Naar inhoud springen

Buri Wongtschowski

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie

Adolf Friedrich 'Buri' Wongtschowski (Mainz, 18 januari 1919 - Bilthoven, 29 mei 1999) was een leraar, vertaler, dichter, librettoschrijver en schilder. Buiten Nederland is hij vooral bekend als dichter en vertaler door talloze publicaties in het tijdschrift Castrum Peregrini en bundels uitgegeven bij de gelijknamige stichting.[1]:9 Hij werkte onder het pseudoniem Friedrich W. Buri. Hij had ook een tekenschool en galerie in Amsterdam.

Wongtschowski was de derde zoon van Max Wongtschowski en Emma Seelig. In 1921 verhuisden zij naar Frankfurt am Main. Hun vader was straatverkoper van kleding en ondergoed, een moeilijk bestaan in de tijd van recessie. De familie was arm. Thuis wordt er weinig aan godsdienst gedaan, soms moest hij met zijn moeder tijdens feestdagen mee naar de synagoge in Frankfurt. Wongtschowski ging met de Joodse jongerengroep 'Die Kameraden' wandelen en kamperen in de bergen rondom Frankfurt. Hij kreeg daar de bijnaam 'Buri', de tweede oerreus uit de Noorse mythologie. Wongtschowski's bijnaam was gebleven omdat zijn doopnaam Adolf beladen was door Hitler.[1]:9–14 In juni 1937 emigreerde de familie Wongtschowski naar Brazilië en verhuisde Buri naar Berlijn en later naar Amsterdam waar hij ondergedoken heeft gezeten.

In Frankfurt ging hij naar een Wöhler-Realgymnasium in Frankfurt tot 1933 toen hij als niet-Arische jongen uitgesloten werd van het onderwijs.[2] Hij volgde daarna een driejarige opleiding tot huisschilder bij Hans Katz in Frankfurt in combinatie met de vakopleiding, de 'Gesellenprüfung', waar hij in 1936 als een van de laatste Joodse leerlingen het diploma behaalde. Later volgde hij een spoedcursus in Berlijn, waar hij in tweeënhalve maand het leraarsvak leerde. Wongtschowski kreeg hier les in boekbinden, kalligrafie, leerbewerken en houtbewerken, marionetten maken, pedagogiek en inspirerend onderwijs. Hij werkte van 1937 tot 1940 bij de Quakerschool Eerde in Ommen. In 1940 dook hij onder bij de schilder Charles Eyck. Vanaf 1942 dook hij drie jaar onder bij de schilderes Giséle van Waterschoot van der Gracht aan de Herengracht 401 in Amsterdam. Na de bevrijding in 1948 trouwde Wongtschowski met Marie-Anne 'Jannie' Huldschinsky.[3] Hij volgde een opleiding grafologie en heeft jarenlang sollicitatiebrieven beoordeeld voor onder andere de kousenfabriek Hin. Vanaf 1953 woonden ze in de bungalow 'de Esch' op ongeveer 1 kilometer van kasteel Eerde in Ommen. Wongtschowski gaf daar les als tekenleraar en handwerkleraar en leraar Duits. Daarnaast intensiveerde Buri zijn gedichtenschrijfkunst, die voor hem steeds belangrijker werd: "Zonder poëzie is mijn bestaan niet compleet, niet gerechtvaardigd." [4] In 1957 woonden ze in Ommen bij Selina Pierson. In 1959 verhuisde de school van kasteel Eerde naar kasteel Beverweerd in Werkhoven. Huldschinsky en Wongtschowski gingen in Driebergen wonen en Wongtschowski haalde hier zijn officiële papieren om als tekenleraar bevoegd te zijn.[1]:9–14

Herengracht 401

[bewerken | brontekst bewerken]

