Naar inhoud springen

Britse Lagerhuisverkiezingen 2024

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Britse Lagerhuisverkiezingen 2024
Britse Lagerhuisverkiezingen 2024
Datum 4 juli 2024
Land Vlag van Verenigd Koninkrijk Verenigd Koninkrijk
Te verdelen zetels 650
Nieuwe premier Keir Starmer
Vorige premier Rishi Sunak
Opvolging verkiezingen
2019     2029 →
Portaal  Portaalicoon   Politiek
Verenigd Koninkrijk

De Britse Lagerhuisverkiezingen van 2024 werden gehouden op 4 juli 2024. In alle 650 kiesdistricten van het Verenigd Koninkrijk werd één lid gekozen voor het Lagerhuis van het Britse parlement. De verkiezingen vonden plaats volgens het first-past-the-post-principe: in elk district krijgt de kandidaat met de meeste stemmen de zetel. De opkomst bij deze algemene verkiezingen was met 60% laag.

De algemene tendens van de verkiezingen was: groot verlies voor de Conservatieven en de Schotse SNP, en grote winst voor Labour en de Liberal Democrats. Ook was er sprake van een doorbraak van Reform UK, en op beperktere schaal van de Green Party. Door verlies van de DUP kreeg Sinn Féin voor het eerst de grootste Noord-Ierse fractie in het Lagerhuis. De winst van Labour werd gezien als een afstraffing van de Conservative Party - en in Schotland ook van de SNP - voor hun beleid de afgelopen jaren. Het grote zetelverlies van de Conservatieven werd vooral veroorzaakt door de opkomst van Reform UK, die in alle districten veel Conservatieve stemmers trok.

In het Britse 'first past the post' districtenstelsel kan er groot verschil zijn tussen het aantal stemmen dat een partij landelijk krijgt, en het aantal zetels voor die partij in het Lagerhuis. Bij de Lagerhuisverkiezingen van 2024 was dit overduidelijk. De uitslag is omschreven als de 'meest disproportionele uitslag ooit'.

De verkiezingen leidden tot de vorming van het kabinet-Starmer: een Labourregering met een absolute meerderheid in het Lagerhuis en een meerderheid van 174 zetels over de andere partijen, onder leiding van Keir Starmer.

Uitschrijven van de verkiezingen[bewerken | brontekst bewerken]

Premier Rishi Sunak kondigt de algemene verkiezingen aan

De verkiezingen werden door premier Rishi Sunak (Conservative Party) aangekondigd op 22 mei 2024.[1] Volgens de Britse wetgeving moeten algemene verkiezingen voor het Lagerhuis worden uitgeschreven binnen vijf jaar na de eerste bijeenkomst van het zittende Lagerhuis (in dit geval was dat op 17 december 2019). Dit betekende dat de verkiezingen uiterlijk op 28 januari 2025 moesten plaatsvinden. De Conservatieven scoorden in de eerste maanden van 2024 slecht in de opiniepeilingen; de verwachting was dat Sunak de verkiezingen in de herfst zou laten plaatsvinden. De aankondiging dat het 4 juli zou worden kwam voor veel Conservatieve Lagerhuisleden als een verrassing, en leidde tot onbegrip en kritiek.[2] Het was de eerste keer sinds 1945 dat er een Lagerhuisverkiezing werd gehouden in de maand juli.[3]

Op 30 mei 2024 werd het zittende parlement ontbonden. Alle zetels werden vacant verklaard: het Verenigd Koninkrijk had geen Lagerhuisleden meer tot na de verkiezingen.[4][5]

De Lagerhuisverkiezingen in 2024 waren de eerste algemene verkiezingen onder koning Charles III, die in 2022 koningin Elizabeth II was opgevolgd als staatshoofd. Het waren ook de eerste algemene verkiezingen na Brexit, het vertrek van het Verenigd Koninkrijk uit de Europese Unie op 31 januari 2020.

