Bruneval Raid

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Operatie Biting, ook wel Raid op Bruneval genoemd, was een in de nacht van 27 februari 1942 uitgevoerde Britse militaire actie, met als doel om onderdelen van de Duitse radar Würzburg (FuMG 62) gelegen te Bruneval in Frankrijk, over te brengen naar Engeland. De Würzburg-radar werd toegepast bij het Duitse luchtafweergeschut tijdens de Tweede Wereldoorlog en het station bij Bruneval diende als Duitse waarschuwingseenheid tegen de geallieerde schepen en vliegtuigen die de kust van West-Europa naderden.

Achtergrond[bewerken]

RAF fotoverkenning, de radarschotel in de voorgrond

Naar aanleiding van de wedren om de technologische voorsprong waren de Britse wetenschappers, onder leiding van R.V. Jones, een onderzoek begonnen naar de Duitse Würzburg-radar. De Britten waren van plan maatregelen te treffen in het kader van de technologiestrijd tegen de Duitse wetenschappers. Jones vroeg om verkenningsvluchten boven de Freya-radarsites daar hij dacht dat de Würzburg-radars op dezelfde locatie stonden opgesteld.

Op 22 november 1941 nam een Spitfire foto's van een Freya-radarsite bij Bruneval, een Frans dorpje nabij Le Havre, waarop ongewone structuren te zien waren.

Op 5 december 1941 werd nog een verkenningsvlucht ondernomen door Flight Lieutenant Tony Hill, maar deze keer op lage hoogte, waarbij de ongewone structuren duidelijk te zien waren. R.V. Jones concludeerde dat de ongekende structuur de Würzburg-radar moest zijn en de grootte van de radarschotel werd geschat op zo'n 3 meter diameter. De luchtfoto's wezen uit dat de Würzburg-radar was geplaatst in een kuil, ongeveer 50 meter voor een alleenstaand huis richting de kustkliffen. Bij daaropvolgende verkenningsvluchten boven andere locaties ontdekte men meerdere Würzburgs waarbij één Würzburg-Riese (reuze-Würzburg).

Voorbereiding[bewerken]

Op vraag van R.V. Jones en gesteund door Winston Churchill werd een raid op de Bruneval-installatie aangevraagd aan de Chef van de Gezamenlijke Operaties Lord Louis Mountbatten. Lord Mountbatten nam de voorbereiding in handen en vroeg op 8 januari aan de Parachutisten van de 1e Parachute Brigade, die nog in opleiding waren, om een compagnie te leveren. De Charlie-compagnie van het 2e Battalion onder leiding van majoor John Dutton Frost werd gekozen als de commando-eenheid die de aanval moest uitvoeren. Charlie-compagnie stond ook gekend als Jock compagnie wegens het hoog aantal Schotten. Het 51e Squadron, onder bevel van Wing Commander P. Pickard, moest de manschappen droppen boven Bruneval.

Op 24 januari 1942 vertrok majoor Frost naar Tilshead, voor een eerste ontmoeting met commandant F.N. Cook van de Royal Australian Navy, die de evacuatie van Frost en zijn mannen moest verzorgen. Verder waren er 32 officieren en manschappen van de Royal Fusiliers en de South Wales Borderers aanwezig, die met de 6 evacuatieboten mee zouden gaan en de terugtocht van de Charlie-compagnie moest verzekeren. Eén van de belangrijkste personen tijdens deze bijeenkomst was RAF radio-operator Flight-Sergeant C. Cox. Zijn belangrijke taak was om, als radiodeskundige, de verschillende onderdelen van de Würzburg-installatie te ontmantelen.

Op 15 februari 1942 voltooide de C-compagnie zijn opleiding. De Franse weerstandsgroepen gaven informatie door van de Bruneval installatie die de Britten zorgen baarde. Men had op de eerdere luchtfoto's geen wapens gezien die zwaarder leken dan een mitrailleur, maar de Duitsers hadden versterkingen aangebracht. Het Duits garnizoen had een sterkte van 30 man waarvan 5 in het nabijgelegen huis sliepen en de rest in het dorp op ongeveer 500 meter van het strand. Men was tevens begonnen met de bouw van 3 bunkers die slechts 200 meter van de Würzburg-radar verwijderd waren en onderling verbonden met verbindingsloopgraven, de laatste nog in aanbouw. De prikkeldraadversperring rondom de verdedigingswerken was vrij breed (1,80 meter) en er werden meerdere mitrailleurposten waargenomen.

Het doel van de Operatie Biting was om vitale onderdelen van de Würzburg-radar mee te nemen naar Engeland. De aanvallende strijdmacht werd in 3 afdelingen gesplitst; Nelson, Drake, en Rodney. De eerste afdeling, onder leiding van Luitenant Charteris, had de taak om het stuk strand te veroveren, te behouden en gereed te maken voor de terugtocht van de overvalsgroep. Luitenant Ross, verbonden aan deze eenheid, moest een route vrijmaken door eventuele mijnenvelden die hij mocht aantreffen. De twee andere afdelingen hadden als taak om het radarcomplex aan te vallen, waarbij één zich bezighield met de Duitse verdediging en de andere zich concentreerde op de ontmanteling van de vitale delen en het nemen van foto's.

