Brabantsche Yeesten

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Jump to search
De slag bij Woeringen in 1288 uit een handschrift van de Brabantsche Yeesten in de Koninklijke Bibliotheek in Brussel (ms. IV 684, ca. 1440/1450).

De Brabantsche Yeesten of Gestes de Brabant zijn een vanaf de eerste helft van de 14e eeuw ontstane Rijmkroniek met meer dan 46.000 verzen. In vijf (later aangevuld tot zeven) boeken verhaalt het werk in het middelnederlands de geschiedenis van het hertogdom Brabant van het ontstaan tot in de late middeleeuwen en de heldendaden van de hertogen van Brabant. Auteur van de eerste vijf boeken is de stadsschrijver van Antwerpen Jan van Boendale (ca. 1280–ca. 1351). Het zesde en zevende boek ontstonden ongeveer honderd jaar later. De titel "Brabantsche Yeesten" werd door de dichter zelf aan het werk gegeven (boek I, vers 50). "Yeesten" (< Frans: gestes < Latijngesta) zijn daden of heldendaden.

Totstandkoming[bewerken]

De eerste vijf boeken van de Brabantsche Yeesten werden tussen 1318 en ongeveer 1350 in opdracht van een Antwerpse patriciër geschreven. Ze omvatten 16.318 verzen en waren door Jan de Klerk in Antwerpen opgesteld, die als Jan van Boendale werd geïdentificeerd. Het zesde en zevende boek met een voortzetting van de rijmkroniek tot in het jaar 1440 werden ongeveer honderd jaar later geschreven. Auteur en plaats van uitgave van het zesde (1432) en zevende boek (1440) zijn niet bekend.

Boendale baseerde zich op meerdere bronnen, waaronder de Chronica de origine ducum Brabantiae (Kroniek van de afkomst van de hertogen van Brabant) uit 1294 en andere genealogieën van de hertogen van Brabant. Zijn hoofdbron was echter de Spieghel Historiael van Jacob van Maerlant, uit dewelke hij zijn eerste drie boeken haast woordelijk overnam.

Boendale zelf schrijft in zijn inleiding, dat hij de geschiedenis van de hertogen van Brabant waarheidsgetrouw wou weergeven. De Brabantse Zwaanriddersage doet hij net zoals Jacob van Maerlant als leugen af.

In het vijfde boek schreef Jan van Boendale over zijn eigen tijd. De kroniek vertegenwoordigt zonder twijfel het Brabantse standpunt en is niet als objectieve voorstelling van de feiten te gebruiken.

Inhoud en opbouw[bewerken]

In zijn eerste boek vertelt Boendale over de afstamming van de hertogen van Brabant van de Trojanen. Dan maakt hij een tijdssprong naar de Merovingen en de Pepiniden. Het eerste boek eindigt met de dood van Pepijn de Korte in 768. Het tweede boek is aan diens zoon Karel de Grote gewijd. In het derde boek komt Boendale tot de geschiedenis van Brabant. De nadruk ligt hier vooral op de figuur van Godfried van Bouillon, de aanvoerder van de Eerste Kruistocht. De hertogen van Nederlotharingen worden in het vierde boek behandeld: Godfried I, II en III van Leuven en Hendrik I, II en III van Brabant. Via deze heerser komt Boendale tot hertog Jan I, de overwinnaar in de slag bij Woeringen in 1288. Het vijfde en tevens laatste boek behandelt de regeringen van Jan I, II en III. Tot kort voor zijn dood werkte Boendale aan de kroniek en voegde nieuwe hoofdstukken toe.

Overlevering[bewerken]

De Brabantsche Yeesten zijn in zeven handschriften overgeleverd. Vanaf 1839 werden ze door Jan Frans Willems en Jean Henri Bormans voor het eerst in drukvorm uitgegeven.

De Koninklijke Bibliotheek van België verwierf in 1970 door een ruil met het Rijksarchief twee in de eerste helft van de 15e eeuw gedateerde handschriften van de Brabantsche Yeesten (ms. IV 684 en ms. IV 685).[1] De beide handschriften op papier bieden de meest geactualiseerde tekst van alle handschriften. Het fragment ms. IV 684 omvat slechts boek vier en is met 69 opvallend realistische beelden geïllustreerd en daarmee het enige bewaard gebleven geïllustreerde handschrift van de Yeesten. De band ms. IV 685 met boek vijf bevat lege ruimte voor afbeeldingen, maar is niet geïllustreerd. De beide banden zijn vermoedelijk afkomstig uit de abdij van Affligem. Ze belanden in 1835 in het Rijksarchief door een schenking van de verzamelaar Pierre François Ghysel. Ze waren slechts door een gelukkig toeval aan vernietiging ontsnapt. De verzamelaar had deze namelijk van een tabakshandelaar gekocht, die voornemens was, de bladeren als inpakpapier te gebruiken.[1]

Literatuur[bewerken]

  • J.F. Willems, De Brabantsche Yeesten, I, Brussel, 1839 (google books), II, Brussel, 1843 (google books), III (- Jean Henri Bormans), Brussel, 1869.
  • Bibliothèque Royale Albert Ier, Cinq années d'acquisitions. 1969-1973. Exposition organisée à la Bibliothèque royale Albert Ier du 18 janvier au 1er mars 1975, Brussel, 1975, pp. 53–58. (nr. 26 van de cataloog; PDF 2,3 MB (fr)/PDF 2,3 MB (nl))
  • K. De Groote, Jan Van Boendaele, Brabantse Yeesten, XXIV, diss. K.U. Leuven, 2003. (online)

Noten[bewerken]

  1. a b Bibliothèque Royale Albert Ier, Cinq années d'acquisitions. 1969-1973. Exposition organisée à la Bibliothèque royale Albert Ier du 18 janvier au 1er mars 1975, Brussel, 1975, p. 53.

Externe links[bewerken]