Brieven van Paulus

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Samenvoegen van Ten minste één Wikipediagebruiker vindt dat de tekst van Auteurschap van de brieven van Paulus in dit artikel ingevoegd zou moeten worden, of dat er een duidelijkere afbakening tussen deze artikelen dient te worden gemaakt. Als de tekst wordt ingevoegd, dient dat artikel een redirect te worden (hier melden).

14 van de 21 brieven in de canon van het Nieuwe Testament van de Bijbel worden toegeschreven aan de apostel Paulus. 13 van deze brieven vermelden Paulus als afzender en worden ook wel de Paulijnse of Paulinische brieven genoemd; de Brief aan de Hebreeën is in feite geen echte brief en noemt Paulus niet als auteur. De volgende brieven worden traditioneel aan Paulus toegeschreven:

Consensus Brief
Authentiek
Omstreden
Niet authentiek

Zoals uit de tabel blijkt, is Paulus' auteurschap van een aantal van deze brieven omstreden.

1rightarrow blue.svg Lees hierover op Auteurschap van de brieven van Paulus

Enkele van deze brieven behoren tot de oudste overgeleverde christelijke documenten. Ze verschaffen inzicht in de overtuigingen en controverses van het vroege christendom en als onderdeel van de canon van het Nieuwe Testament zijn het hoekstenen voor zowel christelijke theologie als ethiek. De Paulijnse brieven worden in moderne uitgaven van het Nieuwe Testament gewoonlijk geplaatst tussen Handelingen van de Apostelen en de Katholieke brieven. De meeste Griekse manuscripten plaatsen de algemene brieven echter vooraan[1] en enkele minuscels (175, 325, 336 en 1424) plaatsen de Paulijnse brieven aan het eind van het Nieuwe Testament.

Ontstaan[bewerken]

De als authentiek erkende Paulijnse brieven zijn tot 20 jaar voor de vier canonieke evangeliën ontstaan. 1 Tessalonicenzen wordt beschouwd als het oudst bewaarde oerchristelijke geschrift, ontstaan tussen 49 en 51. Galaten ontstond waarschijnlijk op de tweede zendingsreis van Paulus in Efeze rond 54, net als 1 Korintiërs. Rond het jaar 57 volgde 2 Korintiërs, rond 63 Filippenzen en Filemon. Waarschijnlijk was Paulus nog in leven toen zijn volgelingen 2 Tessalonicenzen (rond 51) en Efeziërs (rond 63) opstelden. Kolossenzen, die theologisch en taalkundig aan Efeziërs is verwant, wordt daarentegen gedateerd op ergens tussen 90 en 100.[2]

Al zeer vroeg ontstonden verzamelingen van deze brieven, die in de door Paulus gestichte of bezochte en mogelijk andere gemeenten circuleerden en werden gebruikt bij de eredienst. Deze verzameling, het Corpus Paulinum, was een eerste stap in de richting van de canonvorming van het Nieuwe Testament. Mogelijk werden ze redactioneel bewerkt, waarbij sommige oorspronkelijk zelfstandige brieven van Paulus werden samengevoegd. Zo kan de verloren gegane brief die in 2 Korintiërs 7:8-13 wordt genoemd uiteindelijk in dezelfde brief zijn opgenomen in 2 Korintiërs 10-13.[3] Het Corpus Paulinum werd vervolgens in een eigen manuscriptenband verzameld. Een vergelijkbare verzameling was het Corpus Apostolicum die bestond uit Handelingen en de Katholieke brieven. De vier canonieke evangeliën circuleerden gezamenlijk als Evangeliarium maar ook zelfstandig. Deze drie verzamelingen van manuscripten vormden de basis voor het Nieuwe Testament, waaraan tenslotte de Openbaring van Johannes werd toegevoegd.

Apocriefe brieven van Paulus[bewerken]

De Canon Muratori noemt specifiek twee valse brieven van Paulus: de Brief aan de Laodicenzen en een brief van Paulus aan de Alexandrijnen, die alleen van naam bekend is. In een aantal manuscripten van de Vulgaat is een in het Latijn opgestelde Brief aan de Laodicenzen inbegrepen. Een kopie ervan is opgenomen in het Boek van Armagh, waarbij de waarschuwing staat dat het een vervalsing is. Het is omstreden of dit is dezelfde brief aan de Laodicenzen is die in de Canon Muratori wordt genoemd of daarmee verband houdt.[4] In de Nag Hammadigeschriften is een Gebed van de apostel Paulus opgenomen, maar dit bevat gnostische terminologie en is duidelijk niet van de hand van Paulus. Ook 3 Korintiërs moet worden beschouwd als een pseudepigraaf. Handelingen van Paulus is een apocrief Handelingen uit de 2de eeuw afkomstig uit Klein-Azië. Uit de vierde eeuw is een fictieve Briefwisseling tussen Seneca en Paulus bewaard gebleven die door geen van beiden is geschreven.

Verloren gegane brieven[bewerken]

  • Een eerdere brief aan de Korintiërs waarnaar wordt verwezen in 1 Korinthiërs 5:9
  • Een derde brief aan Korintiërs waarnaar wordt verwezen in 2 Korintiërs 2:4 en 7:8 en 9
  • Een eerdere brief aan de Efeziërs waarnaar wordt verwezen in Efeziërs 3:3 en 4
  • Een Brief aan de Laodicenzen waarnaar wordt verwezen in Kolossenzen 4:16