Uitslag in het kort[6][bewerken | brontekst bewerken]

Opkomst: 60% Labour Conservatives Liberal Democrats SNP Sinn Féin DUP Reform UK Green Party
Aantal zetels na Lagerhuisverkiezingen 2024 412 121 72 9 7 5 5 4
Aantal zetels na Lagerhuisverkiezingen 2019 202[7] 365 11 48 7 8 1
Aantal zetels op 29 mei 2024- voor ontbinding parlement [8] 206 345 15 43 7 7 1 1
Partijleider in 2024 sir Keir Starmer Rishi Sunak sir Ed Davey John Swinney[9] Michelle O'Neill Gavin Robinson Nigel Farage Carla Denyer & Adrian Ramsay
alleen in Schotland alleen in Noord-Ierland - neemt gewonnen zetels niet in. alleen in Noord-Ierland

Politieke veranderingen sinds 2019[bewerken | brontekst bewerken]

De verkiezingen van 2024 kwamen na een politiek onrustige periode in het Verenigd Koninkrijk.

Regeringsleiders en kabinetten[bewerken | brontekst bewerken]

De Lagerhuisverkiezingen van 12 december 2019 waren gewonnen door de Conservatieven onder Boris Johnson. Hij vormde een regering die met 365 van de 650 zetels een absolute meerderheid had in het Lagerhuis. Johnson trad in 2022 af als partijleider en premier. Hij werd opgevolgd door Liz Truss, die na 44 dagen werd vervangen door Rishi Sunak. Op basis van de uitslag van de verkiezingen van 2019 zijn drie verschillende Conservatieve kabinetten gevormd: Kabinet-Johnson II, Kabinet-Truss en Kabinet-Sunak.

Ceremoniële bekendmaking van het ontbinden van het zittende parlement en uitschrijven van verkiezingen

Partijleiders[bewerken | brontekst bewerken]

Ook bij de andere grotere partijen waren sinds 2019 nieuwe leiders aangetreden.

Interne problemen[bewerken | brontekst bewerken]

De Conservatieven, Labour, SNP en DUP hadden behalve met leiderschapswisselingen in de periode 2019 - 2024 ook te maken gehad met interne strubbelingen, justitiële onderzoeken en schandalen.[12][13][14][15]

Politieke apathie en wantrouwen[bewerken | brontekst bewerken]

Onder de Britse kiezers was er in 2024 volgens opiniepeilingen sprake van een diepgeworteld wantrouwen in politiek en politici in het algemeen.[16] Politieke apathie en een gevoel niet door de politiek vertegenwoordigd te worden was een fenomeen dat in heel Europa voorkwam. In het Verenigd Koninkrijk leek dit breder te zijn dan in andere Europese landen, d.w.z. algemeen aanwezig onder kiezers van alle politieke voorkeuren. Ook waren Britse kiezers meer van mening dat fundamentele hervorming van het politieke systeem noodzakelijk is.[17]

Kandidaten[bewerken | brontekst bewerken]

De uiterste datum voor het inschrijven van kandidaten was 7 juni 2024. Er stelden zich 4515 personen kandidaat, verspreid over de 650 kiesdistricten in het Verenigd Koninkrijk. Er zijn 543 kiesdistricten in Engeland, 57 in Schotland, 32 in Wales en 18 in Noord-Ierland.

Het aantal kandidaten was het hoogste ooit. Dit werd deels veroorzaakt door het feit dat Reform UK, anders dan bij de verkiezingen in 2019, nu ook kandidaten stelde in districten waar de Conservatieven bij de vorige verkiezingen hadden gewonnen. De Workers Party of Britain deed voor het eerst mee met de Lagerhuisverkiezingen en stelde kandidaten in 152 districten.

Er deden 98 partijen mee aan de verkiezingen, waarvan 35 maar in één district. Daarnaast waren er 459 onafhankelijke (niet partijgebonden) kandidaten. Geen enkele partij had kandidaten in alle 650 districten. De grote landelijk opererende partijen stellen normaliter geen - of slechts enkele - kandidaten in Noord-Ierland. Ook is het niet gebruikelijk dat partijen kandidaten stellen in het kiesdistrict van de Speaker (voorzitter) van het Lagerhuis.

Het aantal kandidaten verschilde per district tussen 5 en 13. [18][19][20]

Partij Aantal

kandidaten

Opmerkingen
Conservative Party 635
Labour Party 631
Liberal Democrats 630
Green Party 574
Reform UK 609
Workers Party of Britain 152
Scottish National Party 57 alleen in Schotland
Plaid Cymru 32 alleen in Wales
Alliance 18 alleen in Noord-Ierland
DUP 16 alleen in Noord-Ierland
UUP 17 alleen in Noord-Ierland
Sinn Féin 14 alleen in Noord-Ierland
SDLP 18 alleen in Noord-Ierland
overige partijen 653
onafhankelijke kandidaten 459
Totaal 4515

Niet herkiesbare Lagerhuisleden[bewerken | brontekst bewerken]

Gemiddeld waren er tussen 1979 en 2010 bij Lagerhuisverkiezingen 87 parlementariërs niet herkiesbaar. Bij de verkiezingen in 2019 waren het er 74.[21][22]

Al ruim voordat de verkiezingen van 2024 waren aangekondigd, hadden zittende Lagerhuisleden laten weten zich niet herkiesbaar te zullen stellen. Na de bekendmaking van de verkiezingsdatum volgden er meer - uiteindelijk werden het er 132. Hieronder waren 75 fractieleden van de Conservative Party (ongeveer 20% van de fractie). Ook bij de Scottish National Party stelde 20% van de fractieleden zich niet herkiesbaar.[23][24]

Een aantal prominente politici en voormalig bewindslieden koos ervoor het Lagerhuis te verlaten:

Conservative Party
Labour Party
Scottish National Party
Green Party
  • Caroline Lucas, enige Lagerhuislid van de Green Party
Democratic Unionist Party

Belangrijke thema's[bewerken | brontekst bewerken]

De verkiezingen van 2019 stonden bekend als de Brexit-verkiezingen omdat ze inhoudelijk door dit thema werden gedomineerd. Bij de Lagerhuisverkiezingen van 2024 speelde Brexit nauwelijks meer een rol. Belangrijke thema's voor alle kiezers waren de economie, de stijgende kosten van levensonderhoud, en gezondheidszorg. Voor kiezers die aangaven Conservative Party of Reform UK te willen stemmen was immigratie en asielbeleid echter het belangrijkste thema. Reform-kiezers vonden ook misdaadbestrijding zeer belangrijk, en Labour stemmers klimaat- en milieubeleid.[25]

Verkiezingsprogramma's[bewerken | brontekst bewerken]

In de week van 10-16 juni publiceerden de grotere partijen hun verkiezingsprogramma's (manifestos). Belangrijke terugkerende thema's waren gezondheidszorg, immigratie, huisvesting, onderwijs, milieu en klimaat, en misdaadbestrijding. [26][27]

Overzicht van belangrijke punten uit de verkiezingsprogramma's:

Conservatieven

  • Gegarandeerd waardevast pensioen en ouderdomsuitkering voor gepensioneerden; elk jaar de belastingvrije pensioenuitkering verhogen
  • 1,6 miljoen nieuwe huizen
  • Verlaging van de premie volksverzekeringen
  • Nationale dienstplicht voor 18-jarigen
  • Investering van £ 36 miljard in lokale wegen en openbaar vervoer
  • Aanpassing tarief volksverzekeringen ten gunste van zelfstandigen

Labour

  • Oprichten van een overheidsbedrijf voor schone energie
  • Invoeren BTW op schoolgeld voor particulier onderwijs
  • Stemrecht voor 16-jarigen
  • Overdragen van bevoegdheden op het gebied van vervoer, huisvesting en planning naar lokale burgemeesters
  • Instellen van een nieuwe overheidsorganisatie om bendes te vervolgen die vluchtelingen illegaal naar het VK brengen
  • Spoorwegen nationaliseren

SNP

  • Schotse onafhankelijkheid
  • Opnieuw lid worden van de EU
  • Bezuinigingen op de begroting voor Schotland terugdraaien
  • Decriminaliseren drugs voor persoonlijk gebruik
  • Hogere uitkering tijdens zwangerschaps- en bevallingsverlof
  • Hogerhuis afschaffen

Liberal Democrats

  • Opnieuw lid worden van de Europese interne markt - op langere termijn om weer lid te worden van de EU
  • 9 miljard pond extra voor NHS en zorg
  • Gratis persoonlijke zorg voor ouderen en gehandicapten
  • Hoger salaris voor zorgmedewerkers
  • Asielachterstand wegwerken; asielzoekers na drie maanden laten werken
  • hervorming vermogensbelasting ter waarde van 5 miljard pond
  • Invoeren evenredige vertegenwoordiging in verkiezingen

Reform

  • Niet-essentiële immigratie bevriezen
  • Alle illegale migranten opsluiten en deporteren
  • Belastingvrije voet inkomstenbelasting verhogen naar 20.000 pond
  • Verlaging vennootschapsbelasting eerst naar 20% en daarna 15%
  • 25% overdraagbare huwelijksbelasting
  • Windsor-framework opgeven (akkoord over de positie van Noord-Ierland na Brexit)

Peilingen en trends[bewerken | brontekst bewerken]

Opiniepeilingen voor de Britse Lagerhuisverkiezingen (2019-2024)

Labour had sinds 2021 consequent in de opiniepeilingen een ruime voorsprong op de Conservatieven. Dit bleef ook na het uitschrijven van de verkiezingen het patroon: Labour lag gemiddeld 17-19 procentpunten voor. Het verschil tussen Labour en de Conservatieven bleef gedurende de campagne stabiel. Wel was er sprake van een lichte daling bij zowel Labour als bij de Conservatieven. [28] De steun voor Labour was het hoogst onder jongeren (18 tot 34 jaar), en in het noorden van Engeland, de Midlands en in Londen. De Conservatieven kregen vooral steun van 65-plussers en trokken weinig kiezers in Schotland en het noorden van Engeland.[29]

De winst van Labour in de peilingen kwam voor een groot deel van de Conservatieven, onder andere - maar niet uitsluitend - in kiesdistricten waar de conservatieven bij de 'Brexit verkiezingen' van 2019 voor het eerst hadden gewonnen. Deze leken weer in handen te komen van Labour.[30]

In Schotland had de SNP in de maanden voor de verkiezingen te maken gehad met een leiderschapscrisis en een politieonderzoek naar partijfinanciën. Verwacht werd dat Labour hierdoor ook in Schotland weer voet aan de grond kon krijgen en dat de SNP zetels zou verliezen.[31]

De Conservatieven kregen op hun rechterflank concurrentie van Reform UK, met name toen Nigel Farage tijdens de campagne het partijleiderschap overnam en zich kandidaat stelde in het kiesdistrict Clacton-on-Sea. De steun voor Reform UK liep terug toen Farage zich in een interview positief uitliet over Rusland en het westen verweet de Russische inval in Oekraïne te hebben uitgelokt.[31]

Steun voor de Conservatieven kalfde in de loop van de campagne verder af. Het Britse publiek reageerde negatief toen premier Sunak bij de herdenking van D-day in Normandië al voor het eind van de plechtigheden vertrok om in Londen een tv-interview te geven.[32] Ook kwam aan het licht dat personen uit kringen rondom Sunak - mogelijk op basis van voorkennis - bij bookmakers hadden gewed dat de verkiezingen op 4 juli zouden plaatsvinden.[33]

Voor de Liberal Democrats werd winst voorspeld, en voor de Noord-Ierse DUP een beperkt verlies.[28] [34]

In de laatste weken voor de verkiezingen gaven een aantal peiling een verkiezingsresultaat van 453 zetels voor Labour (tegenover 115 zetels voor de Conservatieven). Dit zou een grotere overwinning van Labour zijn dan die van Tony Blair bij de Lagerhuisverkiezingen van 1997. Dit leidde bij Labour tot de vrees dat kiezers niet meer de moeite zouden nemen om te gaan stemmen.[35] [36][37]

De exitpoll die direct na het sluiten van de stembureaus werd bekend gemaakt, gaf aan dat Labour een grote overwinning had behaald: de voorspelling was 410 zetels voor Labour, 131 zetels voor de Conservative Party, 61 voor de Liberal Democrats en 13 voor Reform UK. [38] In de loop van de avond werd duidelijk dat de Conservatieven en Reform UK het minder goed hadden gedaan dan voorspeld, en de Liberal Democrats beter.[39]

Uitslagen[bewerken | brontekst bewerken]

Partij[6] Aantal zetels

2024

Verschil met

zetels 2019

%

stemmen

Verschil %

stemmen

met 2019

Aantal

kandidaten

Opmerkingen
Labour Party 411 +211 33,7 +1,6 631
Conservative Party 121 -244 23,7 -19,9 635
Liberal Democrats 72 +63 12,2 +0,7 630
Scottish National Party 9 -39 2,5 -1,4 57 alleen in Schotland
Sinn Féin 7 0 0,7 +0,1 14 alleen in Noord-Ierland
Reform UK 5 +5 14,3 +12,3 609
DUP 5 -3 0,6 -0,2 16 alleen in Noord-Ierland
Green Party 4 +3 6,8 +4,1 574
Plaid Cymru 4 +2 0,7 +0,2 32 alleen in Wales
SDLP 2 0 0,3 -0,1 18 alleen in Noord-Ierland
Alliance 1 0 0,4 0 18 alleen in Noord-Ierland
UUP 1 +1 0,3 0 17 alleen in Noord-Ierland
Traditional Unionist Voice 1 +1 0,2 +0,2 14 alleen in Noord-Ierland
onafhankelijken 6 +6 2,0 +1,4 458
Speaker 1 - - - 1
overige partijen 791
Totaal 650 4515

De opkomst op 4 juli 2024 was 60%, dat was laag voor een Britse algemene verkiezing. De laagste opkomst ooit was 59,4% in 2001.[40]

De algemene tendens van de verkiezingen was een groot verlies voor de Conservatieven en de Schotse SNP, en grote winst voor Labour en de Liberal Democrats. Het verlies van de SNP was in verhouding groter dan dat van de Conservative Party.

Labour behaalde een absolute meerderheid in het Lagerhuis: de partij kreeg ruim meer dan de helft van de zetels. De relatieve meerderheid in vergelijking tot alle andere partijen is 174.[41] De partij won vooral in Schotland en in het noorden van Engeland, maar ook in enkele traditioneel Conservatieve districten in het zuiden van Engeland. De LibDems kwamen uit boven het aantal zetels dat ze hadden voor hun deelname aan de coalitieregering met de Conservatieven in 2010-2015.

Opvallend was ook de groei van de Green Party en Reform UK, naar 4 respectievelijk 5 zetels. Reform UK bleek in veel kiesdistricten de tweede partij te zijn geworden. Er was veel aandacht voor het feit dat Reform UK partijleider Nigel Farage een zetel had gewonnen; het was zijn achtste poging om in het Lagerhuis gekozen te worden.

In Noord-Ierland verloor de unionistische (=voor nauwe banden met het Verenigd Koninkrijk) DUP 2 zetels, waardoor de nationalistische (=voor Ierse eenwording) partij Sinn Féin in het Lagerhuis voor het eerst de grootste Noord-Ierse fractie werd. (Sinn Féin neemt gewonnen Lagerhuiszetels echter nooit in). Op regionaal en lokaal niveau was Sinn Féin dat sinds enkele jaren al.

