Breien (textiel)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Close-up van een breiende vrouw

Breien is een werkwijze om lappen textiel te maken van een doorlopend garen met behulp van twee of meer naalden. Het voordeel van breien ten opzichte van bijvoorbeeld weven, is dat de resulterende lap meteen in de juiste vorm gemaakt wordt, waardoor er geen materiaal verloren gaat.

Breien kan zowel met de hand als met machines gedaan worden. Het breien met de hand is een vorm van handwerken en wordt tegenwoordig vooral beoefend als een creatieve hobby, terwijl het in het verleden een gebruikelijke manier was om kleding te maken. In de moderne textielindustrie worden allerlei kledingstukken met breimachines gebreid.

Geschiedenis[bewerken]

Etymologie[bewerken]

Breien (of ook breiden) komt in het Middelnederlands voor. Het Nederlandse werkwoord is onder andere verwant aan het Oudsaksisch bregdan (vlechten, knopen), het Oudfries brîda of breida (trekken, rukken), het Oudhoogduits brettan (trekken, weven) en het Oudengels bregdan (trekken, rukken, vlechten). Al deze vormen gaan terug op de wortel *bherH- (dat 'boren' betekende) in het Proto-Indo-Europees. Hoe het de betekenissen 'trekken', 'weven' en uiteindelijk 'breien' verkreeg, is onduidelijk.[1]

Ontstaan[bewerken]

Breien is vermoedelijk ontstaan uit oudere, wijdverspreide methodes om van garen textiel te maken. De mens weeft al duizenden jaren stoffen. Voor de introductie van breien en haken deed men in verschillende culturen aan naaldbinden (van het Deense nålebinding, een neologisme uit jaren 1970). Naaldbinden lijkt op haken, met het grote verschil dat er niet met een haaknaald, maar een gewone naald gewerkt wordt en met korte stukken draad. De draad wordt met de naald door een lus gehaald, waardoor een nieuwe lus ontstaat. Enkele van de oudste vondsten van naaldgebonden textiel zijn een stukje stof uit de Syrische stad Dura Europos uit de 3e eeuw n.Chr.,[2] sandaalsokken van Egyptische Kopten uit de 4e eeuw en hoofddeksels en sjaals uit de Peruviaanse Paracas- en Nazca-culturen van tussen 300 v.Chr. en 300 n.Chr. Vermoedelijk is de techniek nog verschillende eeuwen of zelfs millennia ouder.

Breien zou in het Midden-Oosten ontstaan zijn als een adaptatie van naaldbinden, met twee breinaalden in plaats van een. De oudste voorbeelden van eigenlijk breiwerk komen uit Egypte. Men gaat ervan uit dat de gevonden kledingstukken - waaronder katoenen sokken met kleurrijke patronen - tussen de 11e en de 14e eeuw gemaakt werden.[3][4]

Vanuit het Midden-Oosten verspreidde de breitechniek tijdens de hoge en late middeleeuwen naar Europa. De oudste archeologische vondst van breiwerk in Europa is een zijden kussensloop uit de late 13e eeuw, aangetroffen in het graf van een Spaanse prins. Arabieren introduceerden de techniek mogelijk in Spanje tijdens de Moorse overheersing, of Spanjaarden maakten kennis met breien tijdens de kruistochten.[5]

Terwijl naaldbinden goed gaat met korte stukjes draad, zijn er om te breien langere stukken garen nodig. De uitvinding van het spinnewiel om garen te spinnen, dat vermoedelijk in de 11e eeuw in Azië en het Midden-Oosten opkwam en niet veel later in Europa zou opduiken,[6] was daarom een belangrijke stap vooruit ten opzichte van spinnen met een steen of spintol.

Een breiende madonna op een schilderij uit het rechterpaneel van het Buxtehuder altaar, door Bertram van Minden, begin 15e eeuw.

Middeleeuwen en vroegmoderne tijd[bewerken]

Halverwege de 14e eeuw duiken er in Italië en Duitsland schilderijen op van Maria, waarop zij in het bijzijn van het kindje Jezus breit. Deze 'breiende madonna's' geven aan dat breien zich op dat moment al over delen van West-Europa verspreid had. In de schilderijen doet Maria aan rondbreien en breien in verschillende kleuren, wat bewijst dat de kunstenaars vertrouwd waren met die technieken.[7] Volgens historica Joan Thirsk vormen de schilderijen een indicatie dat breien in de late middeleeuwen wijdverspreid was en misschien zelfs een populair tijdverdrijf voor vrouwen uit de hogere klassen. Brei-experte Donna Kooler bevestigt dat een breiende vrouw een vertrouwd beeld moet zijn geweest.[5]

Niet veel later groeide breien uit tot een aanzienlijke ambacht. De groei werd gedreven door een Europese modetrend: gebreide sokken voor rijke mannen. De toegenomen vraag om kwalitatieve katoenen of zijden sokken - stoffen die geïmporteerd moesten worden en dus duur waren - leidde in de 15e en 16e eeuw tot een professionalisering van breien in gilden.[7] De breiersgilden waren alleen toegankelijk voor mannen en vereisten een intensieve vooropleiding.[5]

Geleidelijk aan leerden ook werklieden en boeren om goedkoop te breien met de wol van hun eigen schapen. Buiten de steden, waar de gilden het monopolie hadden, breiden zowel mannen als vrouwen. Behalve voor eigen gebruik, breide men ook voor verkoop, een vorm van plattelandsnijverheid.[8] Dat was vooral het geval in Groot-Brittannië waar koningin Elizabeth de landelijke bevolking aanmoedigde om bij te verdienen door te breien. Op het einde van Elizabeths bewind exporteerde Engeland wollen kousen naar Frankrijk, Duitsland, Italië, de Nederlanden en zelfs Spanje, dat de naam had het beste breiwerk te produceren.[9]

Industriële revolutie[bewerken]

Voor de industriële revolutie werden er verschillende toestellen uitgevonden om het breien te vergemakkelijken. Zo vond de Engelse predikant William Lee in 1589 een mechanische breimachine uit, de zogenaamde stocking frame. Koningin Elizabeth gunde Lee echter geen patent, uit vrees voor de impact op de Engelse handarbeid. Uiteindelijk verhuisde Lee naar Frankrijk. De hugenoot Hendrik IV was de uitvinding beter gezind en verleende Lee een patent. Na het overlijden van de koning in 1610, en van William Lee in 1614, bracht diens broer James de machines terug naar Londen. Londen werd daarna langzamerhand een van de twee textielcentra van Engeland. Ook Thoroton, in de buurt van Nottingham, produceerde machinaal breiwerk. Hier was Lees leerjongen namelijk blijven verder werken met de machine van zijn werkgever, met enkele verbeteringen tot gevolg. Tot in de 18e eeuw was Nottingham, maar ook Leicester, het hart van de textielnijverheid in de East Midlands. Het duurde bijna een eeuw eer mechanisch breien goed en wel ingang vond in de Engelse nijverheid. Toch heeft de breimachine van Lee een grote impact gehad. Tot de automatische breimachine in 1864 werd ingevoerd, domineerde verschillende soorten stocking frames de industrie.

Breiend meisje, door William-Adolphe Bouguereau, 1869.
Mee bezig Mee bezig
Aan dit artikel of deze sectie wordt de komende uren of dagen nog druk gewerkt.
Klik op geschiedenis voor de laatste ontwikkelingen.

In 1864 vond William Cotton uit Leicestershire de full-fashioned machine uit. Vanaf de 19e eeuw werden de breimachines mechanisch aangedreven. Tegelijkertijd verschenen ook rondbreimachines op het toneel, waarmee kousen gebreid konden worden. In deze periode konden de machines echter nog niet meerderen of minderen. Daardoor sloten deze producten niet erg fraai om het been. De uitvinding van nylon rond 1940 betekende een ware revolutie, omdat dit materiaal in de vorm van een been kon worden gebracht door het te verhitten. In de twintigste eeuw konden de breimachines steeds sneller breien, en werden de mogelijkheden voor patroonbreien steeds groter. Tegenwoordig bestaan er computergestuurde breimachines die zeer veelzijdig zijn. Gebreide kledingstukken zijn nu gemeengoed, zonder dat een breier er vele uren aan bezig hoeft te zijn.

Behalve op het platteland werd er na de industriële revolutie niet meer gebreid in de westerse wereld, tot breien opnieuw geïntroduceerd werd als vrijetijdsactiviteit in de 19e eeuw.

Breien wordt in het Europa van na de 19e eeuw vooral gebezigd door vrouwen. Daarvoor werd er evenwel vooral door Europese mannen gebreid, zoals schaapherders tijdens het hoeden van hun kudden. Tot in de 20e eeuw was de breiende schaapherder of visser nog een normaal verschijnsel. Voor het breien worden vooral wol en acryl of katoen gebruikt, maar in principe kan elk materiaal dat tot garen gevormd kan worden voor het breien worden gebruikt. Zo was in de zestiende eeuw het gebruik van zijde en gouddraad voor gebreide religieuze gewaden in zwang.

20e eeuw[bewerken]

Tot in de jaren 70 van de 20e eeuw werd breien, evenals haken en borduren, aan meisjes geleerd op de lagere school. Op sommige scholen werd ook breiles aan jongens gegeven. De decennia daarna is het aantal scholen dat nog breiles inroosterde snel afgenomen. Vanaf 2010 komt de wekelijkse breiles op vrijwel geen enkele basisschool meer voor. Een uitzondering vormen Vrije scholen waar het handwerken nog wel wordt aangeleerd.

Breitechniek[bewerken]

Breinaalden[bewerken]

Breiwerk

Breien gebeurt in de meeste gevallen met twee breinaalden. Die hebben aan een kant een scherpe punt, aan de andere een knop die voorkomt dat de lussen er af kunnen glijden. Soms worden een of meer hulpnaalden gebruikt, bijvoorbeeld voor het breien van kabels. Het breien van ronde delen, zoals een sok of een naadloze mouw gebeurt met behulp van vier breinaalden zonder knop. Dit wordt rondbreien genoemd. Er bestaan ook flexibele naalden uit één stuk, die het rondbreien makkelijker maken. Ook het lijf van een trui kan op deze manier worden gebreid, hiervoor wordt dan liever één flexibele naald gebruikt, de rondbreinaald. Zo is een patroon makkelijker te maken, is er minder verschil tussen de steken dan wanneer er recht en averecht gebreid wordt, zijn er geen naden in de zijkant en kunnen zelfs de mouwen direct ingevoegd worden terwijl het lijf wordt afgemaakt. Verder kunnen op deze manier tafelkleden e.d. worden gebreid, zij het met heel dunne wol en de dunste pennen. De keuze tussen rondbreinaald of 4(5) pennen is afhankelijk van de diameter (en dus het aantal steken) van het object dat wordt gemaakt.

Er bestaan breinaalden in verschillende diktes. De dikte van een breinaald wordt aangegeven als de diameter in millimeters. De dunnere breinaalden worden gemaakt in stappen van 0,5 mm, zo is 3,5 een heel gebruikelijke breinaald. Voor dunne wol worden de dunste breinaalden gebruikt, voor dikkere wol de dikkere naalden. Bij strak breien (met de draad erg strak om de breinaalden getrokken), kan beter een wat dikkere breinaald gebruikt worden. Gebruikelijke maten voor breinaalden lopen van 2 mm voor dunne wol tot 15 mm voor de allerdikste wol. Het gebruik van dikke of juist dunne wol is een modeverschijnsel. Beide soorten wol kunnen tot een warme trui leiden.

Het breien[bewerken]

Demonstratie van breien met basissteken

Breien gebeurt, behalve bij rondbreien, in een heen-en-weer gaande beweging. Het eerste wat de breier doet is het opzetten van de breisteken. Door een soort draai te maken met een draad wol, komt er een lus terecht op de breinaald. Het opzetten is moeilijker te leren dan het breien zelf. Sommige breiers zetten met de hand de steken op, anderen doen dat na de eerste steek, die gelijk is aan een haaksteek, al breiend. Het aantal steken dat wordt opgezet wordt onthouden, want bij elke breigang moet hetzelfde aantal steken worden gebreid, tenzij er wordt gemeerderd of geminderd. Als het aantal steken onverwacht verminderd is, is er een steek gevallen. Als dit niet snel hersteld wordt, komt er een ontsierende ladder in het breiwerk.

Na het opzetten van de steken wordt de eerste pen, of de eerste naald, gebreid. Hierna wordt beschreven hoe een rechtshandige breier kan breien. De breier steekt met de lege naald in haar rechterhand in de eerste steek op de linkernaald, slaat de draad om de rechternaald, haalt deze draad door de lus van de steek die nu over beide naalden ligt, en trekt vervolgens de steek van de naald in de linkerhand af. Daarbij draagt zij er zorg voor dat er geen andere steken van de linkernaald worden afgetrokken. Ook zorgt zij ervoor dat de draad aan de juiste kant van de rechternaald terecht komt. Is de draad aan de achterkant van deze naald, dan wordt recht gebreid, is de draad aan de voorkant van deze naald, dan wordt averecht gebreid.

In Nederland werd de meisjes op sommige scholen het volgende ritme aangeleerd:

Insteken - omslaan - doorhalen - af laten gaan.

Dat zijn de vier handelingen om één breisteek te maken. Een ervaren breier doet deze vier handelingen in ongeveer een halve seconde of zelfs nog sneller.

Meerderen en minderen[bewerken]

Een gebreide lap kan niet, zoals bij een geweven stof wel kan, op maat gemaakt worden door deze te knippen, omdat het breiwerk daardoor helemaal uit elkaar zou gaan vallen. De lap moet dus direct in de goede vorm gebreid worden. Het breiwerk breder maken doet men door breisteken bij te maken, meerderen genoemd (door bijvoorbeeld één steek recht en één steek averecht in dezelfde lus te breien). De lap kan smaller gemaakt worden door te minderen (door twee of meer steken samen te breien, of door één steek over een andere heen te halen).

Om een trui te breien worden meestal door meerderen en minderen vier delen gemaakt: twee mouwen, een voorpand en een achterpand. Omdat het moeilijk is om te voorspellen wat er precies gebeurt bij het meerderen en minderen, wordt vaak gebruikgemaakt van breipatronen, die in breiwinkels verkrijgbaar zijn. De vier gebreide delen worden als alles gereed is, met dezelfde wol aan elkaar genaaid. Dit moet losjes gebeuren, omdat anders de naden gaan trekken.

Door eerst een proeflapje te maken van circa 10 x 10 cm en aan de hand daarvan het aantal steken te berekenen ten opzichte van het voorgeschreven breipatroon, kan men de gewenste afmetingen nauwkeuriger realiseren. Mensen hebben namelijk een verschillende hand van breien. Het is dus ook niet aan te raden om verschillende mensen om beurten aan hetzelfde breiwerk te laten werken, aangezien dit verschil vaak duidelijk te zien is en het breiwerk er daardoor niet mooier op wordt.

Door kunstig te meerderen en te minderen kan zonder naad een sok gebreid worden, of wanten, of een muts.

Breisteken[bewerken]

Tricotsteek voorzijde

De tricotsteek, die veel in truien wordt toegepast en ook in met machines gebreide kleding, bestaat uit rechte steken aan de voorkant van de kleding, en averechte steken aan de achterzijde van de kleding. Het is de eenvoudigste manier van breien, omdat de draad aan één kant van de naald kan blijven. Aan de voorzijde heeft de stof dan een patroon dat bestaat uit V-tjes, aan de achterzijde zijn ribbels te zien. T-shirts en dergelijke zijn ook in deze steek (machinaal) gebreid, T-shirtstof heet dan ook tricot.

Een sok uit diverse steken, met bovenaan de boordsteek, waardoor de boord goed om het been sluit. Zonder boordsteek zou de sok afzakken.
Tricotsteek achterzijde
Een ingewikkelde kabelsteek
Een breiwerk met gaatjes waardoor het op kantwerk lijkt

De boordsteek, die rekbaarder is dan de tricotsteek, bestaat uit afwisselend 2 rechte steken en 2 averechte steken. Als de achterkant gebreid wordt, dan zijn dat juist eerst 2 averechte, dan 2 rechte steken (mits het aantal steken deelbaar is door 4). Bij dikkere wol wordt wel een boordsteek van 1 recht, 1 averecht gebruikt. Het voordeel van de boordsteek is dat het resultaat smaller is. De boord van een trui sluit dan bijvoorbeeld netter om de pols. Daarom wordt de boordsteek heel vaak gebruikt bij het begin of bij het eind (kraag) van een breiwerk.

Bij de gerstekorrelsteek wordt, net als bij de boordsteek, afwisselend recht en averecht gebreid. De rechte en averechte steken worden echter niet boven elkaar gebreid, maar versprongen. De "dubbele gerstekorrel" verspringt om de twee naalden.

Voor dikke truien en shawls wordt wel de patentsteek gebruikt. Hierbij wordt ook afwisselend één recht en één averecht gebreid, maar nu wordt de rechte één steek dieper ingestoken. Zo ontstaat een dikke en elastische structuur.

Veel breiers gebruiken een kantsteek. Dit is geen eigenlijke steek; eerder wordt bij het keren van de naald de eerste breilus afgehaald in plaats van gebreid. De rand van het breiwerk ziet er hierdoor vaak wat netter uit.

Voor het breien van een kabelpatroon is een hulpnaald nodig. Een kabelpatroon kan gebreid worden door een aantal steken (bijvoorbeeld 4) van de linkernaald af te halen op een hulpnaald. Vervolgens worden de 4 volgende steken gebreid. Daarna worden de 4 steken van de hulpnaald gebreid, die dus over de andere heen geleid worden. Vervolgens worden er enkele naalden (bijvoorbeeld drie) gewoon doorgebreid (aan de ene kant recht, aan de andere kant averecht). In de daaropvolgende naald worden weer 4 steken afgehaald op dezelfde manier. Hierdoor lijkt het alsof er een kabel op de trui verschijnt. Dit kan er leuk uitzien, maar heeft ook als voordeel dat er een dikker en dus sterker en warmer weefsel ontstaat.

Naast de hierboven genoemde bestaan er nog honderden andere steken, bijvoorbeeld met af en toe een gedraaide gebreide steek of met gaatjes (waarbij een dubbele lus over de rechternaald wordt gehaald en de volgende twee steken worden samengebreid).

Breien met kleuren[bewerken]

Een detail van een traditioneel patroon in de kleuren zwart en wit

Breien met verschillende gekleurde draden is een mogelijkheid om een aantrekkelijk breiwerk te maken, bijvoorbeeld een Noorse trui. Bij gebruik van twee kleuren wordt om beurten de juiste kleur gebruikt om een of meer steken te breien. De draad van de niet gebruikte kleur wordt dan langs de achterkant van het breiwerk geleid, waar (lange) lussen ontstaan. De kunst is de lengte van deze lussen te beperken zodat het gebreide één geheel wordt en vingers en knopen er niet in blijven haken. In wanten worden vaak twee kleuren toegepast om een dikkere - en dus ook warmere - want te krijgen. Onzichtbaar breien met verschillende kleuren is ook mogelijk.

Mazen en stoppen[bewerken]

Mazen is een soort breien, maar dan met naald en draad. Met één draad worden de gebreide steken nagebootst. Dit kan gebeuren om twee redenen:

  • Om een soort borduurpatroon op het breiwerk aan te brengen in een andere kleur, in het bijzonder als er slechts kleine stukjes in deze kleur zijn of om een neutraal kledingstuk te versieren.
  • Om beschadigd breiwerk onzichtbaar te repareren.

Een conventionele techniek om beschadigd breiwerk te repareren is het stoppen. Dit is een soort weeftechniek met naald en draad. Het gat in het breiwerk wordt met horizontale draden overspannen, waarna hier verticaal doorheen geregen wordt, zodat een weefwerk ontstaat. Sokken stoppen was voorheen een gehate bezigheid, die door het betaalbaarder worden van sokken in onbruik is geraakt.

Breien met breiraam[bewerken]

Een speciale manier van breien is met een verstelbaar breiraam. Deze bestaat uit twee balkjes van een harde houtsoort zoals beuken of eiken. In ieder balkje zitten ongeveer 60 kleine spijkertjes even ver van elkaar. De lengte van de balkjes is uiteraard naar eigen behoefte aan te passen. Beide balkjes kunnen ten opzichte van elkaar ingesteld worden, zodat de opening ertussen kan variëren. Ook in de lengterichting kunnen de balkjes ingesteld worden. Op deze manier kunnen er tientallen verschillende steken worden toegepast.

Het overhalen van de steken gebeurt door een overhalingspen. Een breiraam is geschikt voor zowel rechts- als linkshandigen. Het werk dat er vanaf komt, kenmerkt zich door de regelmatigheid van de steken. Wel is het wat losser dan een breiwerk dat gemaakt is op breinaalden.

Culturele aspecten[bewerken]

Samen breien.
Wildbreien is een recent fenomeen waarbij mensen lapjes in of aan elkaar haken, breien of naaien en die vervolgens door de stad verspreiden.

Hobby[bewerken]

Breien leeft vooral voort als een hobby, een vrijetijdsactiviteit die rustgevend werkt. Tot een mooi eindproduct zoals een sjaal of een trui komen, duurt redelijk lang, en voor veel breiers zit de charme 'm niet in het kledingstuk, maar in de activiteit zelf. Wie de techniek onder de knie heeft, kan zich rustig neerzetten met een breiwerkje en tegelijkertijd praten of televisiekijken. Het zachte, regelmatige getik van de breinaalden kan ook rustgevend zijn. De hobby wordt traditioneel sterk geassocieerd met vrouwen, en misschien wel vooral met oudere vrouwen die steevast thuis of op school leerden breien. Toch zijn er ook mannen en jonge mensen die breien. Steeds meer mannen kiezen ervoor om te breien als een manier om tot rust te komen.[10][11]

Mode[bewerken]

Het eerste breiwerk in Europa was bedoeld voor gegoede lieden. Het was heel fijn breiwerk en werd soms versierd met goud- of zilverdraad. Vaak was het niet zozeer bedoeld om gedragen of gebruikt te worden, maar waren het decoratieve voorwerpen die de sociale status van de eigenaar in de verf zetten.[5][12] Verschillende textielmusea bewaren verfijnd, historisch breiwerk en stellen het tentoon.

In de vroege 20e eeuw gingen gebreide kleren opnieuw deel uitmaken van de haute couture. In de jaren 20 werden gebreide debardeurs een modetrend nadat Edward, prins van Wales, het kledingstuk in 1921 in het openbaar had gedragen. In de jaren 40 introduceerde Coco Chanel de gebreide twinset. Gebreide kleding bleef modieus tot in de jaren 70.[13]

Beeldende kunst[bewerken]

Een recent verschijnsel is yard bombing of 'wildbreien'. Wildbreiers bekleden voorwerpen met kleurrijke gebreide of gehaakte stukken stof. Magda Sayeg uit Texas wordt gezien als de pionier van van yard bombing. In 2005 breidde ze een hoesje rond de deurklink van haar boetiek in Houston, wat veel kijklustigen aantrok. Ze begon breiwerkjes achter te laten op publieke plaatsen in de stad, bijvoorbeeld aan verkeersborden.[14] Wildbreien is sindsdien uitgegroeid tot een wereldwijd fenomeen. Boomstammen, lantaarnpalen, zitbanken, vuilnisbakken, standbeelden en kunstwerken worden aangekleed met lapjes stof, vaak ter plaatse aan elkaar genaaid. Yarn bombing is daarmee uitgegroeid tot een vorm van street art. Het is in eerste instantie een poging om ongezellige, kille openbare ruimte op te eisen en te personaliseren. Bovendien is het net als traditionele graffiti ook een middel om aan zelfexpressie of maatschappijkritiek te doen. Soms schuilen er politieke motieven achter wildbreiwerk, niet in het minst de overtuiging dat de stedelijke omgeving best wat 'vrouwelijker' mag worden.[14] Eigen aan wildbreien is dat het geen blijvende schade aanricht en zelden als vandalisme wordt aanzien.[15]

Industriële productie en toepassingen[bewerken]

Het professioneel breien gebeurt inmiddels vrijwel alleen nog met de breimachine. Het machinaal breien verbeterde de mogelijkheden van het gebruik van dunnere materialen als acrylgaren, katoen, wol-acryl en katoen-acryl. In de industrie wordt bijvoorbeeld van metaaldraad machinaal gaasband gebreid.

Voor sommige toepassingen in de industrie wordt de gewenste 'luchtigheid' van het weefsel met breien bereikt. Voorbeelden zijn gaasband van dun metaaldraad, dat gebruikt wordt om twee geleidende delen elektrisch met elkaar te verbinden. Ook voor isolatie worden gebreide producten gebruikt, zoals band van glasvezel dat een extreem hoge thermische weerstand heeft.

Bronnen, noten en/of referenties
  • (nl) J. Brittain, A.R. Oosterbaan, De nieuwe handwerkencyclopedie. Ede: Zomer & Keuning, 1980.

  1. (nl) Nicoline van der Sijs (samensteller),"Breien (met naalden weefsels maken)", Etymologiebank, Meertens Instituut, 2010, online geraadpleegd op 06-05-2015.
  2. (en) "Archeology and knitting meet at Dura Europos", Cirsia Fortuita, 21-03-2012, online geraadpleegd op 06-05-2015.
  3. (fr) Georgette Cornu, Marielle Martiniani-Reber, Tissus d'Égypte. Témoins du monde arabe, VIIIe-XVe siècles: Collection Bouvier. Genève: Musée d'art et d'histoire de Genève, 1993.
  4. (en) "The History of Knitting Pt 1: Mysterious Origins", Sheep & Stitch, 16-02-2014, online geraadpleegd op 06-05-2015.
  5. a b c d (en) "The History of Knitting Pt 2: Madonnas, Stockings and Guilds, Oh My!", Sheep & Stitch, 18-02-2014, online geraadpleegd op 06-05-2015.
  6. (en) Arnold Pacey, Technology in World Civilization: A Thousand-Year History. Cambridge: The MIT Press, 1991.
  7. a b (fr) "Europe médiévale", Tricot-Fluor, 13-09-2004, online geraadpleegd op 08-05-2015.
  8. (en) Olivia Gordon, "Knitting: how it all began", allaboutyou.com, 12-02-2010, online geraadpleegd op 07-05-2015.
  9. (fr) "Le marche de la bonnetterie", Tricot-Fluor, 13-09-2004, online geraadpleegd op 08-05-2015.
  10. (en) Theo Merz, "Men’s knitting: is it 'the new yoga’?", The Telegraph, 09-01-2014, online geraadpleegd op 08-05-2015.
  11. (en) David Demchuk, "Knit like a man", Knitty.com, 2004, online geraadpleegd op 08-05-2015.
  12. (en) David Jenkins, The Cambridge History of Western Textiles. Cambridge: Cambridge University Press, 2003, p. 1-6.
  13. (en) "Handmade in Britain - Fabric of Britain: Knitting's Golden Age", Victoria and Albert Museum, 2013, online geraadpleegd op 11-05-2015.
  14. a b (en) Malia Wollan, "Graffiti’s Cozy, Feminine Side", The New York Times, 18-05-2011, online geraadpleegd op 10-05-2015.
  15. (en) Nicole Saidi, "Urban knitters spin yarn into graffiti", CNN, 05-12-2009, online geraadpleegd op 11-05-2015.
Etalagester
Etalagester Dit artikel is op 5 november 2005 in deze versie opgenomen in de etalage.