Boskapel (Buggenhout-bos)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
De Buggenhoutse boskapel
Gedenksteen
Gedenksteen
Het barokinterieur

De barokke Boskapel is een vijfhonderd jaar oude kapel gelegen in het Buggenhoutse Buggenhoutbos. In 2002 werden de kapel en omgeving erkend als monument en in 2004 vierde men het 500-jarig bestaan van de kapel.

Legende[bewerken | brontekst bewerken]

Binnen in de kapel bevindt zich een gedenksteen die duidelijk maakt waarom net hier een kapel werd gebouwd. Na de dood van haar echtgenoot gaf Jacoba van Heffene, die achterbleef met haar zesjarig zoontje Joos de Rijckejaar, hiertoe opdracht. Zo luidt de legende:

In het jaar 1504, den 4en December was Jan de Rycke, drossaard van Buggenhout en Grimbergen uitgenodigd voor een jachtpartij. Deze edelman was een der befaamdste jagers uit zijn tijd, onverschrokken en dapper in den aanval, kloek en behendig in den afweer. Veel wilde zwijnen, hazen en reebokken had hij wellicht reeds in 't zand doen bijten, want wanneer hij ter jacht uittrok moesten een paar kloeke knapen hem vergezellen om den buit te helpen torschen en huiswaarts te brengen. In den morgen dus van 4e December, andermaal het bosch ingereden, zag hij plotselings een buitengewoon groot wild zwijn op hem aanstormen. Jan de Rycke plaatst zich dadelijk afwerend gereed. Grimmend schiet het dier toe, de drossaard stoot het wapen vooruit, maar mist doel. Door het geweld van den mislukten stoot het evenwicht verliezende struikelt hij; het zwijn bonst hem zoo duchtig op het lijf, dat hij achterover stort, en vooraleer den jonker zijn wapen in gereedheid heeft en zijn meester helpen kan is de jager het lichaam opengereten en gedood. Op de noodkreten van den jonker komen andere ridders toegesneld, die het vreeselijk dier bespringen en afmaken. De drossaard werd ter plaatse zelf ter aarde besteld.

Geschiedenis[bewerken | brontekst bewerken]

De kapel werd in 1504 gebouwd en van 1664 tot 1677 vonden er uitbreidingswerken plaats. Deze werken duurden dertien jaar vanwege oorlogen en plunderingen in de streek. De familie de Bournonville, de toenmalige heren van Buggenhout, sierden de puntgevel met hun wapenschild dat later het wapenschild van de gemeente werd. Om de werken af te ronden kwam boven de ingang een stenen beeld van Onze-Lieve-Vrouw Nood Gods, aan wie de kapel is toegewijd, te staan. Beeldhouwer was Filip De Backer.

Het eenvoudig torentje werd in 1764 gebouwd. Op de buitengevel bevinden zich zeven bas-reliëfs in terracotta van de hand van de Leuvense beeldhouwer P.F. van Passel. Deze kunstwerken stellen de Zeven Weeën van Maria voor en werden in 1858 aangebracht.

Binnen vinden we een fraai barokinterieur. Boven het altaar (1680) staat in een nis een beeld van de Nood Gods. Aan de zijkanten vinden we portiekaltaren van Sint-Eligius (1765) en Sint-Rochus (1768) door Antoon van Brunswyck. Een biechtstoel, communiebank en enkele schilderijen vervolledigen het interieur.

Het orgel van de hand van Nicolaas Langlez uit Gent werd gebouwd in 1686 en stond oorspronkelijk in de parochiekerk. Het werd na vernieuwing door Pieter van Peteghem in 1770 naar de kapel overgebracht. In 1957 werd het gerestaureerd.

In 1949 werden rond de kapel de vijftien staties van de H. Rozenkrans opgericht (Tondeleir en Zoon, Oude-God). Het jaar daarop werd de kapel gerestaureerd.

In 1964 werd het Mariabeeld pauselijk gekroond.

Elk jaar op de derde zondag na Pasen begint de noveen ter ere van O.L.Vrouw van Smarten of de Bosbegangkenis.

De zeven weeën van Maria[bewerken | brontekst bewerken]

Galerij[bewerken | brontekst bewerken]

Externe link[bewerken | brontekst bewerken]