Boudicca

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Standbeeld van Boudicca op Westminster pier

Boudicca (ook Boadicea of Boudica, † 63) was een Keltische koningin van de Iceni die vooral bekend is geworden als leidster van de opstand tegen de Romeinen in het jaar 61. Wat over haar bekend is komt uit teksten van Dio Cassius en Tacitus.

Echtgenote van Prasutagus[bewerken]

De Iceni waren een Britse stam die in het huidige East Anglia (Groot-Brittannië) leefden. In de tweede helft van de eerste eeuw werden ze geleid door Prasutagus die een bondgenootschap met Rome had gesloten nadat de Romeinse legers in 43 met de invasie van Britannia begonnen waren. Resultaat was dat Prasutagus koning van zijn volk bleef maar wel ondergeschikt werd aan de Romeinen.

In 60 of 61 overleed Prasutagus. In zijn testament liet hij een deel van zijn bezittingen na aan de keizer van Rome, Nero, zoals gebruikelijk was als vazal-koning. Hij liet echter ook een deel van zijn bezittingen na aan zijn dochters en dat was volgens de Romeinse wet verboden. De Romeinen reageerden buitensporig. Onmiddellijk na de dood van Prasutagus werden al zijn eigendommen opgeëist, Iceense edelen werd hun land ontnomen en hun huizen werden verwoest. Ook Prasutagus' echtgenote Boudicca en hun dochters bleven niet gespaard. Boudicca werd in het openbaar gegeseld en haar dochters werden verkracht door Romeinse soldaten.

Opstand[bewerken]

Kaart van de opstand

Wegens de wreedheden en vrezend dat daar geen einde aan zou komen besloot Boudicca in opstand te komen. Tegen die tijd waren er al enkele kleine opstanden van Britse stammen tegen de Romeinen. Al gauw ontstond er daarom een coalitie tussen Iceni en andere stammen zoals de Trinovantes. Geheel Zuidoost-Brittannië zou achter haar zijn gaan staan zodat ze een leger van 100.000 mannen kon verzamelen.

Hoewel de werkelijkheid minder spectaculair geweest zal zijn, was de opstand in eerste instantie succesvol voor de Iceni. Op een meedogenloze veldtocht werden Camulodunum (het huidige Colchester) en Londinium (het huidige Londen) verwoest.

Het negende legioen onder leiding van Quintus Petillius Cerialis werd volgens Tacitus bijna volledig uitgemoord, alleen de bevelhebber en wat ruiters konden vluchten, waarop Procurator Decianus, de de facto regent van Britannia, vanuit Londen naar het vasteland vluchtte.

Verwoesting van Londinium[bewerken]

De gouverneur van Britannia, Suetonius Paulinus, was bezig rebellen op te sporen aan de westkust toen hij het nieuws van de opstand vernam. Hij trok onmiddellijk naar het zuiden, richting Londen. Hij arriveerde daar voordat Boudicca's leger daar aankwam maar besloot om tactische redenen – zijn leger was veel kleiner dan dat van Boudicca – het gevecht niet aan te gaan. Londen onderging daardoor het gruwelijke lot door de Iceni te worden ingenomen. De stad werd verwoest en een groot deel van de bevolking werd vermoord. Het zou de enige keer in de geschiedenis worden dat Londen volledig verwoest en geplunderd werd.

Overwinning door de Romeinen[bewerken]

Suetonius besloot ten slotte strijd te leveren op een heuvel, waarbij hij in de rug gedekt werd door een dicht woud. De locatie is onbekend maar het kan in de huidige West Midlands geweest zijn. De Romeinen – zeker niet meer dan 10.000 in aantal – kwamen in de Slag tussen Boudicca en Paulinus tegenover een typisch Britse strijdmacht te staan: de soldaten hadden zich blauw geschilderd en droegen de typisch Britse tartans. Veel strijders vochten naakt, zoals de traditie was. Met veel tromgeluid en geschreeuw werden de Romeinse soldaten uitgedaagd. Boudicca schijnt tegen die tijd echter al vermoeid en gewond te zijn geweest.

De Iceni, veruit in de meerderheid en zeker van een overwinning op de Romeinen, hadden familie en vrienden uitgenodigd om hun overwinning te aanschouwen. Ondanks het tentoonspreiden van hun bravoure, aantallen en vertrouwen in overwinning bleken de Iceni en hun bondgenoten niet opgewassen tegen Suetonius. Vooral op tactisch gebied waren de Romeinen superieur. Boudicca werd verslagen en pleegde volgens Tacitus zelfmoord door vergif in te nemen. Zeker is dat echter niet, want Cassius Dio vermeldt dat ze van ziekte stierf.

Nadat de Romeinen het Iceni leger hadden verslagen werden hun familie en vrienden ook gedood. De Iceni moesten zwaar boeten voor hun rebellie: velen verloren hun leven en hun land werd grondig verwoest.

Nog steeds bestaat de sage dat Boudicca begraven ligt onder perron 8, 9 of 10 van het Londense station King's Cross.