Raid[bewerken]

Men wachtte op goede weersomstandigheden en op de middag van 27 februari 1942 vertrok de Britse marine met kanonneerboten richting Frankrijk en in de nacht van 27 februari 1942 werden 120 manschappen van de 1e Parachute Brigade, 2e Bataljon, C-compagnie onder leiding van majoor John Frost ingescheept in twaalf Armstrong-Whitworth Whitley-bommenwerpers,die vertrokken vanaf het vliegveld van Thruxton. De parachutisten werden twee uur later gedropt boven de onder sneeuw bedekte velden van Bruneval. De commando-eenheid ondervond zware Duitse weerstand en de compagnie moest improviseren om de operatie te laten slagen maar kon uiteindelijk toch vitale Würzburg-componenten en twee gevangenen, waaronder een Duitse radio-operator, meenemen naar Engeland.

Terugtocht[bewerken]

Ook bij de terugtocht ging niet alles zoals gepland aangezien de groep van luitenant Charteris, die het strand had moeten vrijmaken, te ver was afgedreven tijdens de dropping wegens hevig luchtafweervuur. Charteris en z'n groep kwam uiteindelijk toch ter plekke en om 02u15 was het strand vrij van Duitsers. Met 20 minuten vertraging (02u35) zag men de 6 marineschepen aankomen. Deze waren ook in moeilijkheden gekomen omdat een aantal Duitse schepen en duikboten hen op een mijl afstand waren gepasseerd. De aftocht van de C-compagnie werd gedekt door de 12e Commando-eenheid die zich in de 6 marineschepen opstelden. Twee mijl uit de kust klommen de manschappen uit de landingsvaartuigen in wachtende kanonneerboten en voeren richting Portsmouth, Engeland. In de loop van de ochtend vlogen RAF jachtvliegtuigen boven de kanonneerboten om de bemanning en z'n vracht te beschermen tegen Duitse wraakacties van de Luftwaffe.

Twee Britten werden gedood en zes haalden niet op tijd de landingsvaartuigen en werden gevangengenomen, 4 tijdens de overval en twee tijdens hun poging Zwitserland te bereiken (de 6 overleefden de oorlog). Ook bij de Duitsers vielen doden (ook onduidelijkheid: 5 of 6) en werden twee gevangengenomen, inclusief een radio-operator.

Nabeschouwingen[bewerken]

John Frost na uitreiking van de onderscheiding.

Na de Bruneval Raid concludeerden de Britse wetenschappers dat de Würzburg-radar slechts één enkele frequentie gebruikte en geen beveiligingsmechanisme tegen storingen bevatte. Doch het ontwerp was grondig en modulair opgebouwd (in tegenstelling tot de Britse modellen) wat het onderhoud en de opsporing van fouten makkelijker maakte en minder opleiding vereiste. De gevangengenomen radio-operator bevestigde deze stelling doordat hij minder opgeleid was dan zijn Britse tegenhanger.

De Duitsers daarentegen moesten hun laatdunkende mening over het Britse leger danig herzien en versterkten al hun radar sites na de Britse overval. Deze versterkingen bewezen op 17 augustus 1942 hun diensten bij een gelijkwaardige Britse aanval om de componenten van een Freya radar bij de Raid op Dieppe.

Operatie Biting was de tweede actie van de Britse Parachutisten-troepen (eerste actie was operatie Collossus in 1941), en verhoogde het moreel van de Britse publieke opinie in tijden waarin het de Britten niet schitterend afging. De Britse regering begreep ook hoe kwetsbaar de radarinstallaties aan de kust kunnen zijn voor vijandelijke commandotroepen. Dit leidde indirect tot de verhuizing van de RAF ontwikkelingsafdeling voor radar toepassingen (TRE - Telecommunications Research Establishment) van Swanage naar Malvern nadat de Britse spionagediensten meldden dat er Duitse commando-eenheden in Cherbourg aankwamen.

Majoor John Frost kreeg een onderscheiding Military Cross voor z'n aandeel in de Bruneval Raid, 1942. Tijdens de uitreiking droeg John Frost nog steeds z'n uniform van het regiment Cameronianen, daar het Parachute regiment op dat moment nog geen eigen uniformen had. (Zie afbeelding)

Literatuur[bewerken]

  • Taylor Downing (2014). De raid op Bruneval: het ware verhaal achter de eerste geslaagde raid van Britse parachutisten in de Tweede Wereldoorlog. Amersfoort: BBNC Uitgevers. ISBN 9789045315768