slapen. In april 1945 kreeg het dier vijf puppy's, waarvan Hitler er één Wolf noemde. Eva Braun had volgens Traudl Junge een hekel aan Blondi en zou de hond wel eens hebben geschopt wanneer Hitler het niet zag.

Alvorens zelfmoord te plegen vergiftigde Hitler eerst zijn herdershond Blondi, omdat hij niet wilde dat zij in de handen van de vijand mishandeld zou worden. Dr. Stumpfegger brak met een tang een cyanidecapsule in de bek van de hond. De Russen hebben later het lijk van Blondi en één van haar puppy's teruggevonden. Wat er met de andere vier puppy's is gebeurd is niet bekend. Erna Flegel, Hitlers verpleegster, onthulde 60 jaar later, dat de mensen in de bunker meer ontdaan waren door de dood van Blondi dan van de dood van Eva Braun.[1]

Bronnen, noten en/of referenties
  1. Harding, Luke. "Hitler's nurse breaks 60 years of silence", The Guardian, May 2, 2005.