Cambridge-kapitaalcontroverse

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

De Cambridge-kapitaalcontroverse (soms ook kapitaalcontroverse genoemd) verwijst naar een theoretisch en wiskundige debat onder economen in de jaren zestig met betrekking tot de aard en de de rol van kapitaalgoederen (of productiemiddelen) en de daaruit volgende kritiek op de dominante neoklassieke visie op geaggregeerde productie en verdeling.

De naam verwijst naar de vestigingsplaats van de universiteiten waar de belangrijkste karakters, die bij de controverse betrokken waren, alle aan verbonden waren: het debat ging tussen economen zoals Joan Robinson en Piero Sraffa (beide verbonden aan de Universiteit van Cambridge) in het Verenigd Koninkrijk en economen zoals Paul Samuelson en Robert Solow, verbonden aan de Massachusetts Institute of Technology, in Cambridge, Massachusetts. Vaak worden de twee scholen respectievelijk "Sraffiaans" of "neo-Ricardiaans" en "neoklassiek" genoemd.