Brazilianen in Suriname

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

De Brazilianen vormen een van de grootste migrantengroepen in Suriname. Hun precieze aantal is onbekend, maar wordt rond de 20.000 (3,5% van de totale bevolking), soms zelfs zo hoog als 40.000 geschat. De meesten van hen werken als garimpeiros (illegale goudzoekers) of in aan de garimpeiros geassocieerde beroepen (kok, bevoorradingswinkels, prostitutie, et cetera). Ze hebben hierdoor vaak een imago als "criminelen" die "het binnenland leegroven".[1] Ze gelden echter ook als harde werkers[2] en hun relaties met de Marrons zijn in het algemeen goed.

De meeste Brazilianen in Suriname komen uit het arme noordoosten van het land, voornamelijk uit de staat Maranhão en uit Belém[3] en zijn vaak slecht opgeleid of zelfs analfabeet.[1][3] Ze komen Suriname binnen via de luchthaven Zanderij, Guyana en Frans-Guyana.[3] Hun doel is om in Suriname (waar ze daar betere kansen toe hebben)[3] geld te verdienen en dan terug te keren naar Brazilië. Ze verblijven daarom meestal slechts enkele jaren in het land.[1]

De meesten leven in het binnenland, dicht bij de goudmijnen. Ze bezoeken echter ook regelmatig Paramaribo, onder andere om goud te verkopen, zich te bevoorraden en om familiale redenen.[3] Hierdoor is er ook een aanzienlijke gemeenschap Brazilianen in Paramaribo. Een wijk in het noorden van de stad heeft zelfs de bijnaam "Klein-Belem".[1][2] Buiten Paramaribo hebben de districten Brokopondo, Sipaliwini en Marowijne hoge concentraties Brazilianen.[3]