Campo de concentración de Miranda de Ebro

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Plattegrond van het kamp in Miranda de Ebro

Campo de concentración de Miranda de Ebro was een concentratiekamp in de Spaanse stad Miranda de Ebro, ongeveer 300 km ten noorden van Madrid

Het kamp stamde uit de tijd van de Spaanse Burgeroorlog (1936-1939) en diende toen als gevangenkamp voor de tegenstanders van generalísimo Francisco Franco y Bahamonde. Om het kamp stond een betonnen muur, afgezet met prikkeldraad, en om de 50 meter stond een wachthuisje. Boven de toegangspoort stond "Todo por la Patria". Daarachter lag het Plaza del Generalisimo waar 's ochtends appel gehouden werd. Op dat plein was de enige drinkwaterfontein. Achter het plein stonden twee rijen van vijftien witte gevangenenbarakken. Er waren ook werkplaatsen, magazijnen en een ziekenbarak. Naast het plein was de barak van de commandant, die aan de keukenbarak grensde.

Tijdens de Tweede Wereldoorlog kreeg het kamp echter een alternatieve bestemming: ongeveer 65.000 Spanjaarden en illegale buitenlanders in afwachting van hun uitzetting werden in Miranda de Ebro geïnterneerd. Deze zogeheten illegale groep bestond uit vluchtelingen (joods en niet-joods), neergeschoten piloten, geallieerde militairen en Duitse deserteurs of collaborateurs. Tijdens de oorlog werd de oppervlakte van het kamp verdubbeld. In 1947 werd het gesloten.

De kampleiding liet de interne aangelegenheden over aan de kampbewoners. Deze stonden onder leiding van cabo's. Zij regelden de werkverdeling en hielden orde. De cabo's waren al aangesteld toen de Nederlanders in het kamp aankwamen.

Verder had iedere nationaliteit een persoon aangewezen die contact onderhield met de ambassade of het consulaat. Hij overlegde met de andere 'chefs' en was verantwoordelijk voor het verdelen van de voedselpakketten.

Op de plek van het voormalige kamp staat nu een petrochemische fabriek.

Nederlandse gevangenen[bewerken | brontekst bewerken]

In de periode 1940-1944 zaten er ook bijna 350 Nederlanders gevangen in het kamp. Ongeveer twintig van hen hadden tijdens de Spaanse Burgeroorlog tegen Franco gevochten. De andere Nederlanders waren van verschillende pluimage. Zo was een groot deel gevlucht vanwege (dreigende) vervolging, maar er waren ook Nederlanders die uit eigen beweging uitweken. In die laatste categorie vielen de zogeheten Engelandvaarders.

De Nederlandse ambassadeur in Madrid was mr. C. H. J. Schuller tot Peursum. Zijn gezant jhr. Ernest van Panhuys bracht af en toe een bezoek aan Miranda, maar meer hulp kregen de Nederlandse gevangenen van de Engelse ambassade. Noch de regering in Londen, noch de ambassade, noch het Rode Kruis, trok zich de eerste jaren iets van de Nederlandse gevangenen aan. Hulp kwam pas op gang vanaf september 1943, waaronder financiële hulp en voedselpakketten, nadat kolonel Somer in Londen had gemerkt dat de doorstroming van Engelandvaarders erg stagneerde en naar Spanje was gegaan om poolshoogte te nemen.

Belgische gevangenen[bewerken | brontekst bewerken]

Op 21 november zaten 150 Belgen gevangen in het kamp. Bekende gevangenen:

Franse gevangenen[bewerken | brontekst bewerken]