Vanaf 1942 dook Wongtschowski drie jaar onder bij de schilderes Giséle van Waterschoot van der Gracht aan de Herengracht 401 in Amsterdam. Frommel gaf het huis de naam " Castrum Peregrini, naar een kruisvaarderskasteel nabij Haifa, genaamd 'Castrum Peregrini' (Pelgrimskasteel). De vaste bewoners van Herengracht 401 kregen gezelschap van een vriendenkring, vrijwel allemaal oud-studenten van Eerde die niet ondergedoken zaten. Gisèle was de 'moeder' van de kring, ook als kunstenares. Ze was belangrijk vanwege de hulp en middelen die ze bood. Zij was ook degene die de onderduikadressen regelde. Collega-kunstenaars die zich niet bij de Kulturkammer aansloten, zoals Mari Andriessen en Adriaan Roland Holst – Roland Holst sloot zich later onder druk wel aan – steunden haar met voedselbonnen. Nachtelijke poëzievoordrachten waren de belangrijkste sociale activiteit.[5] De veiligheid was altijd in gevaar: huiszoekingen vonden plaats en vrienden werden gearresteerd en gedeporteerd. Om de angsten en nervositeit de baas te blijven zorgde Frommel ervoor dat ze meditatieoefeningen deden, poëzievoordrachten hielden en pogingen deden om moeilijke teksten te verklaren, waarbij afluisteren werd onderdrukt en zelfs overbodig werd gemaakt door uitsluitend te luisteren naar de boventonen en connotaties van de woorden van de dichter.[6] Het lot van Anne Frank aan de Prinsengracht 263 bleef de bewoners aan de Herengracht 401 bespaard. Enkele van hun beste vrienden werden wel het slachtoffer van naziterreur zoals zijn dichtervriend Vincent Weyand (1921-1945) uit Bergen, twee jaar jonger dan hij, die in juli 1944 samen met Percy Gothein en Simon van Keulen door de Duitsers werd gearresteerd en zeven maanden later in concentratiekamp Buchenwald overleed. Gothein stierf eind 1944 in concentratiekamp Neuengamme, alleen Van Keulen overleefde de arrestatie door uit de trein naar Duitsland te springen. Amsterdam werd op 5 mei 1945 bevrijd door Canadese soldaten. De stad was "Jodenvrij", op de weinigen na die erin slaagden te overleven in schuilplaatsen zoals Herengracht 401. "Op 13 september 1944 verliet de 93e en laatste transporttrein het doorgangskamp Westerbork. Van de 140.000 Joden die in 1940 in Nederland woonden, waren er 102.000 vermoord, bijna 90 procent van hen in de gaskamers van Auschwitz en Sobibor. Dit geeft Nederland het meest gruwelijke record van alle West-Europese landen.[7] Frommel, Hilsley en Weyand waren de centrale figuren in Buri's leven tijdens zijn eerste jaren in ballingschap. Na de Tweede Wereldoorlog werd de naam Castrum Peregrini doorgegeven aan de uitgever en vervolgens aan de stichting.[8]

Literaire werk

[bewerken | brontekst bewerken]

In de jaren '50 intensiveerde Buri zijn gedichtenschrijfkunst, die voor hem steeds belangrijker werd: "Zonder poëzie is mijn bestaan niet compleet, niet gerechtvaardigd." [4]In 1957 bracht het echtpaar een vakantie door in Spanje, wat een diepe indruk op Wongtschowski maakte, wat ook tot uiting kwam in zijn publicaties. Een gevolg van de reis was dat Huldschinsky en Wongtschowski gingen wonen in "Bargsigt", dat toebehoorde aan de bankiersweduwe Selina Pierson (1882-1965). Dankzij de eigenaar ontwikkelde het zich al snel tot een cultureel en literair centrum, waar diverse schrijvers, filosofen en kunstenaars te gast waren. Tot de vaste bezoekers behoorden onder meer de schrijvers Adriaan Roland Holst (1888-1976) en Victor von Vriesland (1892-1974), de dichter Jacques Blume (1887-1966) en de beeldhouwer en schilder Titus Leeser (1903-1996). [9] Wolfgang Frommel was hier ook al sinds het begin van de jaren vijftig een vaste gast. [10] Hij vertaalde gedichten van Nederlandse vrienden naar het Duits, evenals dichtbundels van Stefan George naar het Nederlands (in samenwerking met oude vrienden van "Castrum Peregrini" en anderen). Wongtschowski bevond zich in het kielzog van deze grote dichter en kende grote delen van zijn werk uit zijn hoofd. Tegelijk was het een strijd om origineel te blijven en een eigen toon en thematiek te vinden. In 1990 verscheen Wongtschowski's laatste dichtbundel, "Altes zum Humnen" ( Oude Dingen om te Zoemen). Totaal zijn er zes publicaties in boekvorm verschenen (bundels), naast de 131 gedichten die in het tijdschrift Castrum Peregrini hebben gestaan. De bundels zijn verder Michael, Eisenhans, Frühe Gedichte, Die Brücken en Anheimfall. Daarnaast hebben veel gedichten die nergens gepubliceerd zijn onder vrienden, meestal in getypte vorm, gecirculeerd. [11]

