Borsthoning
Borsthoning is ouderwets snoepgoed, in het begin van de 20ste eeuw was het erg populair. De naam borsthoning werd en wordt gebruikt in het Noorden van Nederland, in het Zuiden is het snoepgoed bekend onder de naam jodenvet, sikkevet of massé.
Borsthoning is een bijproduct van de productie van aardappelmeel. Bij de productie van aardappelmeel zette zich op de machine een zoete, witte massa af. Die massa verwijderde men na een paar dagen, als het hard was geworden. Het bleek dat veel mensen de harde witte brokken lekker vonden, zo vond het bijproduct zijn weg naar de snoepwinkels. Tot in de jaren '70 werd borsthoning o.a. verkocht door snoepfabrikant Ringers. Consumenten kochten borsthoning in de vorm van flinke brokken waar ze met de tanden stukjes van af schraapten. Vooral in het Zuiden van het land was borsthoning rond Sinterklaas populair. In de jaren '80 veranderde het productieproces van aardappelmeel, daarmee verdween ook de borsthoning. De productiemethode werd ook niet meer hygienisch gevonden.
Ondanks dat bleeft het product populair. In 2005 ontdekte de eigenaar van snoepwinkel De Heerlijckheid uit Oirschot dat borsthoning nog steeds verkrijgbaar is in Oost-Europa, waar het een bijproduct is van de productie van maismeel. Vanaf dat jaar wordt borsthoning geimporteerd vanuit Roemenië en is dus weer in Nederland verkrijgbaar. De alternatieve naam jodenvet verdween officeel. Het CIDI vond dat de naam jodenvet aan het uitbraden van joden deed denken. Ook andere mensen vonden de naam niet meer van deze tijd. Jodenvet wordt nu overal onder de naam borsthoning verkocht. In de volksmond is de naam jodenvet wel blijven bestaan, zeker in het Zuiden.