Boek van de Aarde

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
(Doorverwezen vanaf Boek Aarde)
Ga naar: navigatie, zoeken
Gedeelte van Boek Aarde

Het Boek van de Aarde is een Oud-Egyptische tekst die teruggevonden is in drie koningsgraven uit het Nieuwe Rijk en stamt uit de 19e 20e Dynastie van Egypte. Het beschrijft de reis van de nachtelijke zon door het lichaam van Aker. De tekst werd zowel op de wanden gegraveerd als ook op de sarcofagen.

Bronnen[bewerken]

Het Boek van de Aarde is teruggevonden in een aantal tombes in het Dal der Koningen te Thebe. Dat zijn:

Aanvullende scenes zijn ook gevonden op wanden van andere koninklijke tombes van het Nieuwe Rijk tot aan de Late periode. Maar aangezien de scenes van het boek verdeeld zijn in diverse tombes wordt het ordenen van de illustraties bemoeilijkt.[1]

Jean-François Champollion was de eerste die de scenes en de tekst van de tombe van Ramses VI publiceerde in zijn Monuments de l'Egypte waar hij de hiërogliefen ontcijferde. Alexandre Piankoff was de eerste die als eerste de compositie van de afbeeldingen en hiërogliefen bestudeerde en uitzocht de betekenis achter de illustraties. Bruno H. Stricker voorzag een uitleg van de Boek van de Aarde als een heilige embryologie in 1963.[2]

Inhoud[bewerken]

Het boek vertelt over de reis van de nachtelijke zon door het lichaam van de aardgod Aker. De goden: Osiris, Ra en Ba spelen de hoofdrol.

Het boek is verdeeld in vijf delen: Deel E, D, C, B en A. Deze delen maken uit van een thema over het ontstaan van de zonneschijf en de zonnegod. De reis van zonnegod Ra door de onderwereld en de zonnegloren. Het meeste van de teksten spelen zich af in deel D en A.

Deel E[bewerken]

In dit deel zijn er zes goden die de zonneschijf aanbidden vanuit de grafheuvels.

Dit is de kleinste gedeelte van het boek dat is bekend. Deel E is naar alle waarschijnlijkheid niet het begin van Boek van de Aarde.

Deel D[bewerken]

Deel D is naar alle waarschijnlijkheid het begin van het Boek van de Aarde, waarin de omgeving wordt geschetst. Het overgrote deel van de inhoud van het Boek van de Aarde vindt plaats in dit deel.

Het rijk van de doden wordt afgebeeld met Osiris, als de hoofdfiguur, bewaakt door slangen in een graf. Nabij Osiris is de god Anubis en een andere god die hun handen hebben gesterkt in beschermde positie over het lichaam van de dode. Deze scene verbeeld vernieuwing, terwijl de scenes aan de aangrenzende zijden straf uitbeelden. In de scenes van straf, houden de goden ketels vast.[1] In de volgende scene, staat de mummie van de zonnegod voor een grote zonneschijf. De zonneschijf en de mummie wordt ingesloten door twee armen die rijzen uit de diepten van Noen. Om de scene heen is kronkel van twaalf sterren en twaalf smalle schijven die de verloop van de uren aangeven. De scene eindigt met de illustratie van de handen van twee godinnen. De laatste scene in dit deel laat de god Aker zien, die de bark van de zonnegod afbeeld als een dubbele sfinx. De bark wordt ondersteund door twee Ureaus-slangen en in de bark zitten Chepri en Thoth die de zonnegod aanbidden. Onder de bark zijn twee koninklijke figureren zichtbaar met Isis en Nephthys die een gevleugelde scarabee en een zonneschijf vasthouden. [3]

Het middendeel begint met Horus die verrijst uit "Die uit het Westen"[3], een heilige figuur. Daarna zijn er zeven heuvels met elk een god. In de volgende scene wordt de voortplanting van Horus herhaald, maar ditmaal heeft Horus een valkenhoofd, en stijgt uit het lichaam van Osiris die wordt beschermd door de lichamen van Isis en Nephthys. In de volgende scene houden de armen van Noen de zonneschijf vast, twee andere armen en twee uraeus slangen houden een andere zonneschijf vast. Een slang kan worden gevonden op de top van de zonneschijf, dit zou betekenen de regeneratie van de zonneschijf.[4]