In 1969 begon Wongtschowski zijn Atelier Buri en Galerie Buri aan het Oosterpark nummer 11 in Amsterdam.[12] Hij verruilde de zekerheid van zijn leraarsbestaan met vast salaris en pensioen voor het onzekere bestaan van zelfstandig ondernemerschap. Hij is dan 50 jaar oud. Hij leert zijn leerlingen vooral met materialen omgaan en met verschillende technieken kennismaken. Hij trachtte te ontdekken welke elementen in het werk goed was en daar meer aandacht aan te besteden. Hij bouwde in 13 jaar een bedrijf op dat een begrip werd in Amsterdam en omstreken. Op het toppunt van zijn succes waren er twee ateliers, waaronder aan de Beulingstraat, en twee galeries in Amsterdam, waaronder aan de Da Costakade. Hij bood cursussen aan in twaalf verschillende technieken. In de galerie worden veel goede werken van leerlingen verkocht voor een mooie prijs, dit was een totaal nieuwe aanpak voor die jaren.[13] Jeanne Roos noemde in Het Parool in haar vaste rubriek 'Wat had u gehad willen hebben' Galerie Buri "een unicum, misschien wel in heel Europa". In de etsgroepen zijn zeer goede etsers opgestaan van wie sommigen reeds de 'officiële' kunsthandel hebben bereikt. Hier heeft onder andere Edwin Kragten les van hem gehad. Wongtschowski vertaalde in deze tijd ook nog veel gedichten van bevriende Nederlandse dichters naar het Duits. Vanaf 1933 tot 1986 had Wongtschowski, in intensieve en minder intensieve momenten, contact gehouden met Wolfgang Frommel. Toen deze ziek werd, heeft Wongtschowski hem verzorgd tot het einde. In 1989 verhuisden ze voor drie jaar naar München, de geboorteplaats van Huldschinsky. In 1991 gaan ze in Doorn wonen. In 1995 overleed Huldschinsky[14] en op 29 mei 1999 overleed Wongtschowski in het Leendert Meeshuis, een antroposofisch verpleeghuis in Bilthoven.[1]:9–14

Literaire werken

[bewerken | brontekst bewerken]
  • Friedrich W. Buri: Ich gab dir die Fackel im Sprunge. W. F. ein Erinnerungsbericht. Bewerkt en met een nawoord van Stephan C. Bischoff. Verlag für Berlin-Brandenburg, Berlijn, 2009, ISBN 978-3-86650-068-6. [15]
  • Friedrich W. Buri: ¡Gracias, España! 1958. Gepubliceerd in fragmenten a) onder de titel "Spanische Erde ", in: Castrum Peregrini, XXXIII / 33e uitgave, 1957–1958, Amsterdam, 1957, pp. 45–49; b) onder de titel "Spanische Meditiationen", in: Merkur, augustus 1958, 12e jaargang, uitgave 126, pp. 721–737; c) onder de titel "Spanische Dicter", in: Castrum Peregrini, XLIII / 43e uitgave, Amsterdam, 1960, pp. 29–37
  • Friedrich W. Buri: Old Things to Hum. Eigen uitgave, München 1990. (Het boek staat niet in de catalogus van de Deutsche Nationalbibliothek; volgens een antiquariaat dat een exemplaar te koop aanbiedt, zou de oplage 150 exemplaren hebben bedragen.)
  • Stephan C. Bischoff (red.): Wolfgang Frommel – Friedrich W. Buri. Briefwechsel 1933–1984. Wallstein Verlag, Göttingen 2017, ISBN 978-3-8353-3023-8

