Caligo teucer

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Caligo teucer
Caligo teucer semicaerulea MHNT ventre.jpg
Taxonomische indeling
Rijk:Animalia (Dieren)
Stam:Arthropoda (Geleedpotigen)
Klasse:Insecta (Insecten)
Orde:Lepidoptera (Vlinders)
Familie:Nymphalidae
Onderfamilie:Satyrinae
Geslacht:Caligo
Soort
Caligo teucer
(Linnaeus, 1758)
Afbeeldingen Caligo teucer op Wikimedia Commons Wikimedia Commons
Caligo teucer op Wikispecies Wikispecies
Portaal  Portaalicoon   Biologie
Insecten

Caligo teucer is een vlinder uit de familie Nymphalidae.[1] De wetenschappelijke naam van de soort is voor het eerst geldig gepubliceerd in 1758 door Carl Linnaeus. Caligo teucer, oorspronkelijk beschreven door Linnaeus in 1758 vanuit ‘America’, komt voor van Venezuela en Trinidad tot Zuid-Brazilië en Paraguay in acht ondersoorten. In Suriname en Frans-Guyana komt de ondersoort teucer waarschijnlijk in bijna alle delen van deze landen voor.

De Caligo-vlinders danken hun populaire naam, uilvlinders, aan de grote ogen als die van een uil, op de onderkant van de achtervleugels. Vermoedelijk worden vijanden hierdoor afgeschrikt. Van Suriname en Frans - Guyana zijn vijf soorten bekend.

Voedselplanten[bewerken]

De voedselplanten van deze vlinders zijn gewoonlijk heliconiaceae (palulu’s); deze planten zijn nauwverwant met bananen. Caligorupsen voeden zich ook op bananenplanten en hebben zich verspreid tot in bewoonde gebieden, zelfs tot in het centrum van steden zoals Paramaribo en Cayenne. Maar aangezien alle uilvlinders in de schemering en in de donkere delen van het bos vliegen, worden ze niet vaak gezien.

De soort, de rups incluis, werd overigens reeds beschreven door Maria Sibylla Merian in haar Metamorphosis Insectorum, gepubliceerd in 1705 (plaat 23): ‘De bruine Rups… heeft vier steekels op den rug, het hooft vertoond sig gekroont, den stert gespleten, de voeten zijn rood. Den 3. December heeft sy sig vast gemaakt, en is tot een houtvervige Poppetjen geworden, die twee zilvere vlakken op elke zyde had, uit deze Pop kwam den 20. December een schone Cappelle voort….’.