Boulè

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Ruïnes van het Bouleuterion in Akrai (huidig Palazzolo Acreide)

De Boulè (Oud-Grieks: Βουλή) of de Raad van 500 was het centrale wetgevende orgaan in de polis Athene. De raad telde aanvankelijk 400 leden en was gesticht door Solon. De raad werd nadien door de politiek hervormer Clisthenes (508/7) tot 500 leden uitgebreid. Na afname van de invloed (ca. 462 v.Chr.) van de traditionele Raad van Toezicht (Areopaag of Areiopagos) werd de Raad van 500 de belangrijkste adviesgroep van de "staat". Geleidelijk ging hij in Athene functioneren als het beleidsvoorbereidend orgaan van de wetgevende Volksvergadering, de Ekklèsia.

Het was een ambtelijk orgaan dat ook een aantal uitvoerende bevoegdheden had en bestond uit 500 vrijwilligers (ouder dan 20 jaar), 50 man uit elk der 10 districten van Attica. Een burger kon maximaal twee jaar (niet aaneensluitend) dienen. Bij toerbeurt fungeerden de 50 "vertegenwoordigers" van een bepaald district (prytanen) als presidium. Het "politiek jaar" was daartoe ingedeeld in 10 perioden van 35 of 36 dagen, de prytanie. Uit hun midden werd door loting een voorzitter van de dag (epistates ton prytaneon) aangewezen die de dagelijkse Raadsvergaderingen en de Ekklèsia voorzat.

Geschiedenis[bewerken]

Raad van 400[bewerken]

Solon werd in 594 voor Christus tot archont van Athene verkozen. Hij was het die de heliaea, een nieuwe rechtbank waarvan alle burgers deel kunnen uitmaken, oprichtte. Men zou in deze rechtbank ook tegen vonnissen van de magistraten in beroep kunnen gaan.

Een tweede politieke instelling die er dankzij Solon kwam was de raad van 400. Uit elk van de vier phylen, groepen waarin de burgers werden ingedeeld, koos men 100 leden. Vermoedelijk enkel mensen die tot de eerste drie vermogensklassen behoorden. Zo ontstond een raad van 400 leden die vooral als taak had om de volksvergadering voor te bereiden.

Ontstaan van de raad van 500[bewerken]

Terwijl Solon de bevolking indeelde in 4 phylen, gebaseerd op verwantschap, hanteerde Kleisthenes een andere manier van indelen. Attika werd opgesplitst in 100 demen of gemeenten. Door het groeperen van kleinere, aangrenzende gemeenten, creëerde hij 30 trittyes. Er waren 10 trittyes voor de stad, 10 voor de kust en 10 voor het binnenland. De 4 phylen van Solon werden vervangen door 10 nieuwe phylen. Dit gebeurde door 10 groepen te maken van 3 trittyes. Elke phyle bestond uit 1 trittye voor de stad, 1 voor de kust en 1 voor het binnenland.

De raad van 400 evolueerde al snel naar een raad van 500 leden. Per phyle werden50 prytanen] of afgevaardigden gekozen. De leden verdedigen voor één tiende van het jaar de belangen van de verschillende streken.

Later[bewerken]

Onder Perikles groeide de raad van 500 uit tot het centrale regeringsorgaan van de Atheense democratie. De leden werden elk jaar door loting verkozen. Er waren enkele voorwaarden aan verbonden om tot de raad der 500 of de boulè te worden toegelaten. Zo moest men minstens 30 jaar oud zijn en het volle burgerrecht bezitten. Men mocht nooit meer dan twee keer lid zijn van de raad en dit geen twee opeenvolgende jaren.

De boulè vergaderde bijna elke dag en speelde op wetgevend gebied een grote rol. Zo stelden deze onder andere de decreten op die daarna ter goedkeuring aan de ekklesia worden voorgelegd. De raad van 500 zorgde ook voor de uitvoering van de decreten, eens deze werden goedgekeurd. De raad is verdeeld in tien vaste commissies die elk ongeveer 36 à 37 dagen van het ambtsjaar in functie zijn. Dit komt neer op ongeveer één tiende van het jaar.

Zie ook[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties