Brienz-Rothorn-Bahn

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Brienz-Rothorn-Bahn

Logo Brienz-Rothorn-Bahn

Brienzer rothorn bahn.jpeg
bergstation Rothorn Kulm van de BRB

Totale lengte9,3 km
Spoorwijdte800 mm
Geopend1893
Huidige statusin gebruik
Type tandstaafAbt
Helling in stijgingspercentage250
Geëlektrificeerdnee, stoom- en dieselloks
Aantal sporen1

De Brienz-Rothorn-Bahn (BRB) is een tandradbaan systeem Abt in Zwitserland, die alleen in de zomer elk jaar van begin mei tot eind oktober van Brienz naar de Briezner Rothhorn rijdt.

Geschiedenis[bewerken]

Nadat twee vroegere project voor de bouw van een hotel op de Rothaus mislukt  waren, plande rond 1889/90 de in Luzern woonachtige Duitse ingenieur Alexander Lindner met ondersteuning van toeristisch geïnteresseerde Brienzers het bergspoor. Op dat moment zou het spoor het grootste hoogteverschil van een bergspoor overwinnen. Als bouwheer en architect kwam Theodor Bertschinger uit Lenzburg de groep versterken. Tijdens de maar 16 maanden durende bouwtijd tussen de zomer van 1890 en de herfst van 1891 werden tot 640 bouwvakkers, meestal Italianen, ingezet..[1]

Het spoor werd op 17 juni 1892 geopend. Het kwam al snel in de financiële problemen. Dat kwam mede door de opening van onder andere de Schynige Platte-Bahn in 1893 en delen van de Jungfraubahn in 1898 en ook door Eerste Wereldoorlog. Op 9 augustus 1914 werd de bedrijfsvoering gestopt en de spoorlijn stilgelegd. Het spoor kreeg in september 1916 van de Bond de vergunning om de spoorinstallatie af te breken. Terwijl het bestuur de sloopkosten had moeten voorschieten, bleef de afbraak achter ondanks het tekort aan materiaal door de oorlog.[2]

In 1931 waagden geldschieters de heropening van het traject. De sporen waar ondanks de lange bedrijfspauze nog in goede staat. Later heeft men bewust de beslissing genomen om het traject niet te elektrificeren, waardoor het een bijzondere attractie werd. De Brienz-Rothorn-Bahn is nu, naast de Dampfbahn Furka-Bergstrecke, de enige spoorlijn met stoomaandrijving met een vaste dienstregeling.

De aan het stoombedrijf gerelateerde onderhouds- en exploitatiekosten zijn hoog, maar het bedrijf is toch financieel sterk. Hoewel de Algemene Vergadering van 21 juni 1968 eenstemmig besloot tot de ontmanteling van de BRB en over te gaan op de bouw van een kabelbaan is de tandradbaan gebleven. Het operationele concept van 1971 voorzag verbeteringen in de verhoging van de capaciteit door de aanschaf van drie diesellocomotieven. De zeven stoomlocomotieven uit de tijd van de oprichting en de heropening konden worden gespaard. Nieuwe stoomlocomotieven konden aanvankelijk niet worden verkregen omdat er vanuit de industrie te weinig belangstelling was.[3]

Dit veranderde in 1988 toen aan de Schweizerische Lokomotiv- und Maschinenfabrik (SLM) in Winterthur opdracht gegeven konden worden tot de bouw van de nieuw ontwikkelde stoomlocomotieven met een groter vermogen. Met het 100-jarig jubileum nam de BRB in 1992 de olie bestookte Lok nr. 12 in bedrijf met ondersteuning van een vriendenvereniging. Drie volgende locomotieven kwamen er later bij.[4]

Inmiddels is ook het spoorwegnet vernieuwd. Er werden rails en tandstangen met groter profiel in gebruik genomen. De normale bielzen werden door nieuwe bielzen in Y-Format vervangen.

Trajectleiding[bewerken]

De lengte van het traject bedraagt 7,6 km en het spoor overwint tot 25% stijging over 1678 m in hoogte. De rijtijd is bij een maximale snelheid van 9 km/u ongeveer een uur. Het traject van de BRB begint in Brienz, op 566, direct tegenover het treinstation van de Zentralbahn. Na het passeren van de "Wellenbergbrücke" gaat het traject door het Burgerwald (een loofbos) omhoog naar de «Schwarzefluetunnel», die 18 m lang is. Kort daarop bereikt het spoor het kruisplaats Geldried (1019 m), waar treinen elkaar kunnen kruisen.

spoorovergang bij Geldried

Na het station komt de «Härdtunnel» met een lengte van 119 m. De naam van deze tunnel geeft aan dat de tunnel niet in uit de rots gehouwen werd, maar grotendeels door «Härd», dat is aarde, gaat. Na een kort stukje door het bos wordt de «Fluhtunnels» bereikt. Deze hebben een totale lengte van 290 m. Ze hebben wel openingen zodat er een mooi uitzicht is op Brienz het het Meer van Brienz Uit de «Fluhtunnel» begint een naaldbos tot het volgende station Planalp op 1341 m. Hier tanken alle stoomlocomotieven water voor de rit naar de top. Vanaf Planalp voert het traject over alpweiden omhoog naar het alpenzadel (laagte tussen twee verhogingen/heuvels/bergen) "Mittlesten". In de winter van 1941/42 wordt het enige belangwekkende ijzeren kunstwerk, de «Kühmadbrücke» door een lawine weggevaagd. Tot 1962 werd in elke voorjaar op deze plaats een houten burg gemonteerd en in het najaar weer afgebroken. In dat jaar is er een aard- en steendam voor in de plaats gekomen, die minder gevoelig is voor de krachten van de natuur. Na de dam komt men op de «Chüemad». Hier bevinden zich de 40 m lange «Chüemadgalerie» met direct daarop aansluitend de 92 m lange "Chüemadtunnel". Kort daarna bereikt men de kruisplaats Ober Staffel (1819 m). Van hier uit maakt het spoortraject een lange bocht naar links langs de berg omhoog naar de 100 m lange "Schönegggalerie". Daarna volgen de beide "Schöneggtunnels" met 37 en 133 m lengte. Kort na het verlaten van de laatste tunnel bereikt het spoor op 2244 m het eindstation Rothorn Kulm.

Locomotieven[bewerken]

De Locomotieven van de BRB zijn met één beginnend genummerd en stammen uit vier generaties:

  • 1891/1892 stoomloks van de eerste generatie
  • 1933/1936 krachtigere stoomloks van de tweede generatie
  • 1973/1975 Dieselloks
  • 1992/1996 Olie gestookte stoomloks
Olie gestookte stoomlok H 2/3 Nr. 14
Stoomlok H 2/3 Nr. 3 op het bedrijfsterrein van de firma Steck in Bowil
Nr. Aandrijving Bouwjaar Fabrikant Opmerkingen
1(I) stoomlocomotief, kolen gestookt 1891 SLM 688 H 2/3, 1940: beschadigde ketel, 1961: onderdelen bron, sloop
1(II) SLM 722 H 2/3, ex tandradbaan Glion–Rochers-de-Naye (GN) 4, ex Monte Generoso-Bahn (MG) 7, niet in bedrijf, netjes weggezet in de BRB-remise
2 SLM 689 H 2/3, stoomlok van de "stoomworstenboemlers" en de exclusieve "Salon Rouge". In de winter van 2010/2011 was een grote revisie (R3) aan de machine
3 1892 SLM 719 H 2/3, niet in bedrijf, netjes in de buitenopslag wegegezet
4 SLM 720 H 2/3, niet in bedrijf, netjes weggezet in de BRB-remise
5 1891 SLM 690 H 2/3, 1911 ex Wengernalpbahn 1, in Betrieb (Stand Juni 2012)
6 1933 SLM 3567 H 2/3
7 1936 SLM 3611 H 2/3, op het moment niet in bedrijf, inzet samen met Nr. 6 gepland
8 dieselhydrostatisch 1973 Zelfbouw BRB Hm 2/2, 1995 aan de Montreux-Glion-Rochers-de-Naye-Bahn (MGN) verkocht; daar als Nr. 4. 2015 door verkocht aan Ferrovia Monte Generoso.
9 1975 Steck/MTU hoofdzakelijk voor materiaaltransporten, BRB-tractie aandeel in 1991: 70 % / 2009: 11.55 %
10
11 1987
12 Stoomlok, olie gestookt 1992 SLM 5456 H 2/3
14 1996 SLM 5689 H 2/3
15 1996 SLM 5690 H 2/3
16 1992 SLM 5457 H 2/3, 2005 door de Montreux-Glion-Rochers-de-Naye-Bahn (MGN) Bahn gekocht

Nummer 13 werd wegens de uitleg als ongeluksgetal niet gebruikt.

Het vervoer wordt hoofdzakelijk met de olie gestookte stoomlocomotieven uitgevoerd, omdat deze het meest economisch zijn in de bedrijfsvoering. Bij de kolen gestookte locomotieven is er naast de machinist een stoker nodig. Bij de olie gestookte stoomlocomotieven is er geen stoker. Zoals de foto van het bord met technische gegevens bij het dalstation laat zien benodigd een kolen gestookte locomotief voor een bergrit 300 kg kolen en 2000 liter water. Het water kan op meerdere punten in het dal ingenomen worden. Dit gebeurt meestal op de drie tussenstops.

De moderne stoomtechniek met olie stook werd door de SLM ontwikkelt en wordt nu door de Dampflokomotiv- und Maschinenfabrik (DLM) doorontwikkeld en gebouwd. De techniek maakt de inzet van een stuurstandrijtuig mogelijk. De ketel is geïsoleerd en kan met een toegevoegd elektrisch voorverwarmingsapparaat onbeheerd op 10 bar keteldruk ingezet worden. De machine is daarmee in 10 min. gebruiksklaar.

Galerij[bewerken]

Literatuur[bewerken]

  • Claude Jeanmaire: Mit Kohle, Dampf und Schaufelrädern. Verlag für Eisenbahn- und Strassenbahnliteratur, Basel 1971
  • Claude Jeanmaire: Das Brienzer Rothorn und seine Zahnradbahn . Verlag Eisenbahn, Villigen 1992, ISBN 3-85649-081-7
  • Kaspar Vogel: Die Schweizerische Lokomotiv- und Maschinenfabrik 1871–1997. Minirex, Luzern 2003, ISBN 3-907014-17-0