Sir Keir Starmer houdt een toespraak voor zijn ambtswoning Downing Street 10 na zijn benoeming tot premier

Ook werden er in 2024 meer onafhankelijke kandidaten gekozen (zes) dan bij eerdere verkiezingen. Hierbij ging het in een aantal kiesdistricten - waar veel kiezers het niet eens waren met de positie van met name Labour inzake de Gaza-oorlog - om kandidaten met een pro-Palestijns standpunt. Het werd gezien als pijnlijk voor Labourleider Starmer dat zijn voorganger Jeremy Corbyn, die uit de partij was gezet, als onafhankelijke kandidaat werd herkozen.[42][43][44]

De verkiezingen leidden tot de vorming van een Labourregering met een absolute meerderheid in het Lagerhuis, onder leiding van Keir Starmer.[45]

Niet gekozen[bewerken | brontekst bewerken]

Conservatieven[bewerken | brontekst bewerken]

Al voor de verkiezingen was de verwachting dat een groot aantal prominente Conservatieven, inclusief leden van de regering, hun zetels zouden verliezen.[46] In totaal werden in ieder geval acht leden van het kabinet-Sunak, en een aantal voormalige ministers, niet herkozen, onder wie

Overige partijen[bewerken | brontekst bewerken]

Analyse[bewerken | brontekst bewerken]

De grote winst van Labour werd in de media vooral gezien als een afstraffing van de Conservative Party - en in Schotland ook van de SNP - voor hun beleid de afgelopen jaren. Volgens veel commentatoren was er geen sprake van een toename van echte steun voor Labour. Op landelijk niveau steeg het percentage stemmen voor Labour maar met 1,6 punt vergeleken met de Lagerhuisverkiezingen van 2019, toen de partij slechts 201 zetels won.[49][6] Het grote zetelverlies van de Conservatieven leek vooral veroorzaakt door de opkomst van Reform UK. In bijna alle districten trok Reform kiezers weg van de Conservatieve kandidaten, waardoor Labour of Libdem kandidaten konden winnen. Deze verschuiving wordt ook gezien als een uiting van bredere maatschappelijke onvrede die in andere landen had geleid tot winst voor populistisch-rechtse partijen. [50][51][52]

Ook gaf het verkiezingsresultaat een indicatie van toenemende politieke versplintering: voor het eerst kregen in het Verenigd Koninkrijk vier partijen bij een landelijke verkiezing meer dan 10% van de stemmen.[52]

Uitgebrachte stemmen versus behaalde zetels[bewerken | brontekst bewerken]

Door het Britse 'first past the post' districtenstelsel kan er een groot verschil ontstaan tussen het aantal stemmen dat een partij landelijk krijgt, en het aantal zetels voor die partij in het Lagerhuis. Stemmen die in een district zijn uitgebracht op andere kandidaten dan de uiteindelijke winnaar hebben geen enkele invloed meer op de samenstelling van de volksvertegenwoordiging. Bij de Lagerhuisverkiezingen van 2024 was dit erg goed zichtbaar:

  • Labour kreeg met 34% van de stemmen 63% van de zetels (412)
  • Reform UK kreeg met 14% van de stemmen minder dan 1% van de zetels (5)
  • De Liberaal-Democraten kregen met 12% van de stemmen (een lager percentage dan Reform) 11% van de zetels (72).

De verkiezingsuitslag van 2024 is omschreven als de 'meest disproportionele uitslag ooit'.[53]

De Electoral Reform Society, een organisatie die pleit voor hervorming van het Britse kiesstelsel, berekende de hypothetische uitkomst van de verkiezingen bij een kiessysteem gebaseerd op evenredige vertegenwoordiging:[54]

Partij Uitslag 2024 onder

huidige systeem "First Past the Post"

Hypothetische uitslag 2024

bij evenredige vertegenwoordiging

verschil
Labour 412 236 -176
Conservative 121 157 36
Reform UK 5 94 89
Liberal Democrats 72 77 6
Green Party 4 42 38
Scottish National Party 9 18 9
Noord Ierse partijen 18 18 0
Plaid Cymru 4 4 0
Overigen (incl. Speaker) 6 4 -2

Zie ook[bewerken | brontekst bewerken]

Referenties en noten[bewerken | brontekst bewerken]