Naar inhoud springen

Calbe (Saale)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Calbe (Saale)
Stad in Duitsland Vlag van Duitsland
Wapen van Calbe (Saale)
Calbe (Saksen-Anhalt)
Calbe
Situering
Deelstaat Vlag van de Duitse deelstaat Saksen-Anhalt Saksen-Anhalt
Landkreis Salzlandkreis
Coördinaten 51° 54 NB, 11° 47 OL
Algemeen
Oppervlakte 56,69 km²
Inwoners
(31-12-2020[1])
8.299
(146 inw./km²)
Hoogte 60 m
Burgemeester Sven Hause (freier Bürgermeister)
Overig
Postcode 39240
Netnummer 039291
Kenteken SLK
Stad Kernstad en 2 Ortsteile
Gemeentenr. 15 0 89 055
Website Officiële website
Locatie van Calbe (Saale) in Salzlandkreis
Kaart van Calbe (Saale)
Foto's
Luchtfoto van Calbe, 2019
Luchtfoto van Calbe, 2019
Portaal  Portaalicoon   Duitsland

Calbe (Saale) is een gemeente in de Duitse deelstaat Saksen-Anhalt, gelegen in de Landkreis Salzlandkreis. De stad telde op de peildatum van de meest recente statistiek 8.299 inwoners.[1] Calbe ligt aan de westelijke oever van de rivier de Saale.

Indeling van de gemeente

[bewerken | brontekst bewerken]

De gemeente bestaat uit de kernstad Calbe en twee Ortsteile:

  • De kernstad Calbe
    • Damaschkeplan, ten zuiden van het centrum, aan de Saale
  • Schwarz (Calbe), met circa 400 inwoners, 2 km ten zuidoosten van het centrum; tot dit stadsdeel behoren ook:
    • Gottesgnaden, direct ten oosten van het stadscentrum
    • Tippelskirchen, tussen het stadscentrum en Schwarz
  • Trabitz, 4 km ten oosten van de stad; circa 100 inwoners

De laatste vier plaatsen liggen aan de oostelijke oever van de Saale.

Geografie en infrastructuur

[bewerken | brontekst bewerken]

Calbe ligt aan de westelijke oever van de rivier de Saale. Op 12 km ten noordoosten van Calbe mondt zij uit in de Elbe. De Saale is hier zeer bochtig. Enkele meanders heeft men voorzien van korte doorsteken voor de scheepvaart, met daarin stuwen of sluizen. Overigens is de Saale hier bevaarbaar voor binnenvaartschepen tot klasse IV (Europaschip).

Calbe ligt in een gebied met vlak rivierpolderland, afgewisseld door meren, die zijn ontstaan, doordat men uitgeputte zand-, klei- en grindgroeven met water liet vollopen.

Naburige gemeentes

[bewerken | brontekst bewerken]

Verkeer en vervoer

[bewerken | brontekst bewerken]

De Saale is ter hoogte van Calbe zeer bochtig. Enkele meanders heeft men voorzien van korte doorsteken voor de scheepvaart, met daarin stuwen of sluizen. Ten zuiden van het centrum is wel een kleine haven aan de Saale aanwezig, maar die is alleen in gebruik voor de pleziervaart.

Calbe ligt niet in de nabijheid van Bundesstraßen, maar talrijke lokale wegen (Landstraßen) verbinden de stad met alle omliggende plaatsen. De bij het Staßfurter stadsdeel Brumby gesitueerde afrit nummer 8 van de Autobahn A 14 ligt enkele kilometers ten westen van Calbe.

Calbe heeft drie spoorwegstations:

  • Calbe-West (geopend in 1839) en de halte Calbe-Stadt, beide aan een lijn Calbe West-Barby v.v., een restant van de vroeger doorgaande spoorlijn Berlijn - Blankenheim; het station Calbe-West werd in 2018-2020 gerenoveerd; helaas was het oude stationsgebouw uit 1839 te vervallen, om te kunnen worden behouden. Het werd van de monumentenlijst afgevoerd en in 2020 gesloopt.
  • Calbe-Ost (geopend in 1879) aan een spoorlijn tussen Köthen en Maagdenburg; zie: Spoorlijn Maagdenburg - Leipzig.

Anno 2025 rijden er stoptreinen van Calbe-West via Calbe-Ost over een 15 km lang lokaalspoorlijntje naar Bernburg v.v.. Het traject van Calbe-Ost naar Barby is alleen voor goederentreinen in gebruik.

Langs de spoorlijnen, zowel ten zuidwesten als ten noordoosten van de stad, liggen industrieterreinen. Hier is voornamelijk lokaal en regionaal midden- en kleinbedrijf gevestigd. Een grotere onderneming aan de noordoostkant van de stad is ZINKPOWER Calbe, een metaalverwerkend industrieel bedrijf. De akkerbouw is, vanwege de vruchtbaarheid van de grond, ook van betekenis. De uienteelt heeft in Calbe een traditie, die tot 1591 teruggaat; in het plaatselijk dialect heten bloembollen en uien Bollen, niet: Zwiebeln.

Vanaf de Jonge Steentijd leefden hier bijna continu mensen. Het land is vanwege een laag löss zeer vruchtbaar en geschikt voor akkerbouw, en men kon een paar meter boven het waterpeil van de Saale wonen, zonder gevaar voor overstromingen. In de Saale zat bovendien volop vis. Archeologen hebben vondsten gedaan, die dit bewijzen.

Reeds in het begin van de 9e eeuw was de locatie van Calbe door christenen bewoond; langs de Saale liep reeds ten tijde van Karel de Grote een belangrijke handelsroute (zout, barnsteen). In 965 is in een door Keizer Otto I de Grote opgestelde schenkingsakte voor het eerst melding gemaakt van een koningshoeve (curtis regia) en een houten burcht (burgwardium) bij Calbe. In de 14e eeuw is deze burcht, die de zuidelijke helft van de oude stadskern omvatte, vervangen door stadsbebouwing.

Calbe verkreeg marktrecht in 1160. In die tijd lag het in het grensgebied tussen Duits en Slavische talen sprekende volkeren. Wanneer Calbe stadsrechten verwierf, is niet meer bekend. De Sint-Laurenskerk in de stad dateert van oorsprong uit de 10e eeuw, maar werd later diverse malen gerenoveerd.

Vanaf de 14e eeuw stond er aan de noordoostkant van de stad Calbe een kasteel, dat in de 16e en 17e eeuw een aanzienlijk slot in renaissancestijl moet zijn geweest. Talrijke belangrijke personen, onder wie enige aartsbisschoppen van Maagdenburg hebben er geresideerd, gelogeerd of zijn er tijdens politieke crises ondergedoken.

De Reformatie werd in 1541 doorgevoerd, tegen de zin van markgraaf en aartsbisschop Albrecht van Brandenburg, die toen juist in Calbe verbleef. Sedertdien zijn verreweg de meeste christenen in de gemeente evangelisch-luthers. Tenzij anders vermeld, geldt dit ook voor de in dit artikel genoemde kerkgebouwen.

Van 1131 tot 1631 heeft er bij Calbe een klooster, later, na de Reformatie, een sticht, Gottesgnaden bestaan. Tot 1280 verbleven in dit dubbelklooster ook nonnen, nadien alleen nog monniken. Dit was oorspronkelijk een klooster van de orde der premonstratenzers.

Gedurende de Dertigjarige Oorlog (1618-1648) had Calbe veel oorlogsellende te verduren. In 1625 richtten soldaten van de veldheer Johan t'Serclaes van Tilly in de stad en het kasteel een bloedbad aan. In 1630 gebeurde dit door soldaten van de keizerlijke commandant Johann von Viermund nogmaals. Vanaf 1680 was het slot geen residentie meer en verviel, aanvankelijk tot woning van vazallen van de landheren, in de 19e eeuw tot een gewoon wooncomplex. In 1951 werd de ruïne van het kasteel gesloopt om plaats te maken voor een middelbare school.

Vanaf 1680 behoorde de stad tot Brandenburg-Pruisen, later tot Pruisen en vanaf 1871 tot het Duitse Keizerrijk.

In de 19e eeuw verkreeg Calbe aansluiting op het spoorwegnet (1839, 1879). Er vestigde zich o.a. textielindustrie. Veel boeren in de omgeving fokten in die tijd schapen, voor de wol.

Gedurende de nazi-periode (1933-1945) was er, zoals ook in veel andere plaatsen, te Calbe een vervolging van o.a. Joden en politiek andersdenkenden. Verscheidene Joden uit de stad, die niet tijdig hadden kunnen emigreren, stierven een gruwelijke dood in de vernietigingskampen. Ook moesten gedurende de Tweede Wereldoorlog krijgs- en andere gevangenen in fabrieken in de stad dwangarbeid verrichten. Vaak waren de arbeidsomstandigheden hier mensonterend. Voor al deze slachtoffers van het nazisme zijn later diverse gedenktekens opgericht.

Aan het eind van de Tweede Wereldoorlog , in april 1945, werd Calbe na zware gevechten, waarbij o.a. het kasteel grotendeels verwoest werd, door de geallieerden veroverd.

Begin juli 1945 kwam het gebied te liggen in de Sovjet-bezettingszone in Duitsland (SBZ), en van 1949 tot 1990 maakte Calbe deel uit van de DDR. Gedurende deze periode was er veel metaal- en textielindustrie in Calbe gevestigd. Hieronder was een zogenaamd Niederschachtofenwerk. Dit was een experimentele fabriek[3] , waar met bruinkool als brandstof, ijzer werd gewonnen uit laagwaardig erts. Deze fabriek draaide van 1951 tot omstreeks 1969 en werd toen, wegens onvoldoende rentabiliteit, gesloten. De arbeiders van de fabrieken te Calbe werden in een nieuwe stadswijk met Plattenbau-flats gehuisvest. Ook in de plattelandsdorpen veranderde veel. Landgoederen van grootgrondbezitters werden onteigend, en de boeren moesten in zeer grootschalige en moderne collectieve boerderijen, zogenaamde LPG's, gaan werken. Enkele LPG's bleven na 1990, met andere eigenaren en een op westerse leest geschoeide bedrijfsvoering, bestaan.

Na de Duitse hereniging in 1990 bleek een groot aantal van de fabrieken naar Westerse maatstaven economisch niet meer rendabel. Deze gingen failliet. Andere bedrijven werden ingekrompen, en hadden minder personeel nodig. Werkloos geworden mensen trokken weg naar economisch sterkere regio's in West-Duitsland.

Belangrijke personen in relatie tot de gemeente

[bewerken | brontekst bewerken]
  • Anna Margareta von Haugwitz, geboren op 16 januari 1622 in Calbe (Saale); overleden op 20 maart 1673 te Stockholm, was de echtgenote van de Zweedse veldheer en staatsman Graaf Carl Gustav Wrangel.
  • Wilhelm Loewe of Loewe-Calbe (geboren op 14 november 1814 in Olvenstedt bij Maagdenburg; overleden op 2 november 1886 in Meran, Zuid-Tirol), van 1840-1848 arts, met praktijk te Calbe, en tevens een belangrijk liberaal politicus. In 1848 was hij vice-president van de Nationale Vergadering van Frankfurt en in 1849 korte tijd voorzitter van het romp-parlement. Naar hem is in Calbe een straat genoemd.
  • Mark Zabel (geboren te Calbe (Saale) in 1973), kanovaarder, later trainer in deze tak van sport

Calbe onderhoudt één jumelage, en wel met Burgdorf (Hannover).

Tot 1951 kon er verwarring ontstaan, omdat Kalbe (Milde) tot dan toe ook Calbe heette; sinds 1951 wordt de naam van die plaats met een K gespeld.

Zie de categorie Calbe (Saale) van Wikimedia Commons voor mediabestanden over dit onderwerp.