Bosanemoon

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Bosanemoon
Bosanemoon
Bosanemoon
Taxonomische indeling
Rijk: Plantae (Planten)
Stam: Embryophyta (Landplanten)
Klasse: Spermatopsida (Zaadplanten)
Clade: Bedektzadigen
Clade: Tweezaadlobbigen
Orde: Ranunculales
Familie: Ranunculaceae (Ranonkelfamilie)
Geslacht: Anemone (Anemoon)
Soort
Anemone nemorosa
L. (1753)
Niet gevuld bloemig
Niet gevuld bloemig
Gevuld bloemig
Gevuld bloemig
Portaal  Portaalicoon   Biologie

De bosanemoon (Anemone nemorosa) is een lage vaste plant uit de ranonkelfamilie (Ranunculaceae).[1]

Beschrijving[bewerken]

Bosanemonen groeien meestal in grote groepen. De plantjes hebben drie bladeren en witte bloemen en worden 10-25 cm hoog.

Bosanemonen hebben een wortelstok, die dicht onder het grondoppervlak loopt en witte knoppen heeft.

Wortelstokken

Bloemen[bewerken]

De bloemen van de bosanemoon zijn tweeslachtig. De bloeistengels dragen meestal maar één bloem, zelden zijn het er twee. De halfknikkende tot rechtopstaande bloemen zijn wit, vaak iets roze of paars aan de onderkant en 2-4 cm groot. Meestal hebben de bloemen zes tot acht kale bloemdekbladen, soms tot twaalf. De omwindselbladen hebben een 1-2 cm lange steel en zijn 2-4 cm lang. De bloempjes hebben een groot aantal meeldraden met gele helmknoppen en een groot aantal stampers.[2]

Zaad en vrucht[bewerken]

De vrucht van de bosanemoon is een eenzadige dopvrucht of nootje.

De zaden hebben een mierenbroodje, die door mieren verspreid worden. De zaden zijn zeer kortlevend (korter dan één jaar). Tweezaadlobbig (kiemend met twee kiemblaadjes).

Bladeren[bewerken]

De drie stengelbladen zijn gesteeld en bijna tot de voet gedeeld in drie of vijf langwerpig-eironde grof gezaagde slippen. De onderste bladeren, de wortelbladeren komen meestal pas na de bloei tevoorschijn en zijn bij de top behaard.

Bloeitijd[bewerken]

De bosanemoon bloeit van maart tot en met mei.

Ecologie[bewerken]

De bosanemoon groeit vaak op lemige, kleiige of sterk humeuze bosbodems met in het winterhalfjaar hoge grondwaterstanden. De overblijvende plant met ondiepe wortelstokken groeit vooral in loofbos, maar wordt ook wel gevonden in houtwallen, bermen, kanaaloevers, slootkanten, langs beken en soms in hooilanden.

Verspreiding van Anemona nemorosa.

Verspreiding[bewerken]

De bosanemoon komt voor in grote delen van West- en Midden-Europa.

In Nederland is de bosanemoon vrij algemeen in de duinen, in Zuid-Limburg en op de hogere zandgronden en zeldzaam in de kleigebieden; de plant ontbreekt van oudsher als natuurlijke soort in het laagveen. In laag Nederland betreft een belangrijk deel van de vindplaatsen stinzenmilieus waar de soort ooit is uitgeplant.[3] Dat geldt ook voor alle vindplaatsen in Flevoland. Spontane vestiging is tot nu toe niet opgetreden. Klonen kunnen zich zijdelings met 1 m per jaar uitbreiden, maar zaadvorming en verspreiding is zeldzaam. De bosanemoon op haar natuurlijke groeiplaatsen is een indicator voor oud bos; het kan hier samen groeien met andere indicatoren als schedegeelster (Gagea spathacea), ruige veldbies (Luzula pilosa) en heelkruid (Sanicula europaea). Waar de bosanemoon in houtwallen groeit, gaat het om oude wallen. Waar de plant buiten het bos groeit, gaat het vaak om locaties waar vroeger bos stond of houtwallen lagen.

Rond 1912 werden groeiplaatsen van de bosanemoon bedreigd doordat het publiek de plantjes massaal plukte. D.J. van der Ven voerde hiertegen (en tegen het plukken van andere plantensoorten) actie in De Levende Natuur.[4]

Voor België wordt de soort voor boven de 300 m in graslanden opgegeven.

Plantengemeenschap[bewerken]

De bosanemoon is een kensoort voor de klasse van de eiken- en beukenbossen op voedselrijke grond.

Toepassingen en ziekten[bewerken]

De plant wordt vaak als sierplant toegepast, waarbij er verschillende cultivars zijn. De planten met gevulde bloemen zijn daar een voorbeeld van.

De plant kan geïnfecteerd worden door de anemonenbekerzwam.

Afbeeldingen[bewerken]

Stinsenplant en bijgoed
Kenmerkende stinsenplanten: adderwortel · blauwe anemoon · blauwe druifjes · bosanemoon · boerenkrokus · bonte krokus · bosgeelster · daslook · gele anemoon · gevlekt longkruid · gevlekte aronskelk · gewone vogelmelk · gewoon sneeuwklokje · grote bosaardbei · holwortel · herfsttijloos · Italiaanse aronskelk · Haarlems klokkenspel · knikkende vogelmelk · kievitsbloem · kraailook · lelietje-van-dalen · lenteklokje · mansoor · oosterse sterhyacint · trompetnarcis · vingerhelmbloem · vroege sterhyacint · wilde hyacint · wilde narcis · winterakoniet
Bijkomende soorten: alpenbes · armbloemig look · beemdooievaarsbek · bergbeemdgras · blauwe anemoon · bloedzuring · bosvergeet-mij-nietje · daglelies · donkere ooievaarsbek · dikkemanskruid · elfenbloempje · fluitenkruid · gele dovenetel · gevlekte dovenetel · grote sneeuwroem · gebroken hartje · gulden sleutelbloem · Japans hoefblad · Japanse duizendknoop · maarts viooltje · monnikskap · Kaukasisch sneeuwklokje · keizerskroon · kleine maagdenpalm · kleine sneeuwroem · kruipend zenegroen · lievevrouwebedstro · leverbloempje · oosterse anemoon · overblijvende ossentong · prachtframboos · pastinaak · robertskruid · roomse kervel · salomonszegel · slanke sleutelbloem · sneeuwbes · speenkruid · stinkend nieskruid · struisvaren · stengelloze sleutelbloem · Turkse lelie · tuinkamperfoelie · voorjaarszonnebloem · voorjaarshelmkruid · wilde akelei · wit hoefblad · wrangwortel · zevenblad · zomerklokje