Bosanemoon
| Bosanemoon | ||||||||||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Taxonomische indeling | ||||||||||||||||
| ||||||||||||||||
| Soort | ||||||||||||||||
| Anemone nemorosa L. (1753) | ||||||||||||||||
| Gevuldbloemig | ||||||||||||||||
| Afbeeldingen op | ||||||||||||||||
| ||||||||||||||||
Bosanemoon (Anemone nemorosa) is een plantensoort uit de ranonkelfamilie (Ranunculaceae).[1]
Determinatie
[bewerken | brontekst bewerken]Bosanemoon is een vaste, kruidachtige plant die een hoogte kan bereiken van 10–25 cm. Het is een geofyt die dicht tegen het grondoppervlak kruipende wortelstokken vormt met witte knoppen. Op de wortelstok staan de bladeren. Bosanemoon groeit meestal in grote groepen. De planten hebben drie hoogtebladeren op de bloemstengels met witte bloemen.

Bloemen
[bewerken | brontekst bewerken]Bosanemoon bloeit van maart tot en met mei. De bloemen zijn tweeslachtig. De bloeistengels dragen meestal maar één bloem, zelden zijn het er twee. De halfknikkende tot rechtopstaande bloemen zijn wit, vaak iets roze of paars aan de onderkant en 2–4 cm groot. Meestal hebben de bloemen zes tot acht kale bloemdekbladen, soms tot twaalf. De omwindselbladen hebben een 1–2 cm lange steel en zijn 2–4 cm lang. De bloemen hebben een groot aantal meeldraden met gele helmknoppen en een groot aantal stampers.[2]
Vrucht en zaad
[bewerken | brontekst bewerken]De vrucht van bosanemoon is een eenzadige dopvrucht of nootje. De zaden, die een mierenbroodje hebben, worden door mieren verspreid. De zaden zijn zeer kortlevend (korter dan één jaar). De kiemplant heeft twee kiemblaadjes.
Bladeren
[bewerken | brontekst bewerken]De drie stengelbladen zijn hoogtebladen, zijn gesteeld en bijna tot de voet gedeeld in drie of vijf langwerpig-eironde grof gezaagde slippen. De echte bladeren, de wortelbladeren komen meestal pas na de bloei tevoorschijn en zijn bij de top behaard.
Ecologie
[bewerken | brontekst bewerken]Bosanemoon groeit vaak op lemige, kleiige of sterk humeuze bosbodems met in het winterhalfjaar hoge grondwaterstanden. De overblijvende plant met groeit vooral in loofbos, maar wordt ook wel gevonden in houtwallen, bermen, kanaaloevers, slootkanten, langs beken en soms in hooilanden.
Syntaxonomie
[bewerken | brontekst bewerken]In de syntaxonomie staat bosanemoon binnen de bossen te boek als kensoort voor de klasse van eiken- en beukenbossen op voedselrijke grond. In graslanden vindt de soort in Nederland haar optimum in de associatie van veldrus en gevlekte orchis.
Verspreiding
[bewerken | brontekst bewerken]
Het verspreidingsgebied van bosanemoon strekt zich uit over grote delen van West- en Centraal-Europa.
In Nederland is bosanemoon vrij algemeen in de duinen, in Zuid-Limburg en op de hogere zandgronden en zeldzaam in de kleigebieden; de plant ontbreekt van oudsher als natuurlijke soort in het laagveen. In laag Nederland betreft een belangrijk deel van de vindplaatsen stinzenmilieus waar de soort ooit is uitgeplant.[3] Dat geldt ook voor alle vindplaatsen in Flevoland. Spontane vestiging is tot nu toe niet opgetreden. Klonen kunnen zich zijdelings met 1 m per jaar uitbreiden, maar zaadvorming en verspreiding is zeldzaam. Bosanemoon op haar natuurlijke groeiplaatsen staat te boek als indicator voor oud bos; het kan hier samen groeien met andere indicatoren als schedegeelster (Gagea spathacea), ruige veldbies (Luzula pilosa) en heelkruid (Sanicula europaea). Waar bosanemoon in houtwallen groeit, gaat het om oude wallen. Waar de plant buiten het bos groeit, gaat het vaak om locaties waar vroeger bos stond of houtwallen lagen.
Voor België wordt de soort voor boven de 300 m in graslanden opgegeven.
Toepassingen en ziekten
[bewerken | brontekst bewerken]Rond 1912 werden groeiplaatsen van bosanemoon bedreigd doordat het publiek de plantjes massaal plukte. D.J. van der Ven voerde hiertegen (en tegen het plukken van andere plantensoorten) actie in De Levende Natuur.[4]
De plant wordt vaak als sierplant toegepast, waarbij er verschillende cultivars zijn. De planten met gevulde bloemen zijn daar een voorbeeld van.
De plant kan geïnfecteerd worden door de anemonenbekerzwam en bosanemoon-lijsterbesroest.
Fotogalerij
[bewerken | brontekst bewerken]- Niet gevuld bloemig
- Bosanemonen in het Florence Nightingalepark in den Haag
- Bosanemonen in het Hallerbos
- Uitgebloeide bloem met vruchten
- Gesnavelde droge vruchten
- Half geopende fragiele bloemknop
Voetnoten
- ↑ De informatie op deze pagina, of een eerdere versie hiervan, is gedeeltelijk overgenomen van de pagina over bosanemoon in de verspreidingsatlas van Floron (geraadpleegd 2016-09-18), waarvan de teksten beschikbaar zijn onder de Creative Commons licentie CC-BY-SA 3.0. Gearchiveerd op 5 juni 2023.
- ↑ van Uildriks, F. & V. Bruinsma (1898), p. 19
- ↑ Londo, G. & H.N. Leys (1979), p. 255, noemen bosanemoon als voorbeeld van een soort die in Nederland veel in stinsemilieus wordt aangetroffen, maar ook daarbuiten talrijk voorkomt.
- ↑ Van der Ven 1912
Literatuur
- Londo, G. & H.N. Leys (1979) - 'Stinseplanten en de Nederlandse flora.' In: Gorteria, vol. 9, nr. 7/8, p. 247-257. Online beschikbaar via deze pagina op natuurtijdschriften.nl.
- Meinen, G.J. (1911) - De boschanemone. In: De Levende Natuur, 16e jrg. nr. 1, p. 5-8. Online beschikbaar via deze pagina op natuurtijdschriften.nl.
- van der Ven, D.J. (1912) - 'Bescherm de mooie wilde planten!' In: De Levende Natuur 17e jrg. nr. 1, p. 6-9. Online beschikbaar via deze pagina op natuurtijdschriften.nl.
Externe links
- Bosanemoon in het Nederlands Soortenregister
- Verspreiding in Nederland volgens NDFF Verspreidingsatlas
- Kaarten met waarnemingen:
- Bosanemoon (Anemone nemorosa) in: van Uildriks, F. & V. Bruinsma (1898) - Plantenschat op de
Nederlandstalige Wikisource.