Een aantal van de volgende dichtbundels van Friedrich W. Buri zijn te vinden in de catalogus van de Duitse Nationale Bibliotheek:

  • Die Brücken. Castrum Peregrini, Amsterdam 1947.
  • Eisenhans. Castrum Peregrini, Amsterdam 1947.
  • Michaël. Castrum Peregrini, Amsterdam 1948.
  • Drei Gedichtzyklen: Drei Gedichtzyklen mit einem Eingangsgedicht. Castrum Peregrini, Amsterdam 1953.
  • Frühe Gedichte: Die Brücken und andere frühe Gedichte. Castrum Peregrini, Amsterdam 1967.
  • Anheimfall: Anheimfall. Acht Gedichtzyklen. Castrum Peregrini, Amsterdam 1967.
  • Altes zum Summen. Eigen uitgave, München 1990.
  • Stephan C. Bischoff: Nawoord – Chronologie – Index van namen voor Friedrich W. Buri: Ich gab dir die Fackel im Sprunge. W. F. ein Erinnerungsbericht. pp. 189–262. [Deze sectie is apart vermeld om te verduidelijken of er rechtstreeks naar Buri wordt verwezen of naar zijn literaire en auteursrechtelijke executeur.]
  • William Hilsley: Muziek achter het prikkeldraad. Dagboek van een geïnterneerde muzikant, 1940-1945. Ulrich Bornemann, Karlhans Kluncker en Rénald Ruiter (red.). Verlag für Berlin-Brandenburg, Potsdam 1999, ISBN 3-932981-48-0. (Bij dit boek is ook een cd verkrijgbaar met de titel Muziek achter het prikkeldraad)
  • Wolfgang Cordan: De Mat. Autobiografische aantekeningen, bijlage: Dagen met Antonio. MännerschwarmSkript Verlag, Hamburg 2003, ISBN 3-935596-33-2. [16]
  • Marita Keilson-Lauritz: Centaur Love: Side Paths of Male Love in the 20th Century. Männerschwarm Verlag, Hamburg 2013, ISBN 3-86300-143-5. Beschikbaar als Google Book: Centaur Love: Wolfgang Frommel en Billy Hildesheimer. Dit omvat met name het hoofdstuk "De liefde van de centauren: Duits verzet in bezette Nederlanden in de buurt van het Castrum Peregrini." pp. 134–164.
  • Günter Baumann: Poëzie als een manier van leven. Wolfgang Frommel tussen de George Circle en Castrum Peregrini. Königshausen & Neumann, Würzburg 1995, ISBN 3-8260-1112-0
  • Claus Victor Bock: Ondergedoken tussen vrienden. Een verslag. Amsterdam 1942-1945. Castrum Peregrini Press, Amsterdam, diverse edities, ISBN 90-6034-053-1. De vijfde editie is gedeeltelijk online beschikbaar: Claus Victor Bock op Google Books.
  • Hellmut Becker, Willi Eichler, Gustav Heckman (red.): Onderwijs en politiek. Minna Specht op haar 80ste verjaardag. Verlag Öffentliches Leben, Frankfurt am Main, 1960.
  • Sylvia Peuckert: Hedwig Fechheimer en Egyptische kunst: Leven en werk van een Joodse kunsthistoricus in Duitsland (= Tijdschrift voor Egyptische taal en archeologie. Supplement, deel 2). De Gruyter, 2014, ISBN 3-05-005979-6
  • Hans A. Schmitt: Quakerpogingen om kinderen te redden van nazi-onderwijs en -discriminatie: De Internationale Quakerschool Eerde. In: Quaker History. Vol. 85, nr. 1 (voorjaar 1996), pp. 45-57.
  • Joke Haverkorn van Rijswijk: verre herinneringen aan W. Daniel Osthoff Verlag, Würzburg 2013, ISBN 978-3-935998-11-6
  • E. Marianne Stern, Een vogel op je schouder, Erinnerungen an F.W. Buri, stichting Memoriaal 2010, ISBN 978-94-90696-02-3.
  • Susan Smit, Gisele, Lebowski Publishers, Amsterdam 2013, ISBN 978-90-488-1744 3