Zoals in de meeste Oud-Egyptische teksten laat de onderste deel zien de straf van de vijanden in de Plaats van Vernietiging omdat het onder de goden is. Aangezien de goden de meest belangrijke figuren zijn worden ze afgebeeld boven anderen. De zonnegod wordt afgebeeld boven verschillende sarcofagen en de vier vijanden daaronder. Uiteindelijk zien we de dode liggen in een grote sarcofaag in de Plaats van Vernietiging, de dode wordt door Re genoemd de "lijk van Sjetit." Dit is het rijk van de doden waar goden en godinnen in het bovenste deel van de scene hun handen uitslaan in gebed. In de laatste scene zien we de Aphophis-slang die wordt getroffen door twee goden met een ramskop.[1]

Deel C[bewerken]

Deel C bestaat uit drie delen dat wellicht verbonden is met deel D, maar de exacte volgorde is onbekend. De bovenste en midden gedeelte laten beiden de zonnegod in zijn vorm zien met een ramskop. Twee ba-vogels zijn in gebed naar de zonnegod. De zonnegod wordt begroet door een onbekende god in het middengedeelte. Achter de onbekende god staan twee aanvullende goden, de één met een ramskop en de ander met een slangekop. Deze goden hebben hun handen gestrekt naar de zonneschijf, in een beschermend gebaar. Uit dit gebaar, de valkenkoppige hoofd van "Horus van de onderwereld" uitgebeeld.[1]

Deel B[bewerken]

De delen van dit onderdeel zijn minder voor de hand liggend, en een aantal delen kunnen bij deel A worden ingedeeld.

De eerste scene bestaat uit vier ovale vormen met mummies binnenin, ze zijn in staat om te ademen van de stralen van de zonnegod. Er zijn ook vier grafheuvels die worden beschermd door slangen. De grootste gedeelte van het deel beeld uit een mummie, die staat, en wordt genoemd "het lijk van de god"[1], wat ook de zonneschijf is. Voor de zonneschijf. Een slang stijgt uit een paar armen en houdt een god en godin in lovende houding. Achter de mummie staan ook een aantal armen, genaamd "de armen van de duisternis" die worden ondersteund door een krokodil, Penoenti.[1]

De volgende scene bestaat uit vier ovale vormen met elk een mummie en een ba-vogel. Dit, samen met twee hiërogliefen representeert de schaduwen. Onder deze illustraties staan afbeeldingen van barken die de mummies van Osiris en Horus bevatten.[1]

Aan het einde van dit deel van de Boek van de Aarde, laat het bovenste gedeelte een grote grafheuvel zien dat de zonneschijf en een biddende god bevat. Boven de grote grafheuvel staan twee hoofden en twee godinnen in biddende houding. Direct hieronder, op het onderste gedeelte, staan vier goden en ba-vogels in biddende houding.

Deel A[bewerken]

Dit deel begint met de zonnegod ingesloten door mummies op een grafheuvel genaamd: "grafheuvel van de duisternis".[1] Boven de grafheuvel wordt een zonnebark getoond. In de volgende scene wordt Aker afgebeeld als een dubbele sfinx, de zonnebark is geplaatst tussen de ingang en de uitgang van het koninkrijk van de dood, met zijn achtersteven gericht naar de uitgang. Onderstaande laat de verrijzenis van het lijk van de zon zien, deze scene wordt meestal uitgebeeld in de sarcofaag kamer bij koninklijke tombes. Een valkenkop duikt op van de zonneschijf en het licht wordt geschenen op de mysterieuze lijk dat ligt.[1] In de volgende scnee worden twaalf godinnen afgebeeld, elk staat voor een uur van de nacht. Elke godin heeft een teken van een ster en een teken van schaduw bij zich en draagt een stralende schijf. Bij het begin van de vierde scene, een aantal mummies zijn ingesloten in vier grote cirkels. In de vijfde scene, een centrale god (Osiris) wordt omringt door de lichamen van Sjoe, Tefnoet, Chepri en Noen. In de zesde scene rijzen een paar armen uit de diepte. Een godin (Annihilator) staat op en reikt haar handen naar de zonneschijf om te omarmen. De armen ondersteunen twee biddende godinnen genaamd "West" en "Oost" in een omgekeerde positie. Er wordt aangenomen dat de bovenste deel eindigt met de titel van dit stuk, maar het is onbekend.

Het middelste deel begint weer met de zonnebark. Het wordt gesleept door veertien goden met een ramskop. In de volgende scene staat een god in een grot, omgeven door twaalf sterrengoden.

De volgende gedeelte, dat verdeeld is in de tombe van Ramses VI, laten vijf grafheuvels zien met een hoofd en armen. De armen zijn gestrekt op een biddende manier. In de derde scene, wordt de geboorte van de zon afgebeeld. Deze scene wordt ook weergegeven op de sarcofaag van Ramses IV.

Zie ook[bewerken]

Externe link[bewerken]