Borgharen

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Borgharen
Dorp in Nederland Vlag van Nederland
Wapen van Borgharen
(Details)
Map NL Maastricht - Borgharen.PNG
Situering
Provincie Limburg
Gemeente Vlag Maastricht Maastricht
Algemeen
Oppervlakte 3,52 km²
Inwoners (CBS 2010) 1805
Portaal  Portaalicoon   Nederland

Borgharen (Limburgs: Hare) is een kerkdorp dat deel uitmaakt van de gemeente Maastricht, in de Nederlandse provincie Limburg. De naam Borgharen komt van de woorden borg (kasteel) en haar (zandige heuvelrug). Tot 1970 was Borgharen een zelfstandige gemeente, waarna het door Maastricht werd geannexeerd. Sindsdien is Borgharen formeel een wijk van deze gemeente, maar nog steeds ligt het enkele kilometers buiten de stad. Het dorp heeft circa 1800 inwoners.

Ligging[bewerken]

Borgharen en het enkele kilometers noordelijker gelegen Itteren zijn de twee enige nog "zelfstandige" dorpen binnen de gemeente Maastricht. Borgharen ligt ingesloten tussen twee wateren, te weten het Julianakanaal en de Maas. Deze rivier heeft Borgharen enige landelijke bekendheid bezorgd vanwege de overstromingen van het dorp bij hoogwater. Recent zijn er dijken aangelegd rond het dorp, waardoor bij hoogwater een eiland ontstaat en de dorpskern zelf niet meer onder water loopt.

Geschiedenis[bewerken]

Romeinse en merovingische tijd[bewerken]

Merovingisch glas uit Borgharen, (Centre Céramique)

In 1995, 1999, 2008, 2009 en 2012 vonden in het gebied 'Op de Stein' aan de voormalige Pasestraat archeologische opgravingen plaats in verband met de aankondiging van grootschalige ontgrindingswerkzaamheden in het gebied tussen Borgharen en Itteren in het kader van het Grensmaasproject. Op het terrein werden restanten van de Romeinse villa Borgharen-Pasestraat en 23 merovingische graven ontdekt, waarvan er 7 uitgebreid onderzocht zijn. De villa, waarvan slechts een klein deel is opgegraven, was van het type villa rustica en dateert waarschijnlijk uit de 1e eeuw na Chr. Nadat de villa in de 3e of 4e eeuw verwoest was, werd deze waarschijnlijk door de nieuwe Frankische bewoners gebruikt als vindplaats voor bouwmateriaal. De begravingen dateren uit de tweede helft van de 6e eeuw tot het eerste kwart van de 7e eeuw.[1]

Middeleeuwen[bewerken]

Borgharen in 1670

Borgharen werd voor het eerst vermeld (als 'Hara') in een bul van Paus Alexander III uit 1178. Daaruit blijkt dat de proosdij van Meerssen toen bepaalde cijnsrechten in Borgharen bezat. Borgharen was in die tijd nauw verbonden met het land van Valkenburg. Het kasteel werd door de heren van Valkenburg gebruikt om tol te heffen op de Maas, wat meermaals leidde tot conflicten met Maastricht, dat zijn handel bedreigd zag. In 1318 werd het kasteel door de Maastrichtenaren, gesteund door de Luikse prins-bisschop Adolf van der Mark, totaal verwoest. In 1330 werd Borgharen een Brabants leengoed.[2]

Het is niet bekend wanneer Borgharen een zelfstandige parochie werd. De voorloper van de huidige Sint-Corneliuskerk werd in de 15e eeuw gebouwd. De pastoor van Borgharen had tevens Limmel onder zijn hoede.[3]

Ancien regime[bewerken]

Paardenskelet uit Borgharen (Centre Céramique)

Na beëindiging van de Tachtigjarige Oorlog werd Borgharen aan de Verenigde Provinciën toegewezen, als onderdeel van Staats-Valkenburg. De kerk van Borgharen werd protestants, ondanks protesten van de plaatselijke bevolking. Tijdens de bezetting van Maastricht door de Fransen (1673-78) kregen de katholieke inwoners van Borgharen hun kerk terug. Vanaf 1680 tot aan het einde van het ancien regime gold het simultaneum, maar omdat er in Borgharen geen protestanten leefden, hoefde de kerk maar één keer per jaar aan de protestanten te worden uitgeleend.[3]

Massagraf paarden[bewerken]

In 2010 werd bij de Oostelijke Rug tussen de Spekstraat en de Pasestraat tijdens graafwerkzaamheden in het kader van het Grensmaasproject een uniek massagraf met resten van 69 paarden ontdekt. Niet eerder vond men in West-Europa zoveel paarden in een graf. Aanvankelijk werd vermoed dat de paarden sneuvelden of gewond raakten tijdens het beleg van Maastricht in 1632, of het Franse beleg door Lodewijk XIV van Frankrijk in 1673,[4], maar later kwamen deskundigen hierop terug en werd het Beleg van Maastricht door de Franse generaal Kléber in 1794 als meest waarschijnlijke mogelijkheid gegeven.

Bezienswaardigheden[bewerken]

Rijksmonumenten[bewerken]

Het imposante Kasteel Borgharen uit de 15e-18e eeuw is het belangrijkste rijksmonument in Borgharen. In het gebouw zijn resten van een toren van het oorspronkelijke middeleeuwse gebouw opgenomen. Het poortgebouw aan de noordzijde is ontworpen door Pierre Cuypers. De Wiegershof is een kasteelboerderij die vanaf 1793 naar een ontwerp van Mathias Soiron werd gebouwd. De Maashof is een neoclassicistisch woonhuis uit 1867 met een grote koetspoort. Daarnaast staan drie panden in de Bovenstraat op de monumentenlijst, waaronder een voormalige watermolen aan het riviertje de Kanjel.

De Rooms-Katholieke Sint-Corneliuskerk is een neogotisch gebouw uit 1888, ontworpen door architect Johannes Kayser. Noemenswaardig zijn een 15e-eeuwse hardstenen doopvont, enkele grafstenen uit 1535 en 1720 en twee klokken uit 1699. Het voormalige klooster van de franciscanessen van Mariadal was van 1928 tot 1973 gevestigd in de verbouwde pastorie in de Kerkstraat (thans school), een gebouw dat echter geen rijksmonument is (zie Franciscanen in Maastricht).

Stuw, sluis en waterkrachtcentrale[bewerken]

Begin 20e eeuw voerden België en Nederland gesprekken over de verbetering van de Maas als transportroute. Toen de onderhandelingen mislukten, besloot Nederland het Julianakanaal aan te leggen. Ook het geheel op Nederlands grondgebied gelegen deel van de Maas in Maastricht werd aangepakt. Bij Borgharen werd een stuw in het bestaande rivierbed aangelegd en een schutsluis aan het begin van het Julianakanaal, waardoor het waterniveau in de Maas, stroomopwaarts van de stuw, werd verhoogd. De sluis werd ontworpen door ingenieur Otto Reich van Rijkswaterstaat en kreeg drie afvoeropeningen van elk 23 meter breed en een 30 meter brede scheepvaartopening. In 1925 werd met de bouw begonnen en vier jaar later, in 1929, was het werk gereed[5].

Al enige jaren bestaan er plannen voor de bouw van een waterkrachtcentrale in de Maas bij de stuw van Borgharen. Deze waterkrachtcentrale zou jaarlijks 46 miljoen kwh moeten gaan leveren, genoeg om 13.000 huishoudens van elektriciteit te voorzien. Het streven om de centrale in 2013 in gebruik te nemen is niet gehaald.[6]

Zie ook[bewerken]

Externe link[bewerken]