Boxer (hond)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Boxer
Hondenras
Two boxer dogs (2004).jpg
Basisinformatie
Andere namen Duitse boxer
Oorsprong Duitsland
Classificatie FCI: Groep 2 Sectie 2 #144
Zie ook de lijst van FCI-nummers
Lijst van hondenrassen
Video

De boxer is een hond en behoort tot de dogachtigen.

De boxer is verwant met de vele rassen die zich ontwikkelden uit de Molossian Hound, een oud-griekse waak-, vecht- en herdershond. Van Griekenland naar Rome en zo verder in Europa. In Duitsland werd deze Molossian Hond, de Bullenbeisser, een zeer moedige dog die ingezet werd voor de jacht op everzwijn en beren. En tevens tijdens stierengevechten. De Bullenbeisser evolueerde naar twee types van ras, bekend als Danzigers en Brabantse bullebijter genaamd naar de regio van afkomst. De Brabantse bullebijters waren de kleinste van de twee; de boxer komt uit deze tak van de familiestamboom.

Zo rond 1890 is men in Zuid-Duitsland (München) begonnen met een uitgewerkt plan voor het fokken van de boxer. Het doel daarbij was een hond te fokken die goed kon springen, zeer snel was, een groot uithoudingsvermogen had en zowel moest kunnen verdedigen als aanvallen zoals een Mastiff. In 1895 werd in München de eerste Boxer Club opgericht en in 1904 hielden zij hun eerste tentoonstelling.

Uiterlijk[bewerken]

De boxer is een gespierde, fijn ultrakort fluwelig behaarde hond met een vierkante snuit en glad velletje. Een reu (mannetje) heeft een schofthoogte van 57 tot 63 cm en weegt ongeveer 32 kg. Een teef (vrouwtje) is kleiner, ongeveer 53 tot 59 cm, en weegt ongeveer 28 kg.

De neus van de boxer is zwart en breed, licht opgetild en schuin. De voorsnuit is zwart. Hij is prognaat, de bovenkaak is ingekort, de onderkaak groeit er net iets voor en buigt naar boven, maar de boxer heeft plaats voor zijn tanden. De lippen zijn zwaar maar ze bedekken mooi de tanden en zijn niet zo zwaar en dik dat ze door hun gewicht de ogen opentrekken of het speeksel uit de mond laten vloeien, zoals bij sommige andere dogachtigen. De uitdrukkingen op de kop van de hond zijn erg sprekend.

De snoet moet een zwart masker hebben maar een charmant wit streepje tussen de ogen is toegelaten.

De kleuren zijn warm, rosgeel of oker of warmbruin met zwarte strepen. En bijna altijd wit aan de borst of wit in een streep op de snoet. Dikwijls ook met witte "sokjes". Een derde wit is toegestaan. De Gele varieert van lichtbruin tot mahonie, de gestroomde of getijgerde met duidelijk afgelijnde zwarte strepen op een bruine achtergrond. Witte boxers komen niet in de standaard voor hoewel er voornamelijk in de Verenigde Staten fokkers zijn die zich voornamelijk toeleggen op deze witte boxers.

De boxer is een atletische hond, stevig gespierd met zware botten, maar absoluut klassiek van lijn. Met een brede gespierde achterhand die zorgt voor de explosiviteit maar ook met een heel elegant loopje.

Eigenschappen[bewerken]

Een forse atleet met een tragisch denkershoofd en een speels hart.

Voorheen werden de oren en de staart gecoupeerd, maar sinds oktober 2001 is dit in Nederland verboden. In België is dit pas vanaf 2006 verboden. De boxer is een actieve hond